Erkenning van Vietminh in parlement RIS (Recognition of the Vietminh in the RIS parliament)
Cleaned OCR text (Good (0.882); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
Regeringsbeleid gebaseerd op de Pantjasila
DE Volksverbegehwcqrüiging van do R.I.S. heeft 2 Juni da A h ie. ingediend door Ir, foklrman (Arbeidersparty), Inzake de erkenning van de regering van Ho Chi ‘ MkiL door de R.I.S,, in behan,/deilng genomen. Deze motie was reeds vóór het parlement op reces ging, besproken. Op de regeringstribune zaten de minister van Buitenlandse Zaken, drs. Moh. Hatta, en diens adviseur Dr. Darmasetiawan, de secretar’s generaal Mr. Icksan en de minister van Sociale Zaken Mr. Kosasih Purwanegara. In verband met de grote belangrijkheid van deze kwestie, had de regeling bezwaren haar verklaring betreffende de motie-Vietminh in een openbare zitting te geven. Nadat de vergadering zich met 58 tegen 26 stemmen voor een besloten vergadering had uitgesproken, verklaarde voorzitter, Arudji Kartawinata, de zitting gesloten. Tegen waren de ondertekenaars van de motie en leden van linkse partijen. Na de verklaring van minister Hatta, nam de vergadering in behandeling de motieNatsir, waarin er op wordt aangedrongen eerst een onderzoek in te stellen alvorens tot erkenning van Vietminh over te gaan. „Wij moeten de Vietminhkwestie op international niveau brengen. Stappen, door Indonesië genomen buiten de Veiligheidsraad om, kunnen eerder verwarring brengen dan dat zij steun voor Vietminh zouden betekenen. De vrijheidsstrijd van Vietminh loopt parallel met die van Indonesië, doch, indien wij de vrijheidsstrijd van Vietminh steunen, moeten wij een zodanige steun verlenen, dat Vietminh. er van kan profiteren, terwijl de positie van Indonesië daardoor niet wordt verzwakt”, verklaarde Moh. Natsir in een toelichting op zjjn motie. Motie-Sakirmau In de avondvergadering werd het debat over de motieSakirman voórtgezet. De heer K. Werdojo (Arbeiderspartij) verklaarde, dat een erkenning van de regering van Ho Chi Minh door de R.I. S. meer voordeel oplevert dan nadeel. Spreker verklaarde dat hij de motie van ir. Sakir man mede heeft ondertekend, in de overtuiging, dat de strijd van Vietminh parallel loopt met die van de Indonesiërs, dat de strijd van Vietminh een anti-imperalistische strijd is en dat de regering van Ho Chi Minh gedragen wordt door het volk. „Éen lening van heti buitenland, aangegaan door de RXS. mag aan deze erkenning niet in de weg staan. Pas daarna kunnen we zeggen, dat da R.I.S, werkelijk een vrije en onafhankelijke buitenlandse politiek voert”. De heer Mustapha (Arbeiderspartij) verklaarde dat d< regering van Ho Chi Mini door het volk wordt gesteund hetgeen niet het geval is mei die van Bao Dai, „Ik zie geei reden om niet tot erkenning over te gaan”. De heer Jusuf Mudadalan zeide dat een politiek gebaseerd moet zijn öp de realiteit „De regering van Ho Cli Minh is een realiteit. De republiek Vietnam heeft bijn; vijf jaar stand kunnen houdei en beheerst 95% van gehee Vietnam. De regering van Bai Dai daarentegen is in he leven geroepen en gesteum door de koloniale B’ransen" aldus Mudadalam. Mevrouw Moedigdio (P.SJ.; verklaarde, dat juist omdat d
regering naar uuiteiJAüiiuö * litiek beleid op de „Pantja • Sila” baseert, de R.I.S. tot i erkenning van de republiek Vietnam moet overgaan. „Een 1 overwinning van Vietnam 1 betekent ook een over-: winning van Indonesië en een " nederlaag van Vietnam betekent steun aan koloniale elementen in Indonesië”. „Wij moeten niet twijfelen en de motie van ir. Sakirman steu- j nen” zei mevrouw Moedigdio en voegde hieraan toe, dat de 1 erkenning van de R L destijds door India, grote steun betekende voor de vrijheidsstrgd van Indonesië. „Wij moeten ons niet binden aan voorwaarden van door ons gesloten leningen, en in geen geval moeten die voorwaarden ons hinderen tn ons buitenlands politiek beleid” aldus mevrouw Moedigdio. Antwoord minister Hatta» „Er is fei telijk geen principieel verschil van mening tussen de ondertekenaars van de motie, degenen die de motie niet kunnen steunen en het standpunt