Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-00867

Maar hoe is de werkelijkheid? (reisverslag over arbeiders in Indonesië)

Cleaned OCR text (Fair (0.851); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

T^R zijn echter duizend en èên andere ■*-• dingen in het Rük der Duizend Eilanden, die tonen welke de gevolgen zijn van de ruim 300 jaar lange Nederlandse onderdrukking, die laten zien, dat Indonesië, ondanks de souvereiniteitsverklaring, nog niet vrij, nog niet onafhankelü'k is en dat de rükdommen van het land nog niet aan het Indonesische werkende volk ten goede komen. Daar zün in de eerste plaats de vgftien millioen werklozen^i^^d^groo^ ste ellende levenH leven de Indo-1 arbeiders, I heb-H ben nog te werken, I beter? Wat I ver-1 Indonesië, I ter gele-H genheid van de Na-H tionale Conferentie H van de grootste In-H donesische Vakeen- H de SOBSI,■ van hun levens- enH arbeidsvoorwaarden H hebben isH bijna niet onder woorden te brengen. Wü hebben hen zien werken in fabrieken en werkplaatsen. Wü hebben hen gezien in hun huizen waar zü wonen en wij hebben ook de tallozen gezien die zelfs geen huis hebben om in te wonen, die in portieken en in de goot lagen te slapen. B.v. in Djakarta ziet men hen zich voor de nacht „installeren" in portieken van grote zaken. Op enkele tientallen meters afstand van het grootste en duurste hotel van Djakarta, het hotel waar diplomaten en rijke toeristen plegen te verkeren, zagen wij vrouwen en mannen „beschut" door een soort arcade die daar tegen een aantal winkels is aangebracht, liggen slapen. Bezoek aan pannenfabriek WIJ bezochten o.a. een pannenfabriek te Djakarta. Een gieterü, waar een soort pannen wordt gegoten, die het beste zijn te vergelijken met onze Hollandse juspannen. De fabriek bestond uit een grote loods, waar een tweetal smeltovens stond. De arbeiders, geholpen door jongens, die op de schoolbanken thuishoorden, liepen snel heen en weer tussen de vormen, die overal op de lemen vloer verspreid lagen, en de ovens. Met twee man droegen zy een soort bak, die telkens b\j de oven gevuld werd met het gloeiende, vloeibare metaal. Dit gevaarlijke, ongezonde werk verrichtten zij op blote voeten, met slechts enkele lompen aan het lijf... Een dergelüke toestand zagen wü in een glasblazerij in Djakarta. Toen wü deze glasblazerij binnentraden, moesten ■wij onwillekeurig denken aan de beschrijvingen, die wü hadden gelezen over de glasblazerijen in de 18e en 19e eeuw. Het waren niet alleen de onbeschrüflijke toestanden in de fabriek, die ons daaraan deden denken, doch ook de lonen, die deze arbeiders met dit zware en ongezonde werk verdienen. Het loon van een volwassen arbeider op zon fabriek bedraagt ongeveer drie rupiah (staat geluk aan 1 gulden) per dag. Om dit salaris te krflgen, hebben de Indonesische arbeiders harde, langdurige strijd moeten voeren. Een strijd die zij voortzetten en voortdurend versterken, want het is duidelük dat een arbeider van 3 rupiah per dag zijn gezin niet kan onderhouden. In 1953 werd vastgesteld, dat voor de kosten van het levensonderhoud per dag een minimumbedrag van 11,52 rupiah nodig was. De huur van arbeiderswoningen, b.v. in Tandjong Priok, bedraagt 90 rupiah per maand. De grote ellende heeft voor het Indonesische volk funeste gevolgen. Er is o.a. vastgesteld, dat er jaarlijks -— en hierbij spelen zowel de grote armoede als het ontstellend tekort aan medische hulp een rol — 35.000 vrouwen by de bevalling sterven. De kindersterfte van kinderen beneden de 2 jaar bedraagt 600.000 per jaar. Bij de bestudering van het „Leerboekje der Arbeidersbeweging deel IV"; het tweede deeltje in de zelfstudie over Het Koloniale Vraagstuk. Kinderarbeid Deze lage lonen zün ook de voornaamste oorzaak van het feit, dat de kinderen zodra zü tot een of ander werk in staat worden geacht, al is dit op een leeftüd waarop zü naar school behoren te gaan, moeten werken. Zü moeten trachten iets te verdienen, om het tekort in het gezin iets kleiner te maken. Bestaat er ir.