Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-01302

Gruwelijk verhaal communiste: Indonesische generaal met scheermessen afgeslacht (Gruesome story of a communist woman: Indonesian general slaughtered with razors)

Cleaned OCR text (Good (0.907); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

Vrouwenafdeling PKI dé schuldige DJAKARTA, 6 nov. (UPI) Een zwangere, vijf tien-jarige communiste heeft gisteren verteld hoe zij heeft geholpen bij het ontmannen, verminken en doden van een Indonesische legergeneraal tijdens de mislukte staatsgreep van 30 sept. Haar verhaal is verschenen in het bulletin van de strijdkrachten. En dit verhaal is een getuigenis van de strenge discipline, militaire training, geheimhouding en wreedheid waaraan de Indonesische communisten waren onderworpen. Djamilah en haar echtgenoot, een arbeider ineen autofabriek in Tandjoeng Priok inde haven van Djakarta, waren beiden lid van de „Pemoeda Rakjat” (de communistische volksjeugdbeweging). Hij was bovendien voorzitter van de plaatselijke vakbond van havenarbeiders, aangesloten bij de Sobsi, het communistische vakverbond. Op 28 september, zo vertelt Djamilah, kregen zij van plaatselijke partijmannen opdracht zich in Tjililitan, waar de luchtmachtbasis Halim is gevestigd te melden voor militaire training. Djamilah maakte aanvankelijk bezwaren maar stemde tenslotte toe. De volgende dag voegden zij en haar man zich bij ongeveer veertig anderen, allen mannen, op het plaatselijke hoofdkwartier van de PKI. Er werd hen gezegd, dat zij een 8.8.-oefening zouden houden. Met een bus werden zij vervolgens naar een afgelegen deel van de luchtmachtbasis gebracht. Daar werd de groep ingedeeld in militaire eenheden en begon de training onder leiding van compagnies- en pelotoncommandanten uit Madioen, het bolwerk van de communisten tijdens hun opstand zeventien jaar geleden. Djamilah zei, dat zij tot de avond werden gedrild en de nacht onder bewaking doorbrachten. De volgende ochtend (donderdag) werd hen gezegd, dat de dag gekomen was voor een offensief tegen de krachten van het neo-kolonialisme en kapitalistische bureaucraten. De spanning steeg met het uur en de avond viel. Gewapende jongeren hielden voortdurend de wacht in ploegen, die geregeld werden afgelóst. ~Omstreeks drie uur inde morgen kregen wij bevel een bad te nemen en ons te melden voor het appel. Wü. kregen instrukties om de neo-kolonialisten en kapitalistische bureaucraten te vernietigen, maar er werd niet gezegd wie daarmee bedoeld werden.” Bij zonsopgang hadden zich ongeveer vijfhonderd mensen verzameld, onder wie ongeveer honderd leden van de, communistische vrouwenbeweging, Gerwani. Er werden. messen en scheermessen aan de vrouwen uitgedeeld. Bloedige vrijdag Het wTas toen dat zij een kleine man gekleed ineen batik nachthemd en wiens handen met een rode doek waren vastgebonden, zag. Ook was hij met een rode doek geblinddoekt. De pelotonleider gaf vervolgens bevel de man te slaan en hem te verminken. Leiders van de havenafdeling van de Gerwani waren de eersten die het bevel opvolgden, spoedig gevolgd door de anderen. Ook Djamilah leverde het aandeel in het steken en snijden in het lichaam van de hulpeloze man. Het bloedende slachtoffer werd vervolgens door vier in groene gevechtsuniformen met de rode emblemen van de speciale troepen van de luchtmacht, geklede mannen gegrepen en naar een dichtbijgelegen en niet meer gebruikte put gesleurd. Daar werd driemaal op hem geschoten, maar hij leefde nog. De vrouwen kregen opnieuw bevel het lichaam met hun messen en scheermesjes te bewerken tot hij doodwas. „Toen ik aan vrienden vroeg wie hij was, die man die wij gedood hadden, sloeg iemand mij op de mond. Dus vroeg ik maar niet meer”, zei Djamilah. „Daarna werd het lichaam inde put geworpen. Verschrikt en ontzet vluchtten wij naar het huis waar ons fluisterend werd verteld dat wij een generaal gedood hadden. Dat was bloedige vrijdag. Zaterdag voor zonsopgang werden zij gewekt door kanonschoten. De pelotonleider gaf degenen met wapens opdracht zich op de strijd voor te bereiden en de rest om zich te verschuilen tot het schieten over enkele uren voorbij zou zijn. Die middag vluchtten zij naar een andere schuilplaats. Zondagmorgen vroeg, nadat de coupwas mislukt, verzamelde een sergeant van de luchtmacht hun geweren en gaf hen bevel naar huis te gaan.