van de regering”, aldus verklaarde de minister van Buitenlandse Zaken, drs. Moh. Hatta, in antwoord op de sprekers. „Het verschil ligt echter in de wijze waarop men practisch tegenover Vietminh denkj te handelen. Nogmaals moet ik er de nadruk op leggen dat het politiek beleid Van de regering gebaseerd is op de „Pantja Sila". De regering is er van overtuigd, dat door een erkenning van ’ Vietnam door de R.I.S., de vrijheidsstrijd van da Vietnamse bevolking niet wordt gesteund. De regering zal haar eigen weg volgen — en naar onze overtuiging effectiever dan volgens de motie van de heer Saltirman — in haar streven naar do bevrijding van alle Aziatische volkeren. Wij zijn niet gebonden aan welk verdrag dan ook in cms buiten lands politiek beleid, en het feit dat de R.I.S. tot op heden de regering van Bao Dai niet heeft erkend, is het bewijs dat Indonesië vrij en onafhankelijH, is in zijn politiek. Wfl zijn er van overtuigd dat de regering
van Bao Daj niet de regering is die het Vietnamse volk wenst. Wij zullen zeker de vrijheidsstrijd van Vietminh steunen overeenkomstig de voorwaarden van een souverein en onafhankelijk land”, besloot minister Mohamad Hatta zjjn verklaring. Toelichting ir. Salnrnian. ln een toelichting op zijn motie verklaarde ir. Sakirman dat men het hem moedlfll? heef' gemaakt bij do indiening van zjj.n motie, die reeds twee maanden geleden is geschied. Doch — aldus Sakirman — de Ondertekenaars blijven geduldig afwachten en de „parlementaire strijd” volgens de regels voortzetten. Zowel volgens revoüutkmnairc wetten als volgens hef intemati onaarecht, zijn er geen redenen om d« regering van Hc Chi Minh niet te erkennen. „Da bewering van de heei Natsir, als zouden wij nog nie! genoeg gegevens hebben betreffende Vietnam, is niet waar. Wij hebben genoeg gegevens. Ik begrijp trouwens niet waarom de vergadering reeds de motie van de heer Natsir, die pas gisteren werd ingediènd, behandeld heeft, terwijl zij nog met klaar is met mijn motie”, aldus verklaarde ir. Sakirman. Geen beslissing. De voorzitter, Arudji Kartawinata, antwoordde, dat de vergadering de motie van Moh Naitsir betreffende Vietnam nog met heeft behandeld, doch dat deze slechts door de regering en de sprekers herhaaldeïyk is aangehaald. Hierop werd de vergadering een uur geschorst teneinde de indieners van de moties gelegenheid te geven tot een compromis te komen. Bij de heropening van de vergadering deelde de voorzitter mede, dai de behandeling van de moties heden zou worden voortgezet
English translation
=== [Page 1] ===
Government policy based on the Pantjasila
ON 2 June the People's Representative Body of the R.I.S. took up for discussion the motion submitted by Ir. Sakirman (Labour Party) concerning recognition of the government of Ho Chi Minh by the R.I.S. This motion had already been discussed before parliament went into recess. On the government bench sat the Minister of Foreign Affairs, Drs Moh. Hatta, and his adviser Dr Darmasetiawan, the secretary-general Mr Icksan and the Minister of Social Affairs Mr Kosasih Purwanegara. In view of the great importance of this question, the government had objections to giving its statement on the Vietminh motion in a public session. After the assembly had pronounced itself by 58 votes to 26 in favour of a closed session, the chairman, Arudji Kartawinata, declared the session closed. Against were the signatories of the motion and members of leftist parties. After Minister Hatta's statement the assembly took up the Natsir motion, which urges that an investigation be held first before proceeding to recognition of the Vietminh. "We must bring the Vietminh question to the international level. Steps taken by Indonesia outside the Security Council may bring confusion rather than mean support for the Vietminh. The Vietminh's freedom struggle runs parallel with that of Indonesia, but if we support the Vietminh's freedom struggle we must give such support that the Vietminh can benefit from it, while the position of Indonesia is thereby not weakened," declared Moh. Natsir in an explanation of his motion.
