Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-00884

De gebeurtenissen in Indonesië (slot)

Cleaned OCR text (Good (0.92); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

TN onze voorgaande artikelen -*- over Indonesië behandelden we achtereenvolgens de rebellie in het leger, de samenstelling en de daden van de regering-Harahap en de ontvangst ervan in de bladen van het Nederlandse groot-kapitaal en in Den Haag. Uit dat alles bleek duidelijk, dat de putsch ter vervanging van de regering-Ali Sastroamidjojo door de regering-Harahap, is doorgevoerd in het belang van het buitenlandse kolonialisme, met voorop het Nederlandse. Onze artikelen over Indonesië zouden echter onvolledig zijn, wanneer we het hierbij zouden laten. Het is nodig er op te wijzen, dat de regering-Harahap, hoewel zij een ernstige terugstap betekent en grote gevaren inhoudt, niet almachtig is. Zij doet wel gaarne wat minister Luns prijst, maar zij blijkt daartoe niet steeds in staat te zijn. Het optreden van deze regering stoot n.l. op grote tegenkrachten. Waarin komen die tegenkrachten tot uiting?, O.a. in het volgende Nemen we bijv. in de eerste plaats het feit, dat de regering geweigerd heeft vóór de verkiezingen voor het parlement te verschijnen. Eén van de redenen, daarvan is geweest haar vrees, dat een aantal parlementsfracties, wier partijen ministers in het kabinet hebben, aan Burhanuddin Harahap hun stem zouden onthouden. Nemen we verder de pogingen van de regering-Harahap om de verkiezingen uit te stellen. Deze pogingen zijn mislukt omdat zij op een ondoordringbare muur van tegenstand stootten. Deze tegenstand kwam ook in het kabinet zelf tot uiting. Zo berichtte de „Berita Indonesia" op 25 Augustus j.l. dat de partijen, die ook aan de regering van Ali Sastroamidjojo deelnamen, een overeenkomst hadden aangegaan om hun ministers uit het kabinet van Harahap terug te trekken, wanneer deze de verkiezingen zou uitstellen. Daarvóór, op de 17e Augustus, de tiende verjaardag van de Augustus-revolutie. had President Sukarno een ieder, die de verkiezingen wilde tegenwerken, een verrader van de Republiek en van de democratie genoemd. XJET falen van de pogingen om J--*- de verkiezingen uit te stellen werd door één van de secretarissen van de PKI (de Indonesische Communistische Partij), Lukman, als volgt verklaard: „Door de eenheid van alle democratische partijen en groeperingen, vanaf President Sukarno tot aan de arbeiders in de fabrieken en de boeren in de dessa's zijn de pogingen van de regering-Harahap om de verkiezingen uit te stellen, mislukt. Dit is een overwinning van de democratische krachten op de Masjumi-PSI en de federalisten". Nemen we verder het feit, dat de Indonesische woordvoeder in de UNO pleitte voor opneming van de kwestie Nieuw-Guinea op de agenda. Dit is gebeurd ondanks het feit, dat na de bespreking van minister Luns met de minister van Buitenlandse Zaken van de Harahap-regering, Anak Agung, de pers berichtte, dat deze regering bereid zou zijn niet aan te dringen op behandeling van dit onderwerp in de huidige Algemene Vergadering der Verenigde Naties. Ongetwijfeld was deze regering daartoe bereid. Maar zij is niet bij machte geweest die bereidheid in de daad om te zetten. Zij was — ondanks zichzelf en tegen zichzelf — gedwongen om te pleiten voor behandeling van de kwestie Nieuw- Guinea. De Indonesische permanente gedelegeerde bij de UNO Sudjarwo, zei daarbij 0.a., dat een uitstel van deze behandeling een gevaar voor verslechteringen van de betrekkingen van Indonesië met Nederland kan opleveren. Volgens de correspondent van Het Parool bij de UNO doelde hij hiermee „op de kans, dat bij een weigering van de UNO om de kwestie Nieuw-Guinea te behandelen deze het huidige kabinet in gevaar zou kunnen brengen, en dat een mogelijke volgende regering minder geneigd zou blijken tot toenadering." De wil van het Indonesische volk dwong hier dus de regering-Harahap een beslissing te nemen, die regelrecht tegen haar eigen doeleinden en die van minister Luns indruist. Het Indonesische volk is één in zijn eis, dat Nieuw-Guinea aan de Republiek moet worden overgedragen. Nog onlangs verklaarde Prof. dr. C. D. de Langen, oud-hoogleraar in de interne geneeskunde te Utrecht, na zgn terugkeer uit Indonesië in een interview aan de pers: „Ik heb geen Indonesiër gesproken, die begreep waarom Nederland Nieuw-Guinea vasthoudt. Allen zijn er verontwaardigd over. Het is een nationaal probleem, diep uigegroeid." Er zijn nog enkele andere