Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-01322

Toestand in Indië: Mansergh sommeert de wapenen neer te leggen (Situation in the Indies: Mansergh orders surrender of arms)

Cleaned OCR text (Good (0.912); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

Reuter en Aneta melden uit Batavia dat generaal-majoor E. C. Mansergh, de commandant van de vijfde Britsch-Indische divisie, tot den „gouverneur” van Soerabaja, Soer.o, een ultimatum heeft gericht, waarin wordt gezegd, dat binnenkort Britsche troepen inde haven van Soerabaja en in andere deelen van Oost-Java aan land zullen worden gezet. Deze publicatie volgde op een Indonesische radiouitzending van het „piraten”-station te Soerabaja. waarin medegedeeld werd dat Nederlandsche troepen uit Australië en Timor zouden arriveeren en een beroep werd gedaan op de Indonesiërs „om de landing te verhinderen” en om versterking werd verzocht uit de gebieden rondom Soerabaja, DE BOODSCHAP AAN SOERIO Onmiddellijk na de uitzending heeft generaal-majoor Mansergh een boodschap naar Soerio gezonden om hem te bevelen een tegengesteld radiobericht uitte zenden, maar deze order is nog niet opgevolgd. Het ultimatum liep hedenochtend 6 uur Bataviatijd af. Het ultimatum houdt ondermeer in bet neerleggen der wapens, het inleveren van wapens, hel arresteeren der leiders van de jeugdbeweging, en den politiecommissaris. Indien vóór hedenochtend zes uur niet aan de voorv/aarden van het ultimatum zou zijn voldaan zou generaal Mansergh alle strijdkrachten, die te zijner beschikking staan, gebruiken, maar hij stelt dan de Indonesiërs verantwoordelijk voor mogelijk bloedvergieten. Voorts moesten volgens het ultimatum alle door Indonesiërs vastgehouden gijzelaars gisteravond om zes uur behouden worden overgeleverd. De voornoemde leiders der jeugdbeweging, de leider der „piralsn”-zender en de politiecommissaris moesten zich voor zes uur gisteravond te Batavia meiden aan Manscrghs hoofdkwartier. Laatstgenoemden dienden zich elk afzonderlijk te melden met medeneming van alle wapens die zij bezitten. Deze wapens moesten zij op honderd meter van de afgesproken plaats neerleggen en vervolgens met de handen op het hoofd naderen om gearresteerd te worden. Zij moesten daarna een document teekenen van onvoorwaardelijke overgave. Manserghs ultimatum is van Batavia telefonisch naar Soerabaja doorgegeven „Soerabaja is bezet c’ior Plunderaars, oproerlingen en ongecontroleerde men.g.ea, cue anen volledig bewapend zijn”, zoo zegt de boodschap van Mansergh. „Mijn orders zijn om het =ur>el dat zich aan geen wetten stoort, te ontwapenen, de geauieerde politiek bij de evacuatie van landgenboten mogelijk te maken en de ontwapening der strijdkrachten van de as-mogendheden uitte voeren. De Indonesiërs, die hun wapens op de bepaalde plaats en op het bepaalde tijdstip hebben afgegeven, unnen naar huis terugkeeren. De wapens zuilen door politie in uniform in ontvangst genomen en bewaard worden. Worden na het bepaalde tijdstip nog bij onbevoegden wapens aangetroffen, dan wordt hij, die ze verborgen houdt, ter dood veroordeeld. Op elke poging om geallieerde geïnterneerden aan te vallen of te moïesteeren, staat do doodstraf. Alle Indonesische vrouwen en kinderen, die de stad willen verlaten, kunnen dit doen op voorwaarde, dat zij op negen November te 19.00 uur de stad verlaten hebben met als eenig toegelaten bestemming Modjokarto of Sidoardjo. Zij mogen alleen van een bepaalden weg gebruik maken. Nadat deze boodschap was uitgegeven hebben vier Indonesische leiders, waaronder een woordvoerder van de communistische partij, weer voor den „piratenzender te Soerabaja gesproken en een dringenden oproep aan de Indonesiërs uitgezonden om hun wapens niet aan de Britten over te geven. Een tweede reactie op Ivfansergns ooocischap was de grootere spanning in het door de Britten bezette gebied van Soerabaja: de haven en het vliegveld. Indonesische strijdkrachten bewapend met lichte machinegeweren drongen het Britsche gebied binnen en nemen stelling in gebouwen in, waaruit zij echter weer, zonder dat er een schot viel, verdreven werden. HET IS NOG RUSTIG Het was zoowel in Batavia als in Soerabaja rustig gisteren en de Britsche voorlichtingsdienst heeft gemeld, dat er zich geen belangrijke incidenten hebben voorgedaan. In totaal zijn thans 5932 oudgeinterneerden geëvacueerd, maar er bevindt zich nog een groot aantal Europeanen.niet-Nederlanders) te Soerabaja. Ook in Bandoeng is het vrij rustig, enkele gevallen van plundering uitgesloten. De Gurkhas hebben uit Tjitjalenka een groot aantal Indo-Europeanen in veiligheid gebracht. In Semarang is het vrij rustig; in Magelang veroorzaakte gebrek aan samenwerking bij de Indonesiërs moeilijkheden, maar er worden geen incidenten gerapporteerd. Brigadier Bethell heeft gemeld, dat hij in staat is verdere onlusten te onderdrukken. In Klender (Oost-Batavia) zijn achttien met messen en handgranaten gewapende Indonesiërs gearresteerd. Er. is wrijving gemeld tusschen Indonesiërs en Nederïandsch-Indische troepen in Tangerang. Generaal Christison heeft een nieuwe proclamatie tot de Indonesiërs te Soerabaja uitgevaardigd, waarin staat dat sterke Britsche strijdkrachten, die per schip zijn aangekomen, een onderzoek zuilen instellen naar den gemeenen moord op generaal Mallaby en de schuldigen zullen straffen, maar dat het niet inde bedoeling ligt om de toekomst van Indonesië door middel van geweid te regelen Terwijl de Britsche troepen zich steeds vaster nestelen in Soerabaja voerende Indonesiërs den oorlog niet op psychologischjuiste wijze. Radiostations van de Indonesiërs trachten de 8.8.C.- uitzendingen aan de West-Yorktroepen van de viifde divisie, te 'storen. De Indonesische pianospelers spelen door de 8.8.C.-uitzendingen „Home sweet Home” heen. DE SITUATIE IN HET PONTIANAK-GEBÏED. De nationalistische organisatie in het Pontianak-gebied telt ongeveer 1000 leden. Op 25 October wérd gemeld, dat in Mempawa en Pemangkai nationalistische vlaggen werden geheschen en de bevolking nationalistische onderscheidingsteekenen droeg, waarschijnlijk onder invloed van eenige propagandisten uit Java. Officieren van N.I.C.A. en militaire patrouilles werden er heen gezonden om de propagandisten te arresteeren en de nationalistische embleemen te verwijderen. In verschillende deelen van dit gebied hadden botsingen plaats tusschen de, bevolkingsgroepen onderling, hoofdzakelijk tusschen Dajaks, Maleiers en Chineezen. Het centrum van dezen strijd is Sanggau, waar een zekere Goesti Ismail de titel van „kepela perang” (oorlogsaanvoerder) had aangenomen en den aanval bevolen had op Sintang, welke echter door de bevolking werd afgeslagen. Een patrouille, die naar Sanggau werd gezonden, heeft den vrede en de rust hersteld. 'ln het gehëele gebied van Pontianak zijnde Chineezen zeer loyaal terwijl in het algemeen de situatie niet ongunstig is, hoewel er vele moeilijkheden moeten worden overwonnen en een langen tijd zal heengaan eerde normale toestand Is teruggekeerd. Gedurende de Japansche bezetting hebben de Japanners Asikin tot president benoemd, die goed werk deed bij het handhaven van de rust en de orde tijdens en na de Japansche bezetting. Dank zij hem is er praktisch geen plundering geweest, terwijl de huizen vrijwel onbeschadigd ziin. De bevolking is er economisch zeer slecht aan toe, de Japanners hebben op groote schaal geroofd o.a. alle kostbaarheden uit het paleis van den sultan en zelfs uit het H.K. Missiehuis. 3000 personen werden door de Japanners vermoord. Zelfs na de capitulatie hebben de Japanners getracht den Nederlandsehen autoriteiten afbreuk te doen door hen te zeggen, dat de bevolking zich te_;en hun terugkeer zou verzetten. De gebeurtenissen hebben dit echter gelogenstraft. De nieuwe sultan Hamid II schijnt er goed in te slagen de orde te handhaven.

