'Ga niet - ga niet - vrede met Indonesië' (Annie Gelok over de Schoonhovenweigeraars)
Cleaned OCR text (Good (0.915); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
„Ga niet — Ga niet. Vrede met Indonesië". Dat hebben we 's morgens om zes uur lopen schreeuwen op een kade in de Rotterdamse haven, na een doorwaakte nacht, toen daar militaire politie tal van Schoonhovenjongens alsnog probeerde te dwingen aan boord van de Zuiderkruis naar Indonesië te gaan. Als misdadigers werden ze in het holst van de nacht in gesloten boevenwagens, begeleid door zware politie-motoren, in vliegende vaart naar De Zuiderkruis gebracht. De weken daarvoor was er al grote beroering ontstaan door de weigering van dienstplichtigen naar Indonesië te vertrekken. Het was oktober 1949, in ons land waren besprekingen tussen een Nederlandse en Indonesische delegatie gaande, maar in Indonesië waren er ondanks een bestand nog altijd gevechten. De mensen zagen echter dat de Nederlandse politiek was mislukt en wilden steeds minder van de koloniale oorlog weten". Annie Gelok vertelt, geëmotioneerd, nu nog. Ze zit in een lage, gemakkelijke stoe' paperassen, brieven, oude numme: c van het blad Vrouwen van de Nederlandse Vrouwen Beweging, stencils rond haar heen op de stoel en op de grond. Ze heeft die „ouwe spulletjes" opgezocht en we praten urenlang, — dlles lijkt van belang, is ook van belang, maar zal toch niet meer als flitsen in een dagbladverhaal kunnen. „Wij waren al vanaf de avond in de haven, veel familieleden van militairen, vaders, moeders, verloofden, broers en zusters, én vrouwen van de NVB, die tegen de gedwongen uitzending protesteerden. Daarvoor hadden we eerst twee tjokvolle vergaderingen gehad, met veel politievertoon. Toen we die avond op de kade kwamen, kregen we opmerkingen als „nette vrouwen lopen niet 's avonds in de haven". Ons antwoord was: „We zijn hier om onze jongens te beschermen." Zware pressie Honderden jongens hadden in dat najaar geweigerd naar Indonesië te gaan en waren onder zware bewaking in Schoonhoven bijeengebracht. Er werd daar zware pressie op hen uitgeoefend, chantagemethoden en dreiging met lange gevangenisstraffen. Er waren er, die daaraan geen weerstand konden bieden, anderen bleven tot in de haven twijfelen en zijn nog van de loopplank teruggekeerd. Familieleden probeerden hen alsnog van vertrek te weerhouden, maar we mochten er niet bij. Met moeite kon ik doordringen tot de commandant of hoe zo een man ook heette, met militaire rangen ben ik niet zo op de hoogte. Is Niek de Pater erbij? vroeg ik. Bent u de moeder? Nee, maar ik vertegenwoordig zijn ouders uit Groningen, die niet zo snel hier konden zijn. Ik kwam wel met de man aan de praat, maar hij liet ons niet door. Niek, en zoals later bleek ook Wil van KemAnnie
Gelok pen en anderen, waren er al niet meer bij. Zij waren in Schoonhoven standvastig gebleven en hadden geweigerd zich naar de haven te laten vervoeren om aan boord te gaan. Het haventerrein bleef voor ons en de familieleden tot een half uur voor vertrek afgezet, gelegenheid om met de jongens te praten of zelfs maar afscheid te nemen van hen die aan boord waren gegaan was er dus niet. In bootjes omzwermden daarna familie De Zuiderkruis. Heiltje de Vos en Jo Geerligs voeren ook in een bootje langs het grote schip en ontplooiden een spandoek: „Vrede met Indonesië", dat tenslotte in beslag werd genomen. Dat zo een leuze niet mocht... dat is toch wel tekenend. Met vele ouders hebben we een comité gevormd — het Landelijk Actie'Comité Schoonhoven — om de weigeraars, die zich voor de krijgsraad zeer moedig hebben gedragen — te blijven steunen en hun vrijlating te eisen." Discussies „De stemming werd steeds meer tegen troepenzendingen. In het begin lag de strijd toch niet zo eenvoudig. We streefden naar behoud van de eenheid uit het verzet. In Groningen was in 1946 op initiatief van communistische vrouwen de Algemene Groninger Vrouwenbond gevormd voor
vrouwen ongeacht hun politieke of godsdienstige overtuiging. Wij wilden strijden voor de vrede. En over Indonesië ontstond daarbij, zoals overal elders, veel discussie over de houding van de regering, die immers ook de indruk wekte alsof zij een vreedzame oplossing wenste. Op 3 september 1946 hielden we in Groningen een openbare vergadering over Indonesië. In ons blad staat daarover: „Hierbij is het bestuur er van uit gegaan, dat het wenselijk was aan onze vrouwen een objectieve voorlichting te geven over deze brandende kwestie. De vergadering was dus niet bedoeld, zoals men uit sommige kranteverslagen zou kunnen opmaken, als een actie tegen uitzending van onze jongens naar Indonesië, maar als een poging om onze vrouwen in de gelegenheid te stellen zich een zelfstandig oordeel te vormen." De vergadering ging uit van de noodzaak van vrede. Een dominee sprak over zending en missie en verklaarde dat zij die oplossing met geweld wilden, bedrogen zouden uitkomen. Een Indonesische van de Perhimpunan Indonesia riep op alles in het werk te stellen bloedvergieten te voorkomen. En hier in dat verslag, gek om dat nog eens te lezen: „Mevrouw Gelok dankte de spreekster geroerd en zeide, dat zij zich als Nederlandse schaamde over hetgeen in Indonesië gebeurde en zei, dat de vrouwen alles