feiten, die aantonen, dat het pad van de regering-Harahap niet „over rozen" gaat. Bijvoorbeeld, zelfs onder de leden van de Masjumi-partij van premier Harahap is er grote tegenstand tegen de deehiame van de Masjumi aan deze regering, omdat Door,„, COR GEUGJES, ilid van de Eerste Kamer der Staten Generaal daarin ook de zgn. federalisten zitting hebben. In ons eerste artikel schreven we reeds wie er onder federalisten worden verstaan. Dat zijn zij, die eertijds aan het hoofd stonden van de door de Nederlandse regering opgerichte marionettendeelstaten, waarvan het doei was de Republiek te ondermijnen en te breken. Diezelfde tegenstand is ook waar te nemen in andere regeringspartijen. B.v. de afdeling Surabaja, dat wil zeggen de sterkste afdeling van de P.R.1., heeft zich nadrukkelijk tegen de ministerpost van haar leider Sutomo uitgesproken. TTET is uit het bovenstaande dvi■*•-* delijk, dat het Indonesische volk zich'niet bij de putsch, die de regering-Ali Sastroamidjojo omverwierp, heeft neergelegd. Bij zijn strijd tegen de doeleinden van de buitenlandse imperialisten en do met hen verbonden binnenlandse reactie beschikt het Indonesische volk over enorme, georganiseerde krachten. Dat moge alleen reeds blijken uit de stormachtige ontwikkeling, die de organisaties der arbeiders, boeren en andere nationale krachten in de laatste jaren hebben doorgemaakt. De PKI is in enkele jaren uitgegroeid tot een partij met niet minder dan 500.000 leden. De SOBSI is, na 8 jaar, met haar bijna 3 millioen leden tot de sterkste vakcentrale geworden. Er zijn verder da BTI (Indonesische Boerenbond), de Pemuda Rakjat (jeugdbeweging), de Gerwani (vrouwenbeweging), die alle zeer grote aantallen leden in hun rijen tellen. En tenslotte zijn er de voorlopige uitslagen van de verkiezingen, die de weerstand en het verzet van het Indonesische volk tegen de regering-Harahap en haar Buitenlandse inspirators tot uitdrukking brengen. Deze voorlopige uitslagen zijn de lezer bekend. Zij geven een overwinning aan voor de nationale krachten en een nederlaag voor de Masjumi, terwijl over de PSI van Sjahrir op een waarlijk vernietigende wijze het vonnis is geveld. Deze voorlopige uitslagen maken één ding duidelijk. Het Indonesische volk wil vrij zijn en onafhankelijk. Het haat het kolonialisme. Het wil een regering met een vredelievende buitenlandse politiek, een politiek, die gericht is op het naast-elkaarbestaan der verschillende maatschappelijke stelsels in de wereld* Het wil gelijkheid voor alle volkeren, voor alle rassen, voor alle naties. Het wil goede betrekkingen met alle landen, ook met Nederland, maar het wil die op voet van gelijkheid en gelijkwaardigheid. T"\E voorlopige verkiezingsuitsla- J-^ gen stemmen de vrienden van Indonesië hoopvol en vol vertrouwen over de krachten van het Indonesische volk en over de weg die het zal gaan. Maar diezelfde uitslag wekt teleurstelling, verbittering en wilde haat onder diegenen, die Indonesië als bron van winst en uitbuiting willen behouden. Sinds de Augustus-revolutie in 1945 hebben de buitenlandse imperialisten poging na poging ondernomen om de opmars van de nationale beweging tot staan te brengen. Deze pogingen vonden in de laatste jaren een climax in de omverwerping van de regering-Ali Sastroamidjojo vlak vóór de eerste algemene verkiezingen in de geschiedenis van het Indonesische volk. Het lijdt geen twijfel, dat de Nederlandse en andere buitenlandse kolonialisten hun pogingen niet zullen opgeven en naar nieuwe middelen zullen zoeken om in Indonesië de klok terug te zetten. Zij schaden daarbij tegelijkertijd de belangen van het Nederlandse volk in zeer ernstige mate. Het Nederlandse volk heeft geen belang bij het verwijden van de kloof tussen Nederland en het Indonesische volk. Het heeft slechts belang bij een nauwe samenwerking op voet van gelijkheid en wederzijds voordeel. Hier vallen de belangen van het Indonesische en het Nederlandse volk samen. Een overwinning van het Nederlandse grootkapitaal, een overwinning van de politiek, die minister Luns ten opzichte van Indonesië wenst te voeren, versterkt de positie van deze politiek in Nederland. Een naderlaag daarentegen verzwakt deze positie. De strijd voor goede betrekkingen met Indonesië op voet van gelijkheid, de strijd tegen diegenen, die de koude oorlog willen doen terugkeren, de strijd tegen de Romme- Luns-politiek in Nederland, eisen een versterking van de daadwerkelijke solidariteit van het Nederlandse volk met dat van Indonesië. Indonesië en Nederland hebben één en dezelfde vijand: het Nederlandse imperialisme, dat ondergeschikt is aan het Amerikaanse. Het Nederlandse volk en in de eerste plaats de Nederlandse arbeiders staan daarom voor- de noodzaak de strijd in Indonesië voor nationale onafhankelijkheid en vrede te ondersteunen! Onophoudelijk, met alle middelen en met alle energie!

