Nederlandse zuiveringsactie op Zuid-Celebes (Dutch purge action in South Celebes)
Cleaned OCR text (Fair (0.753); proof-reading: whole text (Claude, Oct 2026)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
„Vrij Nederland" publiceert een opzienbarend artikel over de Nederlandse zuiveringsactie op Zuid-Celebes, gestaafd met een [Unreadable] onder ede afgelegde verklaringen. [Unreadable] lugubere bijzonderheden worden verteld over de wijze waarop deze actie door Nederlandse militairen is gevoerd. In ons [Unreadable] artikel van gisteren wordt deze kwestie [Unreadable] aangesneden; wij geven hier de hoofdzaken van het „Vrij Nederland"-artikel weer, alleen in hun samenvatting en met weglating van de gruwelijke details. Vooraf gaat een stukje geschiedenis.
In Augustus 1945 keerden een aantal vertegenwoordigers van Celebes, n.l. Ratu Langie, Andi Pangeran en Andi Sultan Daeng Radja van een reis naar het eiland Java terug. Zij brachten het nieuws van de onafhankelijkheidsverklaring met zich mede. Overal verschenen ook op Celebes de rood-witte vlaggen en werd het Indonesia Raja gezongen. Er werd een Indonesisch bestuursapparaat ingesteld, met als hoofdpersonen [Unreadable] Langie, Tadjoeddin Noor en Nadjamoeddin Daeng Malewa. (De twee laatstgenoemden namen later zitting in het kabinet van de nieuwe staat Oost-Indonesië.)
De algemene toestand was rustig en afwachtend. Het bestuur verklaarde zich voor samenwerking op basis van de rede van Van Mook, gehouden te Sidney.
In September kwamen de Australiërs op het eiland. Commandant was de brigadier-generaal Ivan Dougherty en de Nederlandse officier die aan het commando toegevoegd was [Unreadable]. Al spoedig kwamen er conflicten. In October 1945 knalden een aantal Ambonnezen [Unreadable] neer die rood-wit droegen. Niettemin ging de bevolking door met zich te organiseren, o.m. in de Poesat Keselamatan Rakjat [Unreadable] (de P.K.R.S.). Zij overhandigden op 4 Januari 1946 een petitie aan de Australische generaal met het verzoek, die door te geven aan de UNO, waarin de vrijheid van [Unreadable] werd gevraagd en de aansluiting [Unreadable] republiek. De petitie werd echter niet [Unreadable], hoewel hij ondertekend was door circa 450 radja's, adathoofden, leiders van [Unreadable] maatschappelijke stromingen en [Unreadable] de nieuwe Nederlandse resident, Lion [Unreadable].
In December 1945 en Januari 1946 werden besprekingen gevoerd, waarbij besloten werd, in afwachting van de gebeurtenissen op Java, de status quo op Celebes te handhaven. Nieuwe conflicten braken echter uit. [Unreadable] werd gevangen genomen, van Java landden een aantal gewapende republikeinen die een actie op Celebes [Unreadable] (hun getal is verre overschat en [Unreadable] republikeinse penetraties zijn niet [Unreadable]). De onrust groeide, de Australiërs verdwenen, de politieke partij, de PNI, werd verboden en ook de PKRS en hun scholen gesloten.
Toen begonnen de Nederlanders op Celebes aan een grote schoonmaak-actie, ongeveer van December 1946 tot Februari/Maart 1947, [Unreadable] dat er meer dan 20.000 mensen bij gedood werden.
Een sombere lijst
Uit de gegevens die het blad ter beschikking staan, blijkt het volgende:
In de streek bij Palopo stierven ongeveer achtduizend mensen. [Unreadable] bestuursleden van de P.N.I. werden gevangen genomen en gedood zonder [Unreadable] te zijn.
Op [Unreadable] Januari 1947 werden bij de [Unreadable] van de President Soekawati te Makassar [Unreadable] Pare-Pare 23 mensen op de pasar [Unreadable], waaronder vele zonen van de [Unreadable] van de Radjah.
Op [Unreadable] Januari werden twee Radjahs gedood (Kareng Karoewisi en Kareng [Unreadable]), voordat hun zaak was onderzocht en voor zij gevonnist waren.
In de maanden Januari en Februari 1947 werden opnieuw een aantal mensen ter dood gebracht. Hier volgen als voorbeeld verschillende [Unreadable] gevallen:
Op 3 Maart 1947 werd Soeradi, hoofd van een vervolgschool, gevangen genomen. Hij werd ondervraagd, maar niet geloofd. Hij werd geslagen tot hij dood neerviel. Dit verslag werd gedaan door iemand, die [Unreadable] met hem in de cel heeft gezeten.
