Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-01071

Suharto's angst voor de stem van Gerwani (over het onderzoek van Saskia Wieringa)

Cleaned OCR text (Good (0.904); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

ZE WAREN PAS veertien, vijftien jaar, meisjes nog. Toch hadden ze, na de mislukte coup van linkse officieren op 1 oktober 1965, met een scheermesje een groep generaals van hun genitaliën beroofd en hun de ogen uitgesneden. Zo luidde de beschuldiging in Indonesische legerkranten. Eén ervan, de Duta Masyarakat, meldde op 12 oktober 1965 dat leden van de vrouwenorganisatie Gerwani 'de genitaliën van de generaals hadden aangeraakt, en die van zichzelf hadden getoond. Ze hadden zelfs volgens betrouwbare bron naakt voor hun slachtoffers gedanst, hetgeen doet denken aan de kannibalistische ceremoniën van primitieve stammen die eeuwen geleden leefden. "Die beschuldingen stoelen op grove leugens," zegt cultureel antropoloog Saskia Wieringa. Zij promoveert vandaag aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar de teloorgang van de vrouwenbeweging in Indonesië, nadat deze door generaal Suharto met opzet in diskrediet was gebracht. Ze heeft de vrouwen gesproken die destijds van de bestialiteiten waren beschuldigd, en van wie velen tussen 1965 en 1982 in een gevangenis hebben doorgebracht. Anoniem - en hoevelen het er zijn, kan ze niet zeggen. "Ik moet mijn bronnen beschermen, omdat deze vrouwen nog altijd in de gaten worden gehouden door de Indonesische autoriteiten," zegt ze in haar kamer in het Institute of Social Studies in Den Haag, waar ze universitair 5 docent is. Wieringa onderzocht hoe het kwam dat de vrouwenbeweging in Indonesië na 1965 haar kracht verloor. De beweging leidde een bloeiend bestaan sinds raden Adjeng Kartini (1879-1904) had gepleit voor gelijke rechten in onderwijs en huwelijk. Ze was een prinses, ongelukkig omdat zij als jong meisje thuis moest blijven, terwijl haar broers naar de middelbare school gingen. Veel verdriet had zij ook van het feit dat haar vader meermalen trouwde. Kartini's pleidooi vormde de basis voor een sterke, pluriforme vrouwenbeweging, zegt Wieringa. De beweging werd gesteund door nationalistische leiders, die haar beschouwden als een belangrijke partner in de strijd voor onafhankelijkheid van het koloniale Nederland. Na de onafhankelijkheid in 1949 hadden ze haar echter kennelijk niet meer nadat zij nog niet zo lang geleden door de politie was opgepakt. Dat gebeurde tijdens een demonstratie voor de schrijver Pramoedya Ananta Toer, wiens boeken in Indonesië zijn verboden. "Een agent schold haar uit voor Gerwani-hoer." De promovenda heeft uitgezocht hoe het zat met dat zogenaamd perverse gedrag van de Gerwani-vrouwen. Ze kwam tot de slotsom dat Gerwani in polinodig. Naar de roep - van niet-islamitische groepen - om huwelijkswetten, gebaseerd op gelijkheid tussen de partners, werd niet geluisterd. De vrouwenbeweging kroop toen in haar schulp en Meisjes voor kannibaal uitgemaakt beperkte zich tot activiteiten op sociaal gebied. Maar in de jaren vijftig kwam in volle vaart een nieuwe groep naar voren: Gerwani (Gerakan Wanita Indonesia - Indonesische Vrouwenbeweging). Een perverse club van hoeren, zullen Suharto en de zijnen in de jaren zestig beweren. Wieringa zegt dat die zienswijze tot de dag van vandaag in Indonesië opgeld doet. Eén van haar studentes had dat verteld, tiek opzicht een felle beweging was, die werd gesteund door de communistische PKI (Partai Komunis Indonesia). Maar in sociaal opzicht was het een 'keurige' organisatie, die vocht tegen zaken als veelwijverij en voor gelijkheid van vrouw en man binnen het huwelijk. Niks pervers dus, 'maar Suharto en de zijnen waren bang voor de stem van Gerwani'. "Ze wilden niet dat vrouwen hun stem lieten horen in de politieke arena. Daarom brachten ze de fabel in omloop dat de Gerwani-vrouwen gevangengenomen generaals hadden beroofd van hun mannelijkheid." Suharto deed daar aan mee, of heeft in elk geval geweten dat het leugens waren. Hij heeft namelijk de lijkschouwing gelezen en ondertekend. Uit die lijkschouwing bleek dat de zeven vermoorde generaals nog in het bezit waren van hun genitaliën en> hun ogen. Dat wisten de autoriteiten, maar wijd en zijd werd het pas bekend in 1987, nadat de antropoloog Ben Anderson de autopsierapporten van vijf deskundigen had bestudeerd. De moord op de generaals had plaats tijdens een mislukte putsch van linkse officieren op 1 oktober 1965. Daarna vond een massale slachtpartij plaats onder - met name communistische - opstandelingen, die mogelijk een miljoen mensen het leven heet gekost. Het 'fijne' van de gebeurtenissen, waaruit generaal Suharto als machthebber naar boven kwam, is nog altijd in nevelen gehuld. Maar volgens Wieringa is uit haar onderzoek gebleken, dat generaal Suharto er na de couppoging in slaagde zo veel verwarring te zaaien, dat de toenmalige president Sukarno was gedwongen de macht aan hem over te dragen. Onderdeel daarvan was het in diskrediet brengen van Gerwani. Zo liet Suharto in de Berita Yudha van 9 november 1965 weten dat de leden van Gerwani 'de Het tegenwoordige Indonesië kende al aan het begin van deze eeuw, ver voor de onafhankelijkheid, een florerende vrouwenbeweging. Maar sinds 1965 is het stil. Suharto en zijn generaals hebben de vrouwenbeweging willens en wetens stukgemaal-t door haar te beschuldigen van perversiteiten, zegt Saskia Wieringa. identiteit van de Indonesische vrouwen schade hebben toegebracht. Hij wees erop dat vrouwen als moeders een belangrijke rol spelen in de opvoeding van kinderen. Daarom moest 'onze jonge generatie gered worden van het morele dwaalspoor waarop de contra-revolutionairen (van Gerwani) haar hadden gebracht. Om de beschuldigingen dat de Gerwani-vrouwen pervers waren, kracht bij te zetten, werden in de pers bekentenissen' afgedrukt. Alle kranten kwamen na de mislukte coup met het verhaal van de vijftienjarige, zwangere Djamilah. Djamilah vertelde dat zij en andere leden van Gerwani na de putsch de opdracht hadden gekregen een gevangen generaal met mesjes en scheermesjes te bewerken. Zij hadden zijn genitaliën afgesneden en de man mishandeld. Wel honderd vrouwen hadden daaraan meegedaan, maar nog was hij niet dood. Toen had een geüniformeerde man Gerwani de opdracht gegeven door te gaan. Dat hadden de vrouwen gedaan - zijn genitaliën en zijn lichaam in stukken snijdend totdat hij dood was. Aldus de kranteartikelen, die volgens Wieringa hoogstwaarschijnlijk allemaal zijn gebaseerd op een speciale tekst die was uitgereikt aan de pers. Opvallend vindt de onderzoeker dat geen van de vrouwen die van bestialiteiten werden beschuldigd voor de rechtbank is gebracht. "Terwijl het uitstekende propaganda was geweest de perversiteiten, als ze echt hadden plaatsgehad, door middel van rechtszaken naar buiten te brengen." In haar proefschrift met de titel 'The Politicization of gender Relations in Indonesia' vertelt Wieringa dat deze Djamilah, of in elk geval iemand die voor haar werd aangezien, door de militairen verschrikkelijk is gemarteld. Hetzelfde lot was de hoeren Emmy en Saina beschoren, die bij de luchtmachtbasis in Halim werkten. Wieringa tekende het verhaal van Emmy op uit de mond van haar medegevangenen. Emmy was in augustus 1965, dus voordat de poging tot staatsgreep plaatshad, opgepakt wegens hoererij. In oktober was ze opnieuw gearresteerd, maar nu kwam ze tussen de politieke gevangenen terecht en werd gemarteld. Ze was analfabeet en had nog nooit van Gerwani gehoord. Haar werd verteld dat ze zou worden vrijgelaten en meer dan een miljoen rupia's zou krijgen - "destijds een groot bedrag," zegt Saskia Wieringa - als ze een bepaalde verklaring ondertekende. Dat heeft ze gedaan; ze kreeg tweehonderd rupia's - de rest heeft ze nog steeds te goed. Later bleek dat ze een verklaring had ondertekend waarin stond dat ze de leidster was van de afdeling Jakarta van Gerwani en dat ze had meegedaan aan het seksueel martelen van de gevangen generaals. In de gevangenis leerden haar lotgenoten Emmy lezen en schrijven; ze werd pas in 1979 vrijgelaten. "Niet de Gerwani-vrouwen, maar de militairen hebben zich schuldig gemaakt aan seksuele mishandeling," zegt Wieringa. Ze heeft tal van getuigenisen gehoord van vrouwen die zijn gemarteld. Zo werd een mannelijke gevangene gedwongen de ondervraging van een Gerwani-vrouw bij te wonen. Hij had verteld hoe het uiteinde van een zweep in haar vagina was geduwd en een touw om haar nek was gelegd. Op die manier toegetakeld, had Jakarta wilde af van het feminisme ze voor haar ondervragers op en neer moeten lopen. Wieringa zegt dat veel vrouwen om begrijpelijke redenen niet graag praatten over wat hunzelfwas aangedaan. Maar ze hadden wel verteld over andere vrouwen die waren verkracht. "De militairen zijn niet gestraft voor hun seksuele martelingen. Daar tegenover staat dat wijd en zijd waarde is gehecht aan het verhaal dat Gerwani-vrouwen betrokken waren bij de mislukte coup," zegt Wieringa. "En in een schrikreactie op deze golf van leugens zijn duizenden onschuldige mensen om het leven gebracht of gevangen gezet." FOTO'S UIT THE POLITICIZATION OF GENDER RELATIONS IN INDONESIA' Suharto's ideaalbeeld van de vrouw, in een reliëf op het Pancasila Sakti Monument in Jakarta. Leden van Gerwani, zoals zij worden voorgesteld op hetzelfde monument.