^^^^m verbod van kinderarbeid? O zeker. De Indonesische Republiek heeft reeds een dergelijke wet, zelfs heeft zg reeds een aantal ambtenaren om het naleven van deze wet te controleren. Doch daarvan bemerkt men in de praktük naren, dat tot taak niets. Het aantal ambteheeft de controle op kinderarbeid door te voeren, is zo klein, dat zü, zelfs als zü hun taak willen doorvoeren, dit niet met resultaat kunnen doen, gezien het grote ressort dat elke ambtenaar moet bestreken. Daarbij komt, dat tot nu toe geen ernstige pogingen zün gedaan om dit kwaad uit te roeien. Wü zün overigens van mening, dat de eerste en voornaamste voorwaarde hiertoe is, de arbeiders een zodanig loon te geven, dat zij hun gezinnen kunnen onderhouden en hun kinderen naar school sturen. Opvallend groot is het aantal kinderen dat men overal ziet werken. Kinderarbeid, kinderuitbuiting in de eeuw van „beschaving". Kinderarbeid, voor de afschaffing waarvan de arbeiderklasse reeds lang strüdt. In Indonesië bestaat nog de meest gruwelijke kinderuitbuiting. Wij zagen hen werken onder de afgrijselijkste omstandigheden. B.v. zagen wij meisjes van ongeveer acht jaar op de droogkamer van een batikfabriek werken. Deze batikfabriek was gevestigd in de kampong Menteng te Djakarta, niet te verwarren met de voorname villawü'k van dezelfde naam. De kampong ligt wel vlak bij deze wük, doch men zal er tevergeefs naar villa's of naar stenen huizen zoeken. Een kampong is eigenlük een klein dorp, in de steden gelegen. De huizen zijn van gevlochten bamboe; de „straten" in de meeste gevallen ongeplaveid, in de regentijd lijken het modderige beken. Kinderen in giftige dampen TVEZE droogkamer nu lag boven de *-* loods waar werd gebatikt. D.w.z. boven de loods waar de gehele dag de verfpotten op het vuur staan en giftige dampen omhoog stygen. Het plafond van de loods, tegelijkertijd de vloer van de droogkamer, is gemaakt van gevlochten bamboe. Deze kinderen ademen dus de gehele dag deze giftige dampen in. Is het een wonder, dat deze kinderen er oud uit zagen? Zou dat niet ook het geheim zyn, dat „de Indonesiërs over het algemeen", zo zeggen de burgeriyke Indië-kenners „zo vlug oud worden". Er is in Indonesië echter nog een ander soort kinderuitbuiting, die nog gruwelijker is. Op elk uur van de dag of van de nacht, ziet men kinderen langs de straten in de steden lopen. Deze kinderen zün meestal gekleed in lompen. Zij vallen op, doordat zü een zware houten bak met een riem om hun nek dragen. Op deze bak, die zeker voor kinderen veel te zwaar is, ligt allerhande koopwaar, snoep, sigaretten enz. Deze kinderen voeren een zware strijd om het bestaan. Zodra er een mogelijke klant in het gezicht komt, gaat het er om wie het eerste bü hem is en hem iets kan verkopen. Daarvoor geldt het recht van de sterkste, de vlugste en de slimste. Deze kinderen worden op misdadige wüze uitgebuit. De koopwaar is namelÜk het eigendom van gewetenloze kooplieden. Deze laatsten zijn het, die het meest aan de koopwaar verdienen. De kinderen verdienen vaak niet genoeg om zich zat te eten. Velen van hen hebben geen tehuis. Men ziet hen dan in vroege ochtenduren bij elkaar hokken, wat slapen en gokken... Een dak boven het hoofd- "E1 EN andere categorie arbeiders, die meedogenloos wordt uitgebuit, zijn de betjak-bestuurders. Een