Op 12 Februari 194[Unreadable] werd Abdoel Wahab, onderwijzer aan een Mulo-school, opgebracht door luitenant Ritman. Wahab antwoordde, dat hij lid was geweest van [Unreadable] enkele vereniging. Hierna werd hij [Unreadable] en zijn lichaam werd aan een touw [Unreadable]. Het hele lichaam was bont en [Unreadable]. [Unreadable] ligt nu nog in het kampement [Unreadable] Madjene.
Op 10 Juni [Unreadable] werd Abdoel Rasah gepakt door [Unreadable] Ellywood van Madjene. De hele dag [Unreadable] aan een boom gebonden [Unreadable]. Vijftien dagen werd hij vastgehouden en veel geslagen. Daarna weer losgelaten, [Unreadable] beticht van [Unreadable]. Opnieuw gearresteerd. Zijn [Unreadable], die zwanger was, werd eveneens opgepakt en moest ongeveer 40 km langs steile [Unreadable] lopen.
Op 12 December 1946 richtte het bestuur van „Menara" (Vereniging tot regeling van volksbelang) te Makassar zich met een brief tot de assistent-resident van Makassar en tot de burgemeester, waarin zij [Unreadable] aantal misdrijven met naam en [Unreadable] noemde; de brief was ondertekend door [Unreadable] Gonggong Dg. Ngasa en L. Daeng Gas[Unreadable]. [Unreadable]veld gebracht waar velen werden mishandeld en doodgeschoten.
Wij vrouwen kunnen zeker niet vaststellen, wie er onder de vermoorden schuldigen waren of niet, dat is het recht en de plicht van de regering. Maar we zijn erg geschokt door de manier, waarop die zuivering door militairen geschiedde. Zuivering door militairen op deze wijze veroorzaakt een gevoel van vrees en haat bij het volk. Vrees omdat er geen enkele waarborg is om je ziel en bezittingen veilig te stellen. Haat, omdat de willekeurige handelingen alle grenzen van de godsdienst, menselijkheid en recht te buiten gaan.
Met deze brief bedoelen wij, vrouwen, geen protest in te dienen of bezwaren te opperen. Het is alleen maar onze bedoeling om U van die daden in kennis te brengen. Wij hopen dat deze handelingen uw aandacht mogen trekken en uw hart zullen ontroeren, zodat U stappen zult nemen om deze zaak in het reine te brengen, zoals de wens is van elk godsdienstig mens, bezield met gevoelens van menselijkheid en recht. Wij durven hier te voorspellen dat deze militaire handelingen de oorzaak ervan zullen zijn, dat onze samenleving hier nooit meer vredig en rustig zal worden. De geschiedenis van de militaire druk van Japan en Nazi-Duitsland tijdens de oorlog bewijst voldoende, dat rust en orde in een land niet bereikt kunnen worden door middel van het opwekken van gevoelens van vrees en haat, door middel van willekeurige handelingen, die niet gebaseerd zijn op godsdienst, menselijkheid en recht.
Wij brengen U de groet en de eerbied over van de vrouwen van Makassar. Namens de sociale vrouwenvereniging, Nj. Salawati Daud, Nj. Sikado Dg. Nai, Nj. Tjon[Unreadable], Nj. Ranrang Toea, Nona Djohoriah, Nj. Kasim, Nj. Maladjong.
Vrij Nederland besluit met dit naschrift: „Wij publiceren deze schriftelijke verklaringen zonder commentaar. Wij leggen ze in hun naaktheid aan 't Nederlandse volk voor. Wij zwijgen verder, spreken van gelijk noch ongelijk, maar vragen alleen dat het Nederlandse volk deze zaak ernstig genoeg zal nemen om haar voor onkreukbare rechters te brengen. En voor het overige herhalen wij de woorden, waarmee het voorlopige republikeinse bestuur van Celebes zich op 27 Januari 1946 tot het Nederlandse gezag wendde: „De Almachtige God zal hierover oordelen en uitmaken, wie verantwoordelijk gesteld moeten worden voor het vele leed, dat veroorzaakt werd, en zeer waarschijnlijk nog veroorzaakt zal worden."
English translation
=== [Page 1] ===
"Vrij Nederland" publishes a sensational article on the Dutch purge action in South Celebes, substantiated with a number of statements made under oath. Gruesome details are reported on the manner in which this action was conducted by Dutch soldiers. In our article of yesterday this question is touched upon; we reproduce here the main points of the "Vrij Nederland" article only in summary and omitting the gruesome details. A bit of history comes first.
In August 1945 a number of representatives of Celebes, namely Ratu Langie, Andi Pangeran and Andi Sultan Daeng Radja, returned from a journey to the island of Java. They brought with them the news of the declaration of independence. Soon the red-and-white flags appeared in Celebes too and "Indonesia Raya" was sung. An Indonesian administrative apparatus was set up, with as principal figures Ratulangie, Tadjuddin Noor and Nadjamuddin Daeng Malewa. (The latter two later took seats in the cabinet of the new State of East Indonesia.) The general situation was calm and orderly. The administration declared itself in favour of cooperation on the basis of the speech of Van Mook, held in Sydney.