English translation

=== [Page 1] === Girls branded cannibals THEY WERE ONLY fourteen, fifteen years old, girls still. Yet, after the failed coup by leftist officers on 1 October 1965, they had, with a razor blade, deprived a group of generals of their genitals and cut out their eyes. So ran the accusation in Indonesian army newspapers. One of them, the Duta Masyarakat, reported on 12 October 1965 that members of the women's organisation Gerwani had 'touched the generals' genitals and shown their own. According to a reliable source they had even danced naked in front of their victims, which is reminiscent of the cannibalistic ceremonies of primitive tribes that lived centuries ago.' "Those accusations rest on gross lies," says cultural anthropologist Saskia Wieringa. She obtains her doctorate today at the University of Amsterdam with a study of the decline of the women's movement in Indonesia, after it had been deliberately discredited by General Suharto. She has spoken with the women who were accused of the bestialities at the time, and many of whom spent time in prison between 1965 and 1982. Anonymously - and how many there are she cannot say. "I have to protect my sources, because these women are still being watched by the Indonesian authorities," she says in her room at the Institute of Social Studies in The Hague, where she is a senior lecturer. Wieringa investigated how it came about that the women's movement in Indonesia lost its strength after 1965. The movement had led a flourishing existence since Raden Adjeng Kartini (1879-1904) had pleaded for equal rights in education and marriage. She was a princess, unhappy because as a young girl she had to stay at home while her brothers went to secondary school. She also suffered much grief from the fact that her father married several times. Kartini's plea formed the basis for a strong, pluriform women's movement, says Wieringa. The movement was supported by nationalist leaders, who regarded it as an important partner in the struggle for independence from colonial Netherlands. After independence in 1949, however, they apparently no longer had her [Translator's note: the text is garbled here and the next sentence appears to belong to a different passage] ... after she had not so long ago been picked up by the police. That happened during a demonstration for the writer Pramoedya Ananta Toer, whose books are banned in Indonesia. "A policeman abused her as a Gerwani whore." The doctoral candidate has investigated what the truth was about that supposedly perverse behaviour of the Gerwani women. She came to the conclusion that Gerwani in political [terms] [Unreadable] ... needed. The call - from non-Islamic groups - for marriage laws based on equality between the partners was not listened to. The women's movement then withdrew into its shell and limited itself to activities in the social field. But in the 1950s a new group came to the fore at full speed: Gerwani (Gerakan Wanita Indonesia - Indonesian Women's Movement). A perverse club of whores, Suharto and his people would claim in the 1960s. Wieringa says that this view still holds currency in Indonesia to this day. One of her students had told her that, [Unreadable] respect was a fierce movement, which was supported by the communist PKI (Partai Komunis Indonesia). But in social respects it was a 'respectable' organisation, which fought against things like polygamy and for equality of woman and man within marriage. Nothing perverse, then, 'but Suharto and his people were afraid of the voice of Gerwani'. "They did not want women to make their voices heard in the political arena. That is why they put into circulation the fable that the Gerwani women had robbed captured generals of their manhood." Suharto took part in that, or in any case knew that they were lies. For he read and signed the post-mortem report. That post-mortem showed that the seven murdered generals were still in possession of their genitals and their eyes. The authorities knew that, but it became widely known only in 1987, after the anthropologist Ben Anderson had studied the autopsy reports of five experts. The murder of the generals took place during a failed putsch by leftist