zouden doen voor een rechtvaardige oplossing." Ik was uiteraard tegen het zenden van militairen. Ik heb daar ook tegen gestreden, in Groningen en later toen we naar Amsterdam waren verhuisd, deelgenomen aan acties in de haven. Maar ik herinner me ook hoe je op openbare vergaderingen nog op je woorden moest letten om niet te kunnen worden beschuldigd van het „uitlokken van desertie" als je tegen de uitzendingen sprak, want dat werd strafbaar geacht en kon moeilijkheden geven voor je organisatie." Scheidslijn „De scheidingslijn kwam steeds duidelijker te liggen. In Amsterdam en andere plaatsen met de staking van 26 september 1946. Niet alleen de communisten staakten natuurlijk, gelukkig waren er veel meer mensen tegen het uitzenden van troepen, maar het feit dat de Partij van de Arbeid zich ervoor uitsprak heeft een belemmering op de acties betekend. Rond de campagne voor de vrijlating van Ratio Koster in 1948 kwamen veel mensen uit velerlei kring in beweging en zij is met succes bekroond. Ik herinner me. die laaiende stemming in de Diamantbeurs, die je ook achter het spreekgestoelte, ik sprak voor de moeders, onderging. Na Ratio bleven de demonstraties en vergaderingen en toen kwam de zaak van de Schoonhovenjongens. Dat was een nieuw hoogtepunt, vol woede en spanningen over het optreden van de autoriteiten. Maar ook ontroerende contacten met familieleden van de jongens en veel solidariteit. We startten een handtekeningencampagne. We wilden ook internationaal de aandacht op hun houding vestigen, want de jongens waren tot twee, drie jaar gevangenisstraf veroordeeld. Met Suze Maassen, de moeder van Schoonhovenweigeraar Jan Maassen, vroegen we de steun aan de ouders om ons tot een vredescongres in Engeland te richten. We ontvingen brieven van instemming, waaruit je kan zien hoezeer die kwestie de gezinnen raakte. Bijvoorbeeld: „Wij hebben Uw brief ontvangen en gelezen wat U wil doen. En dat zullen wij ook graag willen, nooit geen oorlog meer. En is Uw zoon ook in Bankenbosch of is hij in andere plaats. Ja, wij zijn ook trots op onze zoon tenminste nu hij zo standvastig blijft dat hij nu ook weer niet in dienst gaat. En hierbij zend ik U dan ook mijn handtekeniilg." Of deze: „Naar aanleiding van U schrijven van 4 oktober jl. om een boodschap te zenden aan het te houden Internationale Vredescongres in Engeland, wil ik gaarne mijn medewerking verlenen. Zou de mogelijkheid ook bestaan er bij dit Congres op aan te dringen om onze regering te verzoeken om onze jongens zo spoedig mogelijk vrij te laten? Onze zoon heeft, moet hij zijn volle straftijd nog uitzitten, nog bijna 2¥i jaar voor de boeg en heeft al 1 jaar en 3 maanden opgeknapt. 't Kan er wel mee door dunkt me zo en onze 2e zoon zit nog steeds in Indië". Niet verslappen „We bleven verband leggen tussen de acties rond dienstplichtigen in Nederland en in Indonesië. We verzetten
ons tegen de uitzending, maar hadden ook als leuze de troepen terug. Hier bijvoorbeeld in „materiaal voor spreeksters Indonesiëvergaderingen", dat de NVB in december voor spreekbeurten van onze vrouwen uitgaf. „Iedere aanwezigheid van vreemde troepen in een land is inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van dat land en betekent een gevaar voor de vrede. Daarom is ook de aanwezigheid van Nederlandse troepen in Indonesië zolang zij daar zijn een gevaar voor de vrede. En daarom moeten wij blijven eisen terugtrekking van Nederlandse troepen uit Indonesië binnen 6 maanden, zoals dit — weliswaar onder voorbehoud van technische moeilijkheden enz. — in de overeenkomst van de Ronde Tafel Conferentie is vastgelegd. Juist, omdat er voorbehoud voor die terugkeer is gemaakt, mogen wij onze acties niet verslappen, maar moeten wij nog dringender en veelvuldiger opkomen voor onze eis: „terugtrekking van alle Nederlandse troepen binnen 6 maanden". De Nederlandse jongens, die terugkeren, hebben recht op werkgelegenheid. We weten allen, dat zij tegen hun wil 3 jaar lang aan het arbeidsproces zijn onttrokken".
