Gruwelen (Atrocities)
Cleaned OCR text (Good (0.881); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
Intussen, in de kleine uren van de nacht, waren Oentoengs meest meedogenloze ondergeschikten begonnen met de uitvoering van het allerbloedigste karwei: de afslachting van de hoogste leiders vart het leger. Boven aan de lijst van mensen, die vermoord moesten worden, stond de naam van generaal Ahrriad Jani, de opperbevelhebber van het leger en een vijand de communisten. Jani lag thuis in bod toen plot♦•scling het slot van zijn voordeur mot oen pi.«toolschot w«rd verbrijzeld..... Nog gekleed in pyjama ronde Jani door zijn huis,.waar hij geüniformeerde officieren van de presidentiële lijfwacht ontmoette. Zij waren gestuurd, zeiden zei, door Soekarno. Hij, Jani, moost onmiddeilijK met hen meekomen naar de president. Generaal Jani wantrouwde zowel de order zelf als de manier waarop die bij hem werd thuisgebracht. Hij weigerde. Er ontstond een kort gevecht on voor de ogen van zijn vrouw on enkele van zijn acht kinderen werd Jani in zijn eigen huiskamer doodgeschoten. Zijn lichaam werd in een tapijt gerold en vanaf het balkon in een beneden wachtende vrachtwagen gegooid. Voor Jani, zoals later zou blijken, was hot oen zachte dood. Van de anderen, die met hun leven moesten betalen voor de ambities van luitenant-kolonel Oentoeng, had alleen generaal Harjono geluk. Hij stierf een soldatendood. De anderen — do generaals Soeprapto, Parman, Pandjaitan on Soetojo — werden gevangen genomen, geboeid, in vrachtwagens gegooid naast de lijken van Jani on Harjono en naar de luchtmachtbasis Halim gebracht, ongeveer tien kilometer buiten Djakarta. Daar hadden zich, sinds drie uur in do nacht, enkele groepen communistische jongeren verzameld. Men had hun verteld dat zij „zich gereed moesten houden voor iets opwindends". Onder die groepen waren honderd leden van do Indonesische Organisatie van Communistische Vrouwen, genaamd GERWANI. Gedurende enkele maanden haddon zij zich voorbereid op eon kans als deze. Hun „training" had sexuele orgieën omvat en ook obscene ceremonies, tijdens welke zij de met bloed bezegelde eed moesten afleggen, dat zij bereid waren hun vijanden te mürtelen desnoods tot de dood toe. Een van die vrouwen was oen zekere mej. Djamilah, niet ouder dan vijftien jaar, maar volledig bedorven. In eon interview met de Djakarta Mail, gepubliceerd op 5 november, vertelde zij later op welke beestachtige wijze de vier generaals om het leven werden gebracht Dat gebeurde met kleino messen on scheermessen. Honderd vrouwen van de GERWANI namen beurtelings aan de martelingen dool. Een politieman, die vanuit oen schuilplaats ooggetuige was, vertelde later: „Het was iets uit'hot diepste van de hel. Niemand scheen nog enige menselijkheid bewaard te hebben". Mej. Djamilah bevindt zich thans in de gevangenis. Toen het bloedbad voorbij was werden de lijken in oen diepe waterput gegooid on bedekt met afval. Zij waren zo vreselijk verminkt dat zij later, toen zij worden opgegraven. alleen maar geïdentificeerd konden worden aan de hand van stukken kleding, ringen en polshorloges.
Vóór de coup hadden lerlen van de PKI op vele plaatsen in Indonesië alvast massagraven gegraven — voor hun tegenstanders, die na de coup zouden worden vermoord. In Bojojali (Java) kregen zij te slikken van hun eigen medicijn: bewaakt door het leger moesten zij 24 uur in die massagraven zitten, zonder drank en voedsel. Daarna werden zij in de gevangenis gegooid. Elders in Indonesië kwamen honderdduizenden communisten — of wat daarvoor doorging — er heel wat minder goed af; zij werden zonder vorm van proces vermoord, hetzij door het leger, hetzij door moslims.
English translation
=== [Page 1] ===
Atrocities
Meanwhile, in the small hours of the night, Oentoeng's most ruthless subordinates had begun carrying out the bloodiest job of all: the slaughter of the highest leaders of the army. At the top of the list of people who had to be murdered stood the name of General Ahmad Jani [Yani], the commander-in-chief of the army and an outspoken enemy of the communists. Jani was lying at home in bed when suddenly the lock of his front door was shattered with a pistol shot...
Still dressed in pyjamas, Jani ran through his house, where he met uniformed officers of the presidential bodyguard. They had been sent, they said, by Soekarno. He, Jani, had to come with them immediately to the president. General Jani distrusted both the order itself and the manner in which it was brought to him at home. He refused. A short fight ensued and before the eyes of his wife and some of his eight children Jani was shot dead in his own living room. His body was rolled in a carpet and thrown from the balcony into a lorry waiting below. For Jani, as would later appear, it was a gentle death. Of the others who had to pay with their lives for the ambitions of Lieutenant-Colonel Oentoeng, only General Harjono was lucky. He died a soldier's death. The others — the generals Soeprapto, Parman, Pandjaitan and Soetojo — were taken prisoner, handcuffed, thrown into lorries next to the bodies of Jani and Harjono and brought to the air force base Halim, about ten kilometres outside Djakarta. There, since three o'clock in the night, several groups of communist youths had gathered. They had been told that they "had to hold themselves ready for something exciting". Among those groups were a hundred members of the Indonesian Organisation of Communist Women, called GERWANI. For several months they had prepared for a chance like this. Their "training" had included sexual orgies and also obscene ceremonies, during which they had to take the oath, sealed with blood, that they were prepared to torture their enemies even to death if necessary. One of those women was a certain Miss Djamilah, not older than fifteen years, but completely depraved. In an interview with the Djakarta Mail, published on 5 November, she later told in what bestial manner the four generals were killed. That happened with small knives and razor blades. A hundred women of the GERWANI took turns taking part in the tortures. A policeman who was an eyewitness from a hiding place told later: "It was something from the depths of hell. Nobody seemed to have retained any humanity." Miss Djamilah is now in prison. When the bloodbath was over the bodies were thrown into a deep well and covered with refuse. They were so terribly mutilated that later, when they were dug up, they could only be identified by pieces of clothing, rings and wristwatches.
Before the coup, leaders of the PKI had in many places in Indonesia already dug mass graves — for their opponents, who were to be murdered after the coup. In Bojolali (Java) they had to swallow their own medicine: guarded by the army they had to sit 24 hours in those mass graves, without drink and food. Afterwards they were thrown into prison. Elsewhere in Indonesia hundreds of thousands of communists — or what passed for such — fared considerably worse; they were murdered without any form of trial, either by the army or by Muslims.