betjak is een bakfiets, waarop inplaats van een laadbak, een zitje voor een of twee personen is aangebracht. Er is een kap op om de passagiers tegen de tropische regenbuien te beschermen, er kan ook aan de voorzyde een zeiltje worden gespannen. De bestuurder zit echter nooit droog. De regen slaat hem op het lijf, dat meestal slechts met een interlockje is bedekt. Zoals wij in Nederland taxi-chauffeurs kennen, de z.g. „eigen rijders" dus mensen die eigenaar van het voertuig zün, zün er ook eigen-rüders onder de betjak-bestuurders. Dat zijn evenwel uitzonderingen. Büna altijd zijn de betjaks eigendom van ondernemers, die de wagentjes verhuren, per dag, per etmaal of per week. De ondernemer is dus altüd zeker, dat zyn wagen geld opbrengt. De bestuurder niet, die moet de gehele dag „snorren" om in taxi-taal te blüven. En als hij niet genoeg heeft verdiend om te eten, dan is dat zijn zaak, de betjak moet betaald worden. Ook onder de betjak-bestuurders zijn er die geen huis hebben. Doch hij heeft het „voordeel" als hij tenminste over het wagentje kan beschikken, dat hü 's nachts een dak boven het hoofd heeft. Wü zagen hen staan 's nachts, in de tuin van ons hotel, toen de hoteleigenaar naar bed was en hem dus niet meer wegjoeg, er geen klanten meer waren of hij te moe was nog een vrachtje' te doen. De kap omhoog, het zeiltje ervoor... Toch is er een groot verschil tussen deze betjak-bestuurders en de jongens, die wij beschreven. Deze jongens, die met hun koopwaar bij nacht en ontij langs de weg lopen, staan aan alle gevaren bloot, verpaupering en alles wat dit met zich mee brengt. De betjak-bestuurders zijn in veel grotere mate bewuste arbeiders. Dat bewijst het feit, dat zü een sterke vakbond hebben, die is aangesloten bü de 2% millioen leden tellende Indonesische vakcentrale de SOBSI. Men ziet hen ook in groten getale bü demonstraties, meetings, enz. Nederlandse werkers solidair AL deze feiten laten zien, dat de levens- en arbeidsvoorwaarden van de Indonesische arbeiders nog zeer slecht zijn. De Republiek Indonesië is nog geen zelfstandige staat. De Nederlandse en Amerikaanse imperialisten hebben Indonesië nog niet verlaten Zü zün het, die nog steeds de vruchten plukken van het rijke Indonesië Zü zfln het die er belang bü hebben, dat de Indonesische arbeiders en werkende boeren worden geterroriseerd door benden en gespuis. Doch de Indonesische arbeiders en boeren willen vrijheid. Zü willen geen slaven meer zijn, noch van Nederlandse, Japanse, Amerikaanse of Indonesische imperialisten. Zü strijden voor hun vrüheid en de onafhankelijkheid van hun land, zij weten, dat de eerste voorwaarde voor succes in deze strüd is, de eenheid van alle werkers. Zü smeden deze eenheid met enthousiasme en scharen zich daarbü steeds nauwer om de aanvoerster in deze strfld, de. Communistische Partij van Indonesië en de grootste massaorganisatie van het land, de SOBSI, aaneen. De Indonesische werkers kunnen in hun strijd rekenen op de steun en de solidariteit van de Nederlandse werkers. Zy en wy staan tegenover dezelfde vyand: het Nederlandse imperialisme. Een overwinning voor hèn is, een overwinning voor óns. En zo is het ook omgekeerd. Deze gemeenschap van belangen smeedt de Indonesische en de Nederlandse arbeidersklasse aaneen tot een recht, broederiyk blok, dat tezamen de uiteindeiyke overwinning, de vryheid voor Indonesië èn Nederland zal bevechten. MAK MEYER Wassen aan de kali.' Door de schaarste aan helder, zuiver water — dat alleen wordt gebruikt om te drinken — zijn de Indonesische vrouwen genoodzaakt het wasgoed in het drabbige water van de stroompjes te „reinigen". Een straat.

