Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-01330

Hollands Dagboek, donderdag 13 sept. (Dutch Diary, Thursday 13 Sept.)

Cleaned OCR text (Fair (0.835); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

Willem Oltmans (48) is free lance journalist. Begon als redacteur buitenland bij het Algemeen Handelsblad, was correspondent voor de Telegraaf (Rome), NRC (Djakarta), Vrij Nederland (New York). Woont in Amsterdam, verblijft regelmatig in de Verenigde Staten. Publiceert in binnen- en buitenland. De opzet van de heren van de vaste Kamercommissie van buitenlandse zaken is precies geslaagd. Piet Dankert (voorzitter) zei na afloop maandag, dat de commissie wilde voorkomen dat haar besluit met 11 tegen 7 stemmen om het beleid van Luns inzake Nieuw Guinea aan een onderzoek te onderwerpen gelieerd zou worden aan mijn jarenlange pogingen die zaak tot de draad te laten uitzoeken. De pers, met uitzondering van het Vrije Volk, noemde mij dan ook niet, alhoewel Dankert wel degelijk op zijn persconferentie meedeelde, dat de zaak „door Oltmans opnieuw was aangezwengeld." Briefkaart van Jan Cremer uit Mauritius. Mohammed Hatta, oud vice-president van Indonesië was in Amsterdam. Ik was hem dezer dagen op het spoor gekomen in een gesprek met de Indonesische ambassadeur in Den Haag, Generaal Alam Sjah, die door de studenten (KAMI) in Djakarta op een lijst werd geplaatst van voornaamste corruptoren onder het Suharto regime en die zijn gesprek met mij begon door te benadrukken, dat hij een persoonlijk vriend van Prins Bernhard was. Trouwens, in 1970, riep Suharto de prestigieuze Hatta te hulp om, ook al onder druk van demonstrerende studenten, de massale corruptie bij het staatsoliebedrijf Pertamina te helpen onderzoeken. Pertamina brengt immers jaarlijks meer dan één miljard dollars aan • deviezen Indonesië binnen. Hatta trad enkele maanden later als anti-cprruptieadviseur af en zei tegen dr. Emile van Konijnenburg van de KLM: „Ik was het met Sukarno niet eens, maar wat wij nu hebben is veel erger." Konijnenburg is inmiddels overleden. Hij „regelde" in het verleden Hatta's vliegreizen. En zo constateren wij dan in 1973, dat de heer Hatta als gast van Pertamina en Indonesiës beruchtste generaal Ibnu Sutowp in Amsterdam arriveert om dit' weekeinde in Genève het duurste feest ooit in dit kanton gegeven te gaan bijwonen. Ibnu nodigde 10.000 gasten uit, waarvan 2.000 uit alle hoeken der aarde op kosten van het Indonesische volk 'naar Genève zullen komen vliegen. Mijn vriend Peter begon zijn colleges psychologie in Tilburg. Hij passeerde zijn eerste test statistiek. Aurelio Peccei telegrafeert, dat de premier van Singapore, Lee Kuan Yew, bereid is mij te ontvangen voor mijn tweede boek met gesprekken over „Grenzen aan de groei" in de Derde Wereld en de socialistische landen. vrijdag 14 sept. Mam schrijft hoe zij geniet in Lugano. De voormalige rechterhand van Luns, oud-minister De Koster, zo blijkt mij thans, heeft zich vorige week aan de vooravond van de stemming in de vaste Kamercom-' missie voor buitenlanse zaken naar de woning van zijn Wassenaarse buