Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-01074

Berlijn ontzet door schandaal op 'ernstige' Berlinale (met bespreking van de Indonesische film 'Dappere vrouwen')

Cleaned OCR text (Fair (0.844); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

BERLIJN — De Berlinale is — in tegenstelling tot Cannes — altijd een ernstig festival geweest, waar de film in de eerste plaats kwam en de sterren er vervolgens óók nog mochten zijn. Deswege is Berlijn nu ontzet door wat in de bladen niet minder dan een schandaal wordt genoemd: er is een jurk opengeknapt op een moment, dat het eigenlijk niet had moeten gebeuren. Dat geschiedde tijdens de „Weinprobe", 'n' jaarlijks festijn, waarop ongeveer dertien jonge wijnen worden aangeboden met alle gevolgen van dien. De half Duitse, half Indonesische actrice Laya Raki was er ook. Zij vond het nodig om te reiken naar aan een zoldering hangende druiventrossen. Zij reikte te ver en haar met veel pailletten bezette japon scheurde door midden. Voor fotografen is zo iets altijd veel leuker dan voor een hoteleigenaar, die erop gebrand is zijn goede naam te behouden. Hotelmeneer Gerhus riep Laya Raki dan ook toe, zijn établissement onmiddellijk te verlaten. Toen zij daar niet meteen op inging, dreigde Gerhus de politie te bellen. Weer min of meer aangekleed en in elk geval zeer boos heeft Laya Raki daarop het feest verlaten. Het werden bittere uren voor meneer Gerhus want de donkere Raki was nog niet verdwenen of de blonde Mansfield ging de lucht in. Zij werd door haar musculaire echtgenoot Mickey Hargertay horizontaal geheven en drie minuten lang bleef zij in die positie, tastend naar druiven, waar ze niet bij kon en tonend wat zij te tonen had. Meneer Gerhus sloeg de handen voor de ogen en schakelde snikkend de schijnwerpers uit: het was voor hem een moeilijke dag en van zijn „Weinprobe" heeft niemand veel geproefd, omdat er zoveel te zien was. Overigens is het heerlijk om de hypocrisie van de Berlijnse bladen gade te slaan. die op de voorpagina foto's met op de breuk wijzende beeldjes van Raki publiceren en vervolgens somber opmerken, dat het op deze manier met Berlijn verkeerd gaat: de Berlinale moet geen Cannes worden. Wij hebben Mansfield wel uitgenodigd maar ze moet het niet te dol maken. Wij, als Nederlanders, zoals we bij elkaar zitten, zijn er gisteren overigens maar slecht af gekomen. Indonesië draaide, buiten het festival om, het werk „Dappere vrouwen" en dat had te maken met het patriotisme van de Indonesische vrouwen tijdens de vrijheidsstrijd. Nu, we zijn vreemde vogels geweest, die voornamelijk „werd..." riepen en bovendien lang zo blank niet waren als we wel altijd hebben willen doen geloven. Voor de Nederlanders in dit epos werden namelijk Indonesiërs gebruikt, waarschijnlijk, omdat er ten tijde van de verfilming nog maar zo weinig vaderlanders in Indonesië waren. De paar blanken, die men in dit potsierlijke verhaal aantreft, zijn nog de allerergste boemannen en ze zijn het dan ook, die de grofste vloeken slaken. En heel geruststellend was het dat de in de zaal aanwezige Indonesiërs onbedaarlijk lachten. Er is nu gelegenheid om iets te zeggen over „No Love for Johnnie", de Engelse inzending, die, naar onze mening, een niet geringe kans maakt op een van de prijzen van deze „Berlinale". Het is de geschiedenis van een ambitieus politicus, een lid van het parlement voor Labour, die alles ondergeschikt maakt aan zijn zucht tot persoonlijke macht. Hij is afgevaardigde van een plattelandsdistrict, begeert een zetel in het kabinet en heeft daar alles voor over. Zijn huwelijk is gestrand in de politiek, zijn vrouw is heimelijk communiste. Hij heeft een buurvrouw, die wacht op zijn toenadering. Maar zij past niet in zijn schema — hij wordt daarentegen verliefd op een ruim twintig jaar jonger meisje. Bij haar vergeet hij voor enige tijd zijn politieke ambities Ze worden vervangen door amoureuze ambities, die ten slotte tot een catastrofe leiden: het meisje ziet in, dat zij te jong is om met deze gladde politicus op basis van gelijkheid te kunnen praten. Johnnie Byrne's vrouw wil daarop terugkeren, maar haar communistische affecties zou, den zijn ministeriële ambitie in de weg kunnen staan. En, hoewel hij, menselijk gesproken, de oude orde zou willen herstellen, houdt hij zijn echtgenote van zich af — de ministersstoel wenkt, daaraan dient alles opgeofferd te worden. „No Love for Johnnie" is in de Engelse zin een onconventioneel verhaal, dat op doeltreffende, vaak schokkende wijze illustratie van een grondeloze ambitie is. De film werd geregisseerd door „Oldtimer" Ralph Thomas, die juist de laatste jaren een aantal commercieel-verstandige, maar kunstzinnig weinig betekenende werken had gemaakt. Met dit verhaal heeft hij zich uitnemend gerevancheerd. Niet alleen maakte hij gebruik van een goede, harde story, hij heeft ook veel meer een aantal opmerkelijke dingen gedaan. Er is bijvoorbeeld een badscene in deze film, die inderdaad erotisch genoemd mag worden, maar tegelijkertijd zo decent en gevoelig is verfilmd, dat men zich ten huize van een Franse meester voelt. Het opvallende is trouwens, dat de hele film de geest ademt van de jonge Britse onafhankelijken, die zo geruststellend bezig zijn, de Engelse film te vernieuwen. Hier is vrijwel niets van het gebruikelijke routineprodukt, dat de afgelopen jaren Londen zo sterk op „slecht" Hollywood deed lijken. Er is een frisse aanpak, er worden er onbekommerd problemen gesteld, kortom: het is 'n uiterst menselijk verhaal geworden. Daarbij ondergaat men de verrassing dat Peter Finch — tot nu toe een wat gladde, alles aan elkaar lispelende acteur — als Johnnie Byrn e een prachtige rol speelt, die lijkt mij, wel bekroond zal worden op deze nog steeds zeer hete Berlinale. Johnnie, de politicus voor wiens ambities alles moet wijken, is een prachtige rol van Peter Finch in de BBrBBtBsBeBBmf tv Finch in de Britse film „No love for Johnnie".