Je ziet trouwens wel hoeveel aandacht er bij ons ook altijd voor het koloniale vraagstuk is geweest. Het materiaal geeft veel feiten en gaat ook in op een conferentie van Aziatische vrouwen, die op initiatief van de Internationale Democratische Vrouwenfederatie in Peking was belegd. De meeste aandacht in het materiaal was uiteraard voor de actie van de Schoonhovenjongens". De blijdschap „Na hun veroordeling volgde de strijd voor vrijlating en weer wat later voor amnestie voor Piet van Staveren, waarvoor ook een speciaal comité werd gevormd. Wat is me daarvan vooral bijgebleven? Dat we in 1953 op de verjaardag van Piet Leeuwarden de gehele dag in het teken van de actie zetten. We liepen met borden door het centrum en zongen voor de gevangenis, waar hij zat. Voor mij blijft eigenlijk vooral de blijdschap op de dag, dat hij thuis kwam. Hij maakte een tocht per auto van Leeuwarden naar Amsterdam en werd onderweg in een aantal plaatsen grandioos ontvangen."
Het plakboek van Nel Koster: pagina.over Piet van Staveren. Hij verliet aan de vooravond van de eerste koloniale oorlog in Indonesië zijn onderdeel en ging ■ naar Republikeins gebied. In Nederland veroordeelde krijgsraad hem later tot 7 jaar gevangenisstraf.
English translation
=== [Page 1] ===
"Don't go — don't go — peace with Indonesia". That is what we shouted at six in the morning on a quay in the Rotterdam harbour, after a sleepless night, when military police there tried to force a number of the Schoonhoven boys after all to go aboard the Zuiderkruis to Indonesia. Like criminals they were taken in the dead of night in closed prison vans, accompanied by heavy police motorcycles, at top speed to De Zuiderkruis. In the weeks before there had already been great commotion because of the refusal of conscripts to leave for Indonesia. It was October 1949; in our country talks between a Dutch and an Indonesian delegation were under way, but in Indonesia, despite a truce, there was still fighting. The people, however, saw that the Dutch policy had failed and wanted less and less to know about the colonial war." Annie Gelok tells it, still emotional now. She sits in a low, comfortable chair; papers, letters, old issues of the magazine Vrouwen of the Dutch Women's Movement, stencils lie around her on the chair and on the floor. She has looked up those "old things" and we talk for hours — everything seems important, is also important, but can no longer fit other than as flashes in a newspaper story. "We had been in the harbour since the evening, many relatives of soldiers, fathers, mothers, fiancées, brothers and sisters, and women of the NVB, who protested against the forced dispatch. Before that we had first held two packed meetings, with much police display. When we arrived on the quay that evening we got remarks like "respectable women don't walk in the harbour at night". Our answer was: "We are here to protect our boys."
Heavy pressure
Hundreds of boys had refused that autumn to go to Indonesia and had been brought together under heavy guard in Schoonhoven. Heavy pressure was exerted on them there, blackmail methods and threats of long prison sentences. There were some who could not resist it, others kept wavering as far as the harbour and even returned from the gangway. Relatives tried to dissuade them after all from leaving, but we were not allowed near. With difficulty I managed to get through to the commandant or whatever such a man was called; I am not so well versed in military ranks. Is Niek de Pater there? I asked. Are you the mother? No, but I represent his parents from Groningen, who could not get here so quickly. I did get into conversation with the man, but he did not let us through. Niek, and as it later turned out Wil van Kempen and others, were no longer among them. They had remained steadfast in Schoonhoven and had refused to be transported to the harbour to go aboard. The harbour area remained cordoned off for us and the relatives until half an hour before departure, so there was no opportunity to talk with the boys or even to say goodbye to those who had gone aboard. Afterwards relatives swarmed around De Zuiderkruis in small boats. Heiltje de Vos and Jo Geerligs also sailed in a small boat along the big ship and unfurled a banner: "Peace with Indonesia", which was finally confiscated. That such a slogan was not allowed... that is indeed telling. With many parents we formed a committee — the National Action Committee Schoonhoven — to keep supporting the refusers, who behaved very courageously before the court martial, and to demand their release."
Discussions
"The mood turned more and more against troop dispatches. In the beginning the struggle was not so simple. We strove to preserve the unity from the resistance. In Groningen in 1946, on the initiative of communist women, the General Groningen Women's League [Algemene Groninger Vrouwenbond] was formed for women regardless of their political or religious conviction. We wanted to fight for peace. And about Indonesia there arose, as everywhere else, much discussion about the attitude of the government, which after all also gave the impression that it wanted a peaceful solution. On 3 September 1946 we held a public meeting in Groningen about Indonesia. Our magazine says about it: "Here the board proceeded from the view that it was desirable to give our women objective information on this burning question. The meeting was thus not intended, as one could gather from some newspaper reports, as an action against the dispatch of our boys to Indonesia, but as an attempt to enable our women to form an independent judgement." The meeting proceeded from the necessity of peace. A minister spoke about mission and said that those who wanted a solution by force would turn out to be deceived. An Indonesian of the Perhimpunan Indonesia called for everything to be done to prevent bloodshed. And here in that report, strange to read it again: "Mrs. Gelok thanked the speaker, moved, and said that as a Dutchwoman she was ashamed of what was happening in Indonesia and said that the women would do everything for a just solution." I was of course against sending soldiers. I fought against it too, in Groningen and later, when we had moved to Amsterdam, took part in actions in the harbour. But I also remember how at public meetings you still had to watch your words so as not to be accused of "inciting desertion" if you spoke against the dispatches, for that was considered punishable and could cause difficulties for your organisation."
Dividing line
"The dividing line became ever clearer. In Amsterdam and other places with the strike of 26 September 1946. Not only the communists went on strike, of course; fortunately there were many more people against sending troops, but the fact that the Labour Party [PvdA] spoke in favour of it was a hindrance to the actions. Around the campaign for the release of Ratio Koster in 1948 many people from many circles got moving and it was crowned with success. I remember that blazing mood in the Diamantbeurs, which you also experienced behind the lectern; I spoke for the mothers. After Ratio the demonstrations and meetings continued and then came the case of the Schoonhoven boys. That was a new high point, full of anger and tensions over the conduct of the authorities. But also moving contacts with relatives of the boys and much solidarity. We started a signature campaign. We also wanted to draw international attention to their stance, for the boys had been sentenced to two to three years' imprisonment. With Suze Maassen, the mother of Schoonhoven refuser Jan Maassen, we asked the parents for support in addressing a peace congress in England. We received letters of agreement, from which you can see how much that matter touched the families. For example: "We have received your letter and read what you want to do. And that we would also like, never any more war. And is your son also in Bankenbosch or is he in another place. Yes, we too are proud of our son, at least now that he remains so steadfast that he again does not go into service now. And herewith I also send you my signature." Or this: "In response to your letter of 4 October to send a message to the International Peace Congress to be held in England, I would gladly lend my cooperation. Would it also be possible to urge at this Congress that our government be asked to release our boys as soon as possible? Our son, if he has to serve his full sentence, still has almost 2½ years ahead of him and has already served 1 year and 3 months. That's enough, I think, and our 2nd son is still in the Indies."
Not slackening
"We kept making the connection between the actions around conscripts in the Netherlands and in Indonesia. We opposed the dispatch, but also had as slogan: the troops back. Here for example in "material for women speakers at Indonesia meetings", which the NVB issued in December for talks by our women. "Any presence of foreign troops in a country is interference in the internal affairs of that country and means a danger to peace. Therefore the presence of Dutch troops in Indonesia, as long as they are there, is also a danger to peace. And therefore we must keep demanding withdrawal of Dutch troops from Indonesia within 6 months, as this — admittedly subject to technical difficulties etc. — is laid down in the agreement of the Round Table Conference. Precisely because a reservation was made for that return, we must not slacken our actions, but must press yet more urgently and more often for our demand: "withdrawal of all Dutch troops within 6 months". The Dutch boys who return have a right to employment. We all know that against their will they were withdrawn from the labour process for 3 years."
You can see, incidentally, how much attention there was with us always for the colonial question. The material gives many facts and also goes into a conference of Asian women, which had been convened in Peking on the initiative of the Women's International Democratic Federation [WIDF]. The most attention in the material was of course for the action of the Schoonhoven boys."
The joy
"After their conviction followed the struggle for release and somewhat later for amnesty for Piet van Staveren, for which a special committee was also formed. What stayed with me most about that? That in 1953, on Piet's birthday, [we put] Leeuwarden the entire day under the sign of the action. We walked with boards through the centre and sang in front of the prison where he was held. For me what remains above all is the joy on the day he came home. He made a trip by car from Leeuwarden to Amsterdam and was received grandly in a number of places on the way."
[Photo caption: Nel Koster's scrapbook: page about Piet van Staveren. On the eve of the first colonial war in Indonesia he left his unit and went to Republican territory. In the Netherlands a court martial later sentenced him to 7 years' imprisonment.]