English translation

=== [Page 1] === Reuter and Aneta report from Batavia that Major-General E. C. Mansergh, commander of the Fifth British-Indian Division, has addressed an ultimatum to the "governor" of Soerabaja, Soerio [Suryo], saying that British troops will shortly be landed in the port of Soerabaja and in other parts of East Java. This publication followed an Indonesian radio broadcast from the "pirate" station at Soerabaja in which it was announced that Dutch troops would arrive from Australia and Timor and an appeal was made to the Indonesians "to prevent the landing" and reinforcements were requested from the areas around Soerabaja. THE MESSAGE TO SOERIO. Immediately after the broadcast Major-General Mansergh sent a message to Soerio ordering him to broadcast a contrary radio message, but this order has not yet been obeyed. The ultimatum expired this morning at 6 o'clock Batavia time. The ultimatum includes among other things the laying down of arms, the handing in of weapons, the arrest of the leaders of the youth movement, and the police commissioner. If the conditions of the ultimatum were not met before six o'clock this morning, General Mansergh would use all the forces at his disposal, but he would then hold the Indonesians responsible for possible bloodshed. Further, according to the ultimatum, all hostages held by Indonesians had to be handed over safely last night at six o'clock. The aforementioned leaders of the youth movement, the leader of the "pirate" transmitter and the police commissioner had to report to Mansergh's headquarters at Batavia before six o'clock last night. The latter were each to report separately, bringing all weapons they possess. These weapons they had to lay down a hundred metres from the agreed place and then approach with their hands on their heads in order to be arrested. They then had to sign a document of unconditional surrender. Mansergh's ultimatum was passed on by telephone from Batavia to Soerabaja. "Soerabaja is occupied by plunderers, insurgents and uncontrolled crowds, who are fully armed," the message from Mansergh says. "My orders are to disarm the rabble that heeds no laws, to make the Allied policy of evacuating compatriots possible and to carry out the disarmament of the forces of the Axis powers. The Indonesians who have handed in their weapons at the stipulated place and the stipulated time may return home. The weapons will be received and kept by police in uniform. If after the stipulated time weapons are still found with unauthorised persons, then he who keeps them hidden will be sentenced to death. Any attempt to attack or molest Allied internees is punishable by death. All Indonesian women and children who wish to leave the city may do so on condition that they have left the city on the ninth of November at 19.00 hours, with Modjokarto or Sidoardjo as the only permitted destination. They may use only a specified road." After this message was issued, four Indonesian leaders, among them a spokesman of the communist party, again spoke before the "pirate" transmitter at Soerabaja and broadcast an urgent appeal to the Indonesians not to hand over their weapons to the British. A second reaction to Mansergh's message was the greater tension in the area of Soerabaja occupied by the British: the harbour and the airfield. Indonesian forces armed with light machine guns penetrated the British area and took up positions in buildings, from which however they were again driven out without a shot being fired. IT IS STILL QUIET. It was quiet yesterday both in Batavia and in Soerabaja and the British information service has reported that no important incidents have occurred. In total 5,932 former internees have now been evacuated, but a large number of Europeans (non-Dutch) are still at Soerabaja. In Bandoeng too it is fairly quiet, a few cases of looting excepted. The Gurkhas have brought a large number of Indo-Europeans to safety from Tjitjalenka. In Semarang it is fairly quiet; in Magelang lack of cooperation among the Indonesians caused difficulties, but no incidents are reported. Brigadier Bethell has reported that he is able to suppress further unrest. In Klender (East Batavia) eighteen Indonesians armed with knives and hand grenades have been arrested. Friction has been reported between Indonesians and Netherlands-Indies troops in Tangerang. General Christison has issued a new proclamation to the Indonesians at Soerabaja, stating that strong British forces which have arrived by ship will institute an inquiry into the vile murder of General Mallaby and will punish the guilty, but that it is not the intention to settle the future of Indonesia by means of force. While the British troops settle ever more firmly in Soerabaja, the Indonesians are not waging the war in a psychologically correct way. Radio stations of the Indonesians try to jam the B.B.C. broadcasts to the West Yorks troops of the Fifth Division. The Indonesian pianists play "Home Sweet Home" over the B.B.C. broadcasts. THE SITUATION IN THE PONTIANAK AREA. The nationalist organisation in the Pontianak area has about 1,000 members. On 25 October it was reported that in Mempawa and Pemangkat nationalist flags were hoisted and the population wore nationalist distinguishing badges, probably under the influence of some propagandists from Java. Officers of N.I.C.A. and military patrols were sent there to arrest the propagandists and remove the nationalist emblems. In various parts of this area clashes took place between the population groups themselves, mainly between Dayaks, Malays and Chinese. The centre of this struggle is Sanggau, where a certain Goesti Ismail had assumed the title of "kepala perang" (war leader) and had ordered the attack on Sintang, which however was repulsed by the population. A patrol sent to Sanggau has restored peace and quiet. In the whole Pontianak area the Chinese are very loyal and in general the situation is not unfavourable, although many difficulties have to be overcome and a long time will pass before the normal situation has returned. During the Japanese occupation the Japanese appointed Asikin as president, who did good work in maintaining peace and order during and after the Japanese occupation. Thanks to him there has been practically no looting, and the houses are almost undamaged. The population is economically in a very bad way; the Japanese plundered on a large scale, including all valuables from the sultan's palace and even from the R.C. Mission house. 3,000 persons were murdered by the Japanese. Even after the capitulation the Japanese tried to discredit the Dutch authorities by telling them that the population would resist their return. Events have however belied this. The new sultan Hamid II seems to be succeeding well in maintaining order.