In September the Australians came to the island. The commander was Brigadier-General Iwan Dougherty and the Dutch officer attached to the command was [Unreadable] Wagner. Soon conflicts arose. In October 1945 a number of Ambonese shot down persons wearing red-and-white. Nevertheless the population continued to organise itself, among others in the Pusat Keselamatan Rakjat Sulawesi (the P.K.R.S.). On 4 January 1946 they handed a petition to the Australian general with the request to pass it on to the UNO, in which the freedom of Celebes was asked for and affiliation with the Republic. The petition was not passed on, however, although it was signed by about 450 rajas, adat chiefs, leaders of social currents and [Unreadable] the new Dutch resident, Lion [Cachet?]. In December 1945 and January 1946 talks were held, in which it was decided to maintain the status quo in Celebes pending developments in Java.
New conflicts broke out, however. [Garbled] ... was taken prisoner; a number of armed republicans landed from Java, who [started?] an action on Celebes (their number is greatly overestimated and Republican penetrations are not [Unreadable]). Unrest grew, the Australians disappeared, the political party, the PNI, was banned and the PKRS and their schools also closed.
Then the Dutch on Celebes began a great cleansing action, from about December 1946 to February/March 1947, in which it appears that more than 20,000 people were killed.
A sombre list
From the data that the paper has at its disposal, the following appears: In the region near Palloppo about eight thousand people died; [various] administrators of the P.N.I. were taken prisoner and killed without [trial]. On 16 January 1947, during the attack on [the house] of the President Soekawati at Makassar and [in] Pare-Pare, 23 people were shot at the market, among them many sons of the [relatives] of the Raja. On [Unreadable] January two Radjahs were killed (Kareng Karoewisi and Kareng [Unreadable]) before their case had been investigated and before they had been sentenced. In 1947, in the months of January and February, again a number of people were put to death. Below follow several exceptional cases as examples: On 3 March 1947 Soeradi, head of a continuation school, was taken prisoner. He was interrogated but not believed. He was beaten until he fell down dead. This account was given by someone who had sat in the cell with him. On 12 February 1947 Abdoel Wahab, a teacher at a Mulo school, was brought in by Lieutenant Ritman. Abdul Wahab answered that he was a member of no association. After this he was beaten and his body was hung up by a rope. The whole body was motley [bruised]... lies now still in the camp [Unreadable]. On 16 June Abdoel Rasah was seized by Sergeant Ellywood of Madjene. The whole day he was tied to a tree full [Unreadable]. For fifteen days he was held and much beaten. Then released again, later accused of [Unreadable] action. Arrested again. His wife, who was pregnant, was likewise arrested and had to walk about 40 km along steep slopes. On 12 December 1946 the board of "[Unreadable]enara" (Association for the regulation of people's interests) in Makassar addressed a letter to the assistant resident of Makassar and to the mayor, in which it named a number of crimes with name and date; the letter was signed by [Unreadable] Daeng Ngasa and L. Daeng Gas[...] [...] field where many were maltreated and shot dead.
[The passage below is evidently from the letter of the women of Makassar:]
"We women can certainly not determine who among the murdered were guilty or not; that is the right and the duty of the government. But we are very shocked by the manner in which that purge was carried out by soldiers. A purge by soldiers in this manner causes a feeling of fear and hatred among the people. Fear because there is no guarantee at all for safeguarding your soul and possessions. Hatred because the arbitrary actions exceed all limits of religion, humanity and law.
With this letter we, women, do not intend to lodge a protest or raise objections. It is only our intention to inform you of those acts. We hope that these actions may attract your attention and move your heart, so that you will take steps to put this matter in order, as is the wish of every religious person animated by feelings of humanity and justice. We dare to predict here that these military actions will be the cause of our society here never becoming peaceful and quiet again. The history of the military pressure of Japan and Nazi Germany during the war proves sufficiently that peace and order in a country cannot be achieved by arousing feelings of fear and hatred, by arbitrary actions that are not based on religion, humanity and law.
We convey to you the greeting and respect of the women of Makassar. On behalf of the social women's association, Mrs. Salawati Daud, Mrs. Sikado Dg. Nai, Mrs. Tjonkenj, Mrs. Ranrang Toea, Miss Djohoriah, Mrs. Kasim, Mrs. Maladjong."
Vrij Nederland concludes with this postscript: "We publish these written statements without comment. We lay them in their nakedness before the Dutch people. We remain silent further, speak of neither right nor wrong, but ask only that the Dutch people take this matter seriously enough to bring it before incorruptible judges. And for the rest we repeat the words with which the provisional Republican administration of Celebes turned to the Dutch authorities on 27 January 1946: 'Almighty God will judge about this and determine who must be held responsible for the much suffering that was caused, and very probably will still be caused.'"