English translation

=== [Page 1] === PKI women's section the culprit. DJAKARTA, 6 Nov. (UPI) A pregnant, fifteen-year-old communist woman told yesterday how she helped in the emasculation, mutilation and killing of an Indonesian army general during the failed coup of 30 September. Her story has appeared in the armed forces' bulletin. And this story is a testimony to the strict discipline, military training, secrecy and cruelty to which the Indonesian communists were subjected. Djamilah and her husband, a worker in a car factory in Tandjoeng Priok in the harbour of Djakarta, were both members of the "Pemoeda Rakjat" [Pemuda Rakyat] (the communist people's youth movement). He was moreover chairman of the local union of dock workers, affiliated to Sobsi [SOBSI], the communist trade union federation. On 28 September, Djamilah relates, they were instructed by local party men to report for military training at Tjililitan, where the Halim air force base is located. Djamilah at first raised objections but finally consented. The next day she and her husband joined some forty others, all men, at the local PKI headquarters. They were told that they would hold an S.S. [sic] exercise. They were then taken by bus to a remote part of the air force base. There the group was divided into military units and training began under company and platoon commanders from Madioen [Madiun], the stronghold of the communists during their uprising seventeen years ago. Djamilah said that they were drilled until evening and spent the night under guard. The next morning (Thursday) they were told that the day had come for an offensive against the forces of neo-colonialism and capitalist bureaucrats. The tension rose by the hour and evening fell. Armed youths kept watch continuously in shifts, which were regularly relieved. "Around three o'clock in the morning we were ordered to take a bath and to report for roll call. We received instructions to destroy the neo-colonialists and capitalist bureaucrats, but we were not told who was meant by that." At sunrise about five hundred people had gathered, among them about a hundred members of the communist women's movement, Gerwani. Knives and razors were handed out to the women. Bloody Friday. It was then that they saw a small man dressed in a batik nightshirt and whose hands were tied with a red cloth. He was also blindfolded with a red cloth. The platoon leader then gave the order to beat the man and to mutilate him. Leaders of the harbour branch of Gerwani were the first to obey the order, soon followed by the others. Djamilah too took her share in stabbing and cutting the body of the helpless man. The bleeding victim was then seized by four men dressed in green combat uniforms with the red emblems of the special troops of the air force and dragged to a nearby disused well. There he was shot at three times, but he was still alive. The women were again ordered to work on the body with their knives and razor blades until he was dead. "When I asked friends who he was, that man we had killed, someone hit me on the mouth. So I did not ask any more," said Djamilah. "Afterwards the body was thrown into the well. Frightened and horrified we fled to the house where we were told in whispers that we had killed a general. That was bloody Friday." On Saturday before sunrise they were woken by cannon shots. The platoon leader instructed those with weapons to prepare for battle and the rest to hide until the shooting would be over in a few hours. That afternoon they fled to another hiding place. Early Sunday morning, after the coup had failed, an air force sergeant collected their rifles and ordered them to go home.