English translation

=== [Page 1] === In our preceding articles about Indonesia we dealt successively with the rebellion in the army, the composition and deeds of the Harahap government and its reception in the papers of Dutch big capital and in The Hague. From all that it became clear that the putsch to replace the Ali Sastroamidjojo government by the Harahap government was carried out in the interest of foreign colonialism, with the Dutch in front. Our articles about Indonesia would, however, be incomplete if we left it at that. It is necessary to point out that the Harahap government, although it means a serious step backward and entails great dangers, is not all-powerful. It would gladly do what minister Luns praises, but it appears not always to be able to. The conduct of this government namely meets with great counter-forces. In what do these counter-forces find expression? Among other things in the following. Take for example in the first place the fact that the government refused to appear before parliament before the elections. One of the reasons for that was its fear that a number of parliamentary groups whose parties have ministers in the cabinet would withhold their votes from Burhanuddin Harahap. Take further the attempts of the Harahap government to postpone the elections. These attempts failed because they ran into an impenetrable wall of resistance. This resistance also found expression in the cabinet itself. Thus "Berita Indonesia" reported on 25 August that the parties that also took part in the government of Ali Sastroamidjojo had entered into an agreement to withdraw their ministers from the Harahap cabinet if it postponed the elections. Before that, on 17 August, the tenth anniversary of the August revolution, President Sukarno had called anyone who wanted to obstruct the elections a traitor to the Republic and to democracy. The failure of the attempts to postpone the elections was explained by one of the secretaries of the PKI (the Indonesian Communist Party), Lukman, as follows: "Through the unity of all democratic parties and groupings, from President Sukarno to the workers in the factories and the peasants in the dessas, the attempts of the Harahap government to postpone the elections have failed. This is a victory of the democratic forces over the Masjumi-PSI and the federalists." Take further the fact that the Indonesian spokesman in the UNO pleaded for inclusion of the New Guinea question on the agenda. This happened despite the fact that, after the discussion of minister Luns with the minister of Foreign Affairs of the Harahap government, Anak Agung, the press reported that this government would be prepared not to press for treatment of this subject in the present General Assembly of the United Nations. Undoubtedly this government was prepared to do so. But it has not been able to translate that readiness into deed. It was – in spite of itself and against itself – forced to plead for treatment of the New Guinea question. The Indonesian permanent delegate to the UNO, Sudjarwo, said among other things that a postponement of this treatment may involve a danger of deterioration of Indonesia's relations with the Netherlands. According to the correspondent of Het Parool at the UNO he meant by this "the chance that if the UNO refused to treat the New Guinea question this could endanger the present cabinet, and that a possible next government might prove less inclined to rapprochement." The will of the Indonesian people thus forced the Harahap government here to take a decision that runs straight against its own aims and those of minister Luns. The Indonesian people are one in their demand that New Guinea must be transferred to the Republic. Only recently Prof. Dr C. D. de Langen, former professor of internal medicine at Utrecht, declared in an interview with the press after his return from Indonesia: "I have not spoken to a single Indonesian who understood why the Netherlands holds on to New Guinea. All are indignant about it. It is a national problem, deeply rooted." There are a few other facts that show that the path of the Harahap government