English translation

=== [Page 1] === BUT WHAT IS THE REALITY? [Translator's note: the opening of the article is damaged in the OCR; an extract from a travel report by Mak Meyer on a visit to Indonesia after the SOBSI National Conference.] There are, however, a thousand and one other things in the Realm of the Thousand Islands that show what the consequences are of the more than 300 years of Dutch oppression, that show that Indonesia, despite the declaration of sovereignty, is not yet free, not yet independent and that the riches of the country do not yet benefit the Indonesian working people. There are in the first place the fifteen million unemployed [Unreadable] the greatest misery [Unreadable] live the Indonesian [Unreadable] workers [Unreadable] on the occasion of the National Conference of the largest Indonesian trade union centre, SOBSI, [Unreadable] of their living and working conditions [Unreadable] can hardly be put into words. We have seen them working in factories and workshops. We have seen them in their homes where they live and we have also seen the countless who do not even have a house to live in, who lay sleeping in doorways and in the gutter. E.g. in Djakarta one sees them "install themselves" for the night in the doorways of large shops. A few dozen metres from the largest and most expensive hotel in Djakarta, the hotel where diplomats and rich tourists are wont to stay, we saw women and men lying asleep "sheltered" by a kind of arcade attached there to a number of shops. Visit to a pan factory We visited, among others, a pan factory in Djakarta. A foundry where a kind of pans is cast that can best be compared with our Dutch gravy pans. The factory consisted of a large shed in which stood two melting furnaces. The workers, helped by boys who belonged on school benches, ran quickly back and forth between the moulds, which lay scattered all over the clay floor, and the furnaces. Two men at a time carried a kind of bin that was each time filled at the furnace with the glowing, liquid metal. This dangerous, unhealthy work they performed barefoot, with only a few rags on their bodies... A similar situation we saw in a glassblowing works in Djakarta. When we entered this glassworks we could not help thinking of the descriptions we had read about the glassworks of the 18th and 19th century. It was not only the indescribable conditions in the factory that made us think of it, but also the wages that these workers earn with this heavy and unhealthy work. The wage of an adult worker in such a factory amounts to about three rupiah (equal to 1 guilder) per day. To obtain this salary the Indonesian workers have had to wage a hard, long struggle. A struggle that they continue and constantly strengthen, for it is clear that a worker on 3 rupiah a day cannot support his family. In 1953 it was established that a minimum amount of 11.52 rupiah per day was needed for the cost of living. The rent of workers' houses, e.g. in Tandjong Priok, amounts to 90 rupiah per month. The great misery has disastrous consequences for the Indonesian people. It has been established, among other things, that every year – and here both the great poverty and the appalling shortage of medical help play a role – 35,000 women die in childbirth. Infant mortality of children under 2 years amounts to 600,000 per year. [Caption:] In studying the "Textbook of the Labour Movement part IV"; the second booklet in the self-study on The Colonial Question. Child labour These low wages are also the main cause of the fact that the children, as soon as they are considered capable of some work, even at an age at which they ought to be at school, must work. They must try to earn something to make the shortfall in the family somewhat smaller. Is there a ban on child labour? Oh certainly. The Indonesian Republic already has such a law, it even already has a number of officials to supervise compliance with this law. But in practice one notices nothing of it. The number of officials whose task it is to carry out the supervision of child labour is so small that they, even if they want to carry out their task, cannot do so with results, given the large area that each official has to cover. In addition, so far no serious attempts have been made to root out this evil. We are of the opinion, moreover, that the first and foremost condition for this is to give the workers a wage such that they can support their families and send their children to school. Remarkably large is the number of children one sees working everywhere. Child labour, child exploitation in the century of "civilisation". Child labour, for the abolition of which the working class has long been fighting. In Indonesia the most horrible child exploitation still exists. We saw them working under the most dreadful conditions. E.g. we saw girls of about eight years working in the drying room of a batik factory. This batik factory was located in the kampong Menteng in Djakarta, not to be confused with the distinguished villa district of the same name. The kampong does lie right next to this district, but one will look in vain there for villas or stone houses. A kampong is actually a small village situated in the cities. The houses are of woven