officers on 1 October 1965. Afterwards a massive slaughter took place among - in particular communist - insurgents, which possibly cost a million people their lives. The 'finer points' of the events from which General Suharto emerged as the man in power are still shrouded in mist. But according to Wieringa her research has shown that General Suharto, after the coup attempt, succeeded in sowing so much confusion that the then President Sukarno was forced to hand power over to him. Part of that was discrediting Gerwani. Thus Suharto announced in the Berita Yudha of 9 November 1965 that the members of Gerwani had 'damaged the Present-day Indonesia already had a flourishing women's movement at the beginning of this century, long before independence. But since 1965 it has been silent. Suharto and his generals knowingly and deliberately smashed the women's movement by accusing it of perversions, says Saskia Wieringa. identity of Indonesian women.' He pointed out that women, as mothers, play an important role in the upbringing of children. Therefore 'our young generation had to be saved from the moral wrong path on which the counter-revolutionaries (of Gerwani) had put it.' To lend force to the accusations that the Gerwani women were perverse, 'confessions' were printed in the press. After the failed coup all newspapers came out with the story of the fifteen-year-old, pregnant Djamilah. Djamilah told that she and other members of Gerwani had been given the order after the putsch to work over a captured general with blades and razor blades. They had cut off his genitals and ill-treated the man. A good hundred women had taken part in it, but he was still not dead. Then a uniformed man had given Gerwani the order to continue. The women had done so - cutting his genitals and his body to pieces until he was dead. So went the newspaper articles, which according to Wieringa are in all likelihood all based on a special text that had been handed out to the press. The researcher finds it striking that none of the women accused of bestialities was brought before a court. "Whereas it would have been excellent propaganda to bring the perversions, if they had really taken place, out into the open through court cases." In her thesis, entitled 'The Politicization of Gender Relations in Indonesia', Wieringa relates that this Djamilah, or in any case someone who was mistaken for her, was terribly tortured by the military. The same fate befell the prostitutes Emmy and Saina, who worked near the air force base at Halim. Wieringa recorded Emmy's story from the mouths of her fellow prisoners. Emmy had been picked up in August 1965, thus before the coup attempt took place, for prostitution. In October she was arrested again, but now she ended up among the political prisoners and was tortured. She was illiterate and had never heard of Gerwani. She was told that she would be released and would receive more than a million rupiah - "at the time a large sum," says Saskia Wieringa - if she signed a certain statement. She did so; she received two hundred rupiah - the rest she is still owed. It later turned out that she had signed a statement saying that she was the leader of the Jakarta branch of Gerwani and that she had taken part in the sexual torture of the captured generals. In prison her fellow prisoners taught Emmy to read and write; she was released only in 1979. "Not the Gerwani women, but the military are guilty of sexual abuse," says Wieringa. She has heard numerous testimonies from women who were tortured. Thus a male prisoner was forced to attend the interrogation of a Gerwani woman. He told how the end of a whip had been pushed into her vagina and a rope placed around her neck. Thus mutilated, she had Jakarta wanted to be rid of feminism had to walk up and down in front of her interrogators. Wieringa says that for understandable reasons many women did not like to talk about what had been done to themselves. But they had told about other women who had been raped. "The military have not been punished for their sexual tortures. Against that, widespread credence was given to the story that Gerwani women were involved in the failed coup," says Wieringa. "And in a panic reaction to this wave of lies thousands of innocent people were killed or imprisoned." PHOTOS FROM 'THE POLITICIZATION OF GENDER RELATIONS IN INDONESIA' Suharto's ideal image of the woman, in a relief on the Pancasila Sakti Monument in Jakarta. Members of Gerwani, as they are depicted on the same monument.