does not go "over roses". For example, even among the members of the Masjumi party of premier Harahap there is great opposition to the participation of the Masjumi in this government, because the so-called federalists also have seats in it. In our first article we already wrote who is understood by federalists. They are those who formerly stood at the head of the puppet states set up by the Dutch government, whose aim was to undermine and break the Republic. The same opposition can also be observed in other government parties. E.g. the Surabaja branch, that is to say the strongest branch of the P.R.I., has expressed itself emphatically against the ministerial post of its leader Sutomo. [Caption:] COR GEUGJES, member of the Senate of the States General It is clear from the above that the Indonesian people have not resigned themselves to the putsch that overthrew the Ali Sastroamidjojo government. In its struggle against the aims of the foreign imperialists and the domestic reaction allied with them, the Indonesian people have enormous, organised forces at their disposal. That may be evident from the stormy development that the organisations of workers, peasants and other national forces have undergone in recent years. The PKI has in a few years grown into a party with no fewer than 500,000 members. SOBSI, after 8 years, with its almost 3 million members has become the strongest trade union centre. There are further the BTI (Indonesian Peasants' Union), the Pemuda Rakjat (youth movement), the Gerwani (women's movement), which all count very large numbers of members in their ranks. And finally there are the provisional results of the elections, which express the resistance and opposition of the Indonesian people to the Harahap government and its foreign inspirers. These provisional results are known to the reader. They indicate a victory for the national forces and a defeat for the Masjumi, while on the PSI of Sjahrir the verdict has been pronounced in a truly annihilating way. These provisional results make one thing clear. The Indonesian people want to be free and independent. They hate colonialism. They want a government with a peace-loving foreign policy, a policy directed at the coexistence of the different social systems in the world. They want equality for all peoples, for all races, for all nations. They want good relations with all countries, also with the Netherlands, but they want those on a footing of equality and equivalence. The provisional election results make the friends of Indonesia hopeful and confident about the strength of the Indonesian people and about the road it will take. But the same result arouses disappointment, bitterness and wild hatred among those who want to keep Indonesia as a source of profit and exploitation. Since the August revolution in 1945 the foreign imperialists have made attempt after attempt to halt the advance of the national movement. These attempts found in recent years a climax in the overthrow of the Ali Sastroamidjojo government just before the first general elections in the history of the Indonesian people. There is no doubt that the Dutch and other foreign colonialists will not give up their attempts and will seek new means to turn back the clock in Indonesia. In doing so they at the same time harm the interests of the Dutch people to a very serious degree. The Dutch people have no interest in widening the gulf between the Netherlands and the Indonesian people. They have an interest only in close cooperation on a footing of equality and mutual benefit. Here the interests of the Indonesian and the Dutch people coincide. A victory of Dutch big capital, a victory of the policy that minister Luns wishes to pursue towards Indonesia, strengthens the position of this policy in the Netherlands. A defeat, on the other hand, weakens this position. The struggle for good relations with Indonesia on a footing of equality, the struggle against those who want to bring back the cold war, the struggle against the Romme-Luns policy in the Netherlands, demand a strengthening of the practical solidarity of the Dutch people with that of Indonesia. Indonesia and the Netherlands have one and the same enemy: Dutch imperialism, which is subordinate to American imperialism. The Dutch people, and in the first place the Dutch workers, therefore face the necessity of supporting the struggle in Indonesia for national independence and peace! Unceasingly, with all means and with all energy!