Verantwoording inventaris door dr. Hatta reeds overgedragen: Uiteenzetting mr. Sumanang over besteding der sieraden (Pertanggungjawaban inventaris dana oleh Hatta)
Cleaned OCR text (Good (0.918); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
In verband met de in de hoofdstedelijke pers gelanceerde berichten als zou dr. Hatta over de inventaris van het.Fonds Kemerdekaan Indonesia" (Fonds tor finaciering van de vrijheidsstrijd) nog geen rekening en verantwoording heeft gegeven, heeft de secretaris van dr. Hatta, I. Wangsawidjaja in dit verband de
volgende verklaring gegeven. Het bij het begin van de revolutie gestichte ~Fonds Kemerdekaan Indonesia", onder leiding van Hatta, kreeg bij de proclamatie een andere benaming, n.t. „Fonds Nasional", omdat de onafhankelijkheid toen een feit werd Alle bezittingen en de verantwoordelijkheden van het „Fonds Kemerdekaan Indonesia" werden aan het niéuwe fonds dat onder leiding staat van mr. Sumanang, n.l. het „Fonds Nasional" overgedragen. Verklaring mr.' Sumanang Inmiddels heeft mr. Sumanang aan de pers verklaard dat het „Fonds Kemerdekaan" tijdens de evacuatie van de Republikeinse regering uit de hoofdstad naar Jogjakarta omgevormd werd in het „Fonds Nasional" waarvan hij als voorzitter aangewezen werd. De inventaris van het voormalige „Fonds Kemerdekaan", die uit 2 koffers met gouden en zilveren sieraden bestond, werd toen via de Staatsbank in Jogjakarta, uit Djakarta overgebracht en later aan het „Fonds Nasional" overgedragen. De inhoud van de beide koffers werd met zorgvuldigheid door een comnlissie, bestaande uit de heren Zarkasi, toentertijd zakenman in Jogjakarta, Wiwoho thans ambassadeur in België en Sastrodigdo, de voormalige directeur van de staatsbank in. Jogjakarta, geregistreerd. Later werd een gedeelte van de gouden sieraden tot een gewicht van 1 kg naar wijlen Djohan Djohor egzonden, om daarmede het historische gebouw, Pegangsaan Timur 56, op te kopen. Later bleek echter dat de koop van het gebouw reeds tot stand was gekomen, zodat wijlen Djohan Djohor de gouden sieraden in geld ter waarde van circa Rp. 36 000.— terugbetaalde. Thas is het „Fonds Nasional" bevroren, doch de betreffende documenten liggen thans, ofschoon onvolledig door de tweede Nederlandse militaire actie waardoor enige daarvan zoek zijn geraakt, in Jogjakarta ter inzage. In het bestuur van het voormalige „Fonds Nasional" in Jogja zaten o.m. de heren Soekono, Zarkasi, en Honggowongso. Andere afdelingen van hét fonds geraakten tijdens de, tweede militaire actie in het ongerede. „Toen de Nederlandse troepen Jogja binnen vielen hebben wij gepoogd genoemde sieraden zoveel mogelijk te verbergen, doch een aantal zilveren sieraden werd door de Nederlanders bij mijn huis aan Bedji 33 aangetroffen en meegenomen" aldus mr. Sumanang. Hij zelfs is ook door de Nederlanders gearresteerd. Voor guerillastrijd Mr. Sumanang verklaarde voorts dat hij later door de Nederlandse strijdkrachten losgelaten werd. Gelukkig kon men omtrent de gouden sieraden niets te weten komen. De overgebleven gouden en enige zilveren sieraden tot een gewicht van ongeveer 1 kg en ter waarde van Rp. 30.000.— tot Rp 40.000.— werden op mijn verantwoording ten behoeve van de bekostiging van de guerilla-acties tegen de Nederlandse strijdkrachten die toentertijd Jogja b—«tteh, aangewend. Omdat toentertijd men zeer in het geheim te werk moest gaan, kan er hieromtrent geen duidelijke verantwoording afgelegd worden, doch er zijn thans nog persenen die hiervan: op de hoogte zijn. Zo kan eventueel kolonel Abdul Latïef Hendradininggrat, de voormalige militaire attaché in Washington, die toentertijd de guerilla-oorlog voerde ten Noordlen van Jogja, over het „Fonds Nasional" om inlichtingen gevraagd worden.
'Óok de echtgenote van Sajuti Mèlik, mevrouw Trimurti, kon inlichtingen verstrekken over wat er al zo met het fonds gebéurd was, daar haar echtgenoot toen hij door een kogel getroffen werd tijdens een guerilla-actie met het geld van dit fonds aan de nodige medicijnen gekomen was.