Sakirman motion
In the evening session the debate on the Sakirman motion was continued. Mr K. Werdojo (Labour Party) declared that recognition of the government of Ho Chi Minh by the R.I.S. yields more advantage than disadvantage. The speaker declared that he had co-signed Ir. Sakirman's motion in the conviction that the struggle of the Vietminh runs parallel with that of the Indonesians, that the Vietminh's struggle is an anti-imperialist struggle and that the government of Ho Chi Minh is carried by the people. "A loan from abroad contracted by the R.I.S. must not stand in the way of this recognition. Only after that can we say that the R.I.S. really conducts a free and independent foreign policy." Mr Mustapha (Labour Party) declared that the government of Ho Chi Minh is supported by the people, which is not the case with that of Bao Dai. "I see no reason not to proceed to recognition." Mr Jusuf Mudadalam said that a policy must be based on reality. "The government of Ho Chi Minh is a reality. The Republic of Vietnam has been able to hold out for almost five years and controls 95% of the whole of Vietnam. The government of Bao Dai, on the other hand, was called into being and is supported by the colonial French," said Mudadalam. Mrs Moedigdio [Mudigdo] (P.S.I.) declared that precisely because the government bases its policy on the "Pantja Sila", the R.I.S. must proceed to recognition of the republic of Vietnam. "A victory of Vietnam also means a victory of Indonesia, and a defeat of Vietnam means support for colonial elements in Indonesia." "We must not doubt and must support the motion of Ir. Sakirman," said Mrs Moedigdio, adding that the recognition of the R.I. by India at the time meant great support for Indonesia's freedom struggle. "We must not bind ourselves to conditions of loans concluded by us, and in no case must those conditions hinder us in our foreign policy," said Mrs Moedigdio.
Answer of Minister Hatta
"There is in fact no difference of opinion on principle between the signatories of the motion, those who cannot support the motion and the standpoint of the government," declared the Minister of Foreign Affairs, Drs Moh. Hatta, in answer to the speakers. "The difference lies, however, in the way one thinks of acting in practice towards the Vietminh. Once again I must emphasise that the government's policy is based on the 'Pantja Sila'. The government is convinced that by recognition of Vietnam by the R.I.S. the freedom struggle of the Vietnamese population is not supported. The government will follow its own way — and in our conviction more effectively than according to the motion of Mr Sakirman — in its striving for the liberation of all Asian peoples. We are not bound by any treaty whatsoever in our foreign policy, and the fact that the R.I.S. has to date not recognised the government of Bao Dai is the proof that Indonesia is free and independent in its policy. We are convinced that the government of Bao Dai is not the government that the Vietnamese people wish. We shall certainly support the freedom struggle of the Vietminh in accordance with the conditions of a sovereign and independent country," Minister Mohamad Hatta concluded his statement.
Explanation by Ir. Sakirman
In an explanation of his motion Ir. Sakirman declared that difficulties had been put in his way in submitting his motion, which was already done two months ago. But — said Sakirman — the signatories continue to wait patiently and continue the "parliamentary struggle" according to the rules. Both according to revolutionary laws and according to international law there are no grounds not to recognise the government of Ho Chi Minh. "Mr Natsir's claim that we do not yet have enough data concerning Vietnam is not true. We have enough data. Incidentally I do not understand why the assembly has already dealt with Mr Natsir's motion, which was only submitted yesterday, while it is not yet finished with my motion," declared Ir. Sakirman.
No decision
The chairman, Arudji Kartawinata, answered that the assembly has not yet dealt with Mr Moh. Natsir's motion concerning Vietnam, but that it was merely repeatedly cited by the government and the speakers. Thereupon the meeting was adjourned for an hour in order to give the submitters of the motions the opportunity to reach a compromise. On reopening the meeting the chairman announced that the treatment of the motions would be continued today.