bamboo; the "streets" in most cases unpaved, in the rainy season they look like muddy brooks. Children in poisonous fumes This drying room lay above the shed where batik work was done. That is, above the shed where all day the dye pots stand on the fire and poisonous fumes rise. The ceiling of the shed, at the same time the floor of the drying room, is made of woven bamboo. These children thus breathe in these poisonous fumes all day. Is it a wonder that these children looked old? Might that not also be the secret of why "the Indonesians in general", as the bourgeois Indies experts say, "grow old so quickly". In Indonesia, however, there is yet another kind of child exploitation that is even more horrible. At every hour of the day or night one sees children walking along the streets in the cities. These children are mostly dressed in rags. They stand out because they carry a heavy wooden tray on a strap around their neck. On this tray, which is certainly far too heavy for children, lies all sorts of merchandise, sweets, cigarettes etc. These children wage a hard struggle for existence. As soon as a possible customer comes into view, the point is who is first with him and can sell him something. The right of the strongest, the quickest and the cleverest applies there. These children are exploited in a criminal way. The merchandise is namely the property of unscrupulous merchants. It is the latter who earn most from the merchandise. The children often do not earn enough to eat their fill. Many of them have no home. One sees them in the early morning hours huddled together, sleeping a little and gambling... A roof over the head Another category of workers that is ruthlessly exploited are the betjak drivers. A betjak [becak] is a cargo tricycle on which, instead of a loading box, a seat for one or two persons has been fitted. There is a hood to protect the passengers against the tropical rain showers, a little sail can also be stretched across the front. The driver, however, never sits dry. The rain beats on his body, which is mostly covered only with a vest. Just as we know taxi drivers in the Netherlands, the so-called "own drivers", that is people who own the vehicle, there are also own-drivers among the betjak drivers. Those, however, are exceptions. Almost always the betjaks are the property of entrepreneurs who rent out the little carts, by the day, by the 24 hours or by the week. The entrepreneur is thus always sure that his cart brings in money. The driver is not; he must "buzz about" all day, to stay in taxi language. And if he has not earned enough to eat, that is his business, the betjak must be paid. Among the betjak drivers too there are those who have no house. But he has the "advantage", if he can at least dispose of the little cart, that at night he has a roof over his head. We saw them standing at night in the garden of our hotel, when the hotel owner had gone to bed and thus no longer chased them away, there were no more customers or he was too tired to do another fare. The hood up, the little sail in front... Yet there is a great difference between these betjak drivers and the boys we described. These boys, who walk along the road with their merchandise in all weathers, are exposed to all dangers, pauperisation and everything that this brings with it. The betjak drivers are to a far greater extent conscious workers. That is proved by the fact that they have a strong trade union, which is affiliated to the Indonesian trade union centre SOBSI with its 2 1/2 million members. One also sees them in large numbers at demonstrations, meetings, etc. Dutch workers in solidarity All these facts show that the living and working conditions of the Indonesian workers are still very bad. The Republic of Indonesia is not yet an independent state. The Dutch and American imperialists have not yet left Indonesia. They are the ones who still reap the fruits of rich Indonesia. They are the ones who have an interest in the Indonesian workers and working peasants being terrorised by gangs and riff-raff. But the Indonesian workers and peasants want freedom. They no longer want to be slaves, neither of Dutch, Japanese, American nor Indonesian imperialists. They fight for their freedom and the independence of their country, they know that the first condition for success in this struggle is the unity of all workers. They forge this unity with enthusiasm and in doing so rally ever more closely around the leader in this struggle, the Communist Party of Indonesia, and the largest mass organisation of the country, SOBSI. The Indonesian workers can count in their struggle on the support and solidarity of the Dutch workers. They and we face the same enemy: Dutch imperialism. A victory for them is a victory for us. And so it is vice versa. This community of interests forges the Indonesian and the Dutch working class together into a straight, fraternal bloc, which together will fight for the ultimate victory, freedom for Indonesia and the Netherlands. MAK MEYER [Captions:] Washing at the kali [stream]. Owing to the scarcity of clear, pure water – which is used only for drinking – Indonesian women are compelled to "clean" the laundry in the murky water of the streams. / A street.