Vrouwen – levenslang (Joop Morriën)
Cleaned OCR text (Good (0.94); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
Het is nu bijna tien jaar geleden, dat in Indonesië een militaire dictatuur werd gevestigd door middel van een bloedige staatsgreep. Tienduizenden mannen en vrouwen verblijven nu al bijna tien jaar zonder vorm van proces in concentratiekampen en gevangenissen. En de arrestaties gaan nog steeds door! Een enkele maal wordt er achter gesloten deuren voor een militair tribunaal een zogenaamd 'proces' gehouden tegen mensen, die alleen kan worden 'verweten', dat zij voor de vrijheid van hun land opkomen. Eerder dit jaar sleepte bijvoorbeeld het Suharto-bewind enkele vrouwen, die een vooraanstaande rol in de vrouwenbeweging Gerwani en in de Communistische Partij (PKI) speelden, voor een militair tribunaal. Sulami, Sudjinah, Sri Ambar, Rukmijati en Suharti Harsono, waren na de staatsgreep van 1965 ondergedoken. Zij werden eind 1966 gearresteerd en zijn er nu van beschuldigd, dat zij de activiteiten van de PKI, gericht tegen het buitenlands kapitaal en voor democratische rechten en sociale vooruitgang, onder illegale omstandigheden hadden voortgezet. Tegen Sulami is inmiddels levenslange gevangenisstraf geëist, de anderen verkeren — voor zover bekend — nog in afwachting van de eis. Ondanks alle vervolgingen is het verzet echter niet te onderdrukken. De procureur-generaal Ali Said laat geen gelegenheid voorbijgaan om er de nadruk op te leggen, dat — in zijn woorden — 'nog steeds rekening moet worden gehouden met het subversieve gevaar van het communisme' en dat 'het potentieel van de PKI nog groot genoeg is. (Mérdeka, november 1974). De vervolgingen richten zich niet alleen tegen communisten, maar tegen alle patriotten. Zo onzeker van de situatie is Suharto, dat hij thans zelf voorstellen heeft ingediend om in het schijnparlement nog twee 'partijen' te laten voortbestaan onder directe controle van de minister van binnenlandse zaken. Een werkelijke politieke basis heeft Suharto zich nooit kunnen verschaffen en hij zal daartoe ook nooit in staat zijn! Zoals door de marionettenregiems in Saigon en tot voor kort in Pnom Penh worden ook door het regiem in Djakarta alle rechten met voeten getreden. Er is dan ook geen enkele aanleiding tot vriendelijkheden tegenover dit Indonesische schijnparlement, zoals Tweede Kamervoorzitter Vondeling door het instellen van een contactcommissie en het uitnodigen van een delegatie wil betuigen. Er is wel alle aanleiding om Suharto in een isolement te houden, van de Nederlandse regering te verlangen, dat zij geen enkele steun — tweezijdig of via de IGGI - zal verlenen. Hier past maar één antwoord:'volledige solidariteit met de vrijheidsstrijders in Indonesië, die terreur en vervolging trotseren en voor een echte, onafhankelijke en democratische toekomst strijden. Joop Morriën
English translation
=== [Page 1] ===
It is now almost ten years since a military dictatorship was established in Indonesia by means of a bloody coup. Tens of thousands of men and women have now been staying in concentration camps and prisons for almost ten years without any form of trial. And the arrests are still continuing! Occasionally a so-called 'trial' is held behind closed doors before a military tribunal against people who can only be 'reproached' with standing up for the freedom of their country. Earlier this year, for example, the Suharto regime dragged before a military tribunal several women who played a prominent role in the women's movement Gerwani and in the Communist Party (PKI). Sulami, Sudjinah, Sri Ambar, Rukmijati and Suharti Harsono had gone into hiding after the coup of 1965. They were arrested at the end of 1966 and are now accused of having continued, under illegal conditions, the activities of the PKI, directed against foreign capital and for democratic rights and social progress. Life imprisonment has meanwhile been demanded against Sulami; the others are — as far as is known — still awaiting the demand. Despite all the persecutions, however, the resistance cannot be suppressed. The attorney general Ali Said misses no opportunity to emphasise that — in his words — 'the subversive danger of communism must still be reckoned with' and that 'the potential of the PKI is still large enough' (Merdeka, November 1974). The persecutions are directed not only against communists but against all patriots. So uncertain is Suharto of the situation that he has now himself submitted proposals to let two 'parties' continue to exist in the sham parliament under the direct control of the minister of the interior. Suharto has never been able to acquire a real political basis and he will never be able to! As by the puppet regimes in Saigon and until recently in Phnom Penh, all rights are also trampled underfoot by the regime in Djakarta. There is therefore no reason whatever for friendliness towards this Indonesian sham parliament, as Speaker of the Second Chamber Vondeling wishes to show by setting up a contact committee and inviting a delegation. There is every reason to keep Suharto in isolation, and to demand of the Dutch government that it give no support whatever — bilaterally or via the IGGI. Only one answer is fitting here: complete solidarity with the freedom fighters in Indonesia, who defy terror and persecution and fight for a real, independent and democratic future. Joop Morriën