English translation

=== [Page 1] === BERLIN — The Berlinale has always been — in contrast to Cannes — a serious festival, where the film came first and the stars were then allowed to be there too. For that reason Berlin is now appalled by what the papers call nothing less than a scandal: a dress burst open at a moment when it really should not have happened. That occurred during the "Weinprobe" [wine tasting], an annual festivity at which some thirteen young wines are offered with all the consequences thereof. The half-German, half-Indonesian actress Laya Raki was there too. She found it necessary to reach for bunches of grapes hanging from a ceiling. She reached too far and her heavily sequinned gown tore in half. For photographers something like that is always much more fun than for a hotel owner, who is keen to preserve his good name. Hotel proprietor Mr Gerhus therefore called out to Laya Raki to leave his establishment immediately. When she did not comply at once, Gerhus threatened to call the police. More or less dressed again and in any case very angry, Laya Raki then left the party. They became bitter hours for Mr Gerhus, for the dark Raki had hardly disappeared when the blonde Mansfield went up in the air. She was lifted horizontally by her muscular husband Mickey Hargitay and for three minutes she remained in that position, groping for grapes she could not reach and showing what she had to show. Mr Gerhus put his hands before his eyes and, sobbing, switched off the spotlights: it was a difficult day for him and nobody tasted much of his "Weinprobe", because there was so much to see. Incidentally, it is delightful to watch the hypocrisy of the Berlin papers, which publish on the front page photos of Raki with figurines pointing to the tear and then gloomily remark that this is how things go wrong with Berlin: the Berlinale must not become Cannes. We did invite Mansfield, but she should not overdo it. We, as Dutchmen, sitting together as we are, incidentally came off badly yesterday. Indonesia screened, outside the festival, the work "Brave Women" [Dappere vrouwen], and it dealt with the patriotism of Indonesian women during the struggle for freedom. Well, we were strange birds, who mainly shouted "[Unreadable]" and moreover were by no means as white as we have always wanted to make people believe. For the Dutchmen in this epic, Indonesians were namely used, probably because at the time of filming there were so few countrymen in Indonesia. The few whites one encounters in this farcical story are the very worst bogeymen and it is they who utter the coarsest curses. And it was quite reassuring that the Indonesians present in the hall laughed uncontrollably. [Other article: review of the British entry "No Love for Johnnie" (Ralph Thomas, with Peter Finch) and photo caption – not translated]