Uit dit fonds werd ook de ontvangstplechtigheid van de terugkeer van de sultan van Jogja, na de terugtrekking der Nederlandse troepen bekostigd. Derhalve kan eventueel de sultan hierover enige inlichtingen verstrekken. Voorts kan de correspondent van Antara, Soekrisno die toentertijd ook van enige geheime berichten o.a. die van de gebeurtenissen Bedji 33 verslag maakte, als getuige ingeschakeld worden. Tenslotte zullen de voormalige bestuursleden van het „Fonds Nasional" de nodige inlichtingen verschaffen. Tot slot zeide mr; Sumanang „Alle verantwoording met betrekking tot de gouden sieraden die aan het nationale fonds zijn overgedragen berust op mijn persoon, en Hatta staat er geheel buiten. Indien er om verantwoording gevraagd moet worden, dan ben ik de enige persoon die daarvoor in aanmerking komt en niet Hatta".
English translation
=== [Page 1] ===
In connection with reports launched in the capital's press that Dr. Hatta has not yet rendered account for the inventory of the "Fonds Kemerdekaan Indonesia" (Fund for the financing of the freedom struggle), Dr. Hatta's secretary, I. Wangsawidjaja, has made the following statement in this connection.
The "Fonds Kemerdekaan Indonesia," founded at the beginning of the revolution under Hatta's leadership, received another name at the proclamation, namely "Fonds Nasional," because independence then became a fact. All possessions and responsibilities of the "Fonds Kemerdekaan Indonesia" were handed over to the new fund, which is led by Mr. Sumanang, namely the "Fonds Nasional."
Statement of Mr. Sumanang
Meanwhile Mr. Sumanang has stated to the press that the "Fonds Kemerdekaan" was, during the evacuation of the Republican government from the capital to Jogjakarta, transformed into the "Fonds Nasional," of which he was appointed chairman. The inventory of the former "Fonds Kemerdekaan," which consisted of 2 suitcases with gold and silver jewellery, was then transferred from Djakarta via the State Bank in Jogjakarta and later handed over to the "Fonds Nasional." The contents of both suitcases were carefully registered by a commission consisting of Messrs. Zarkasi, at that time a businessman in Jogjakarta, Wiwoho, now ambassador in Belgium, and Sastrodigdo, the former director of the state bank in Jogjakarta. Later a part of the gold jewellery, to a weight of 1 kg, was sent to the late Djohan Djohor in order to buy up the historic building, Pegangsaan Timur 56. Later, however, it turned out that the purchase of the building had already been completed, so that the late Djohan Djohor repaid the gold jewellery in money to the value of approximately Rp. 36,000. Now the "Fonds Nasional" is frozen, but the documents concerned are now available for inspection in Jogjakarta, although incomplete owing to the second Dutch military action, through which some of them were lost. The board of the former "Fonds Nasional" in Jogja included, among others, Messrs. Soekono, Zarkasi and Honggowongso. Other sections of the fund went astray during the second military action. "When the Dutch troops entered Jogja we tried to hide the said jewellery as much as possible, but a number of silver jewels were found by the Dutch at my house at Bedji 33 and taken along," said Mr. Sumanang. He himself was also arrested by the Dutch.
For guerrilla struggle
Mr. Sumanang further declared that he was later released by the Dutch forces. Fortunately nothing could be found out about the gold jewellery. The remaining gold and some silver jewellery, to a weight of about 1 kg and a value of Rp. 30,000 to Rp. 40,000, were used on my responsibility for financing the guerrilla actions against the Dutch forces that were occupying Jogja at that time. Because at that time one had to work in great secrecy, no clear accounting can be given on this, but there are still persons who are informed of it. Thus Colonel Abdul Latief Hendraningrat, the former military attaché in Washington, who at that time conducted the guerrilla war north of Jogja, can possibly be asked for information on the "Fonds Nasional."
Also the wife of Sajuti Melik, Mrs. Trimurti, could provide information on what happened with the fund, since her husband, when he was hit by a bullet during a guerrilla action, obtained the necessary medicines with money from this fund.
From this fund the reception ceremony for the return of the Sultan of Jogja after the withdrawal of the Dutch troops was also financed. The Sultan can therefore possibly provide some information on this. Furthermore the Antara correspondent Soekrisno, who at that time also reported on some secret messages, among others those concerning the events at Bedji 33, can be called as a witness. Finally the former board members of the "Fonds Nasional" will provide the necessary information. In conclusion Mr. Sumanang said: "All responsibility with regard to the gold jewellery that was handed over to the national fund rests on my person, and Hatta stands entirely outside it. If account has to be asked, then I am the only person who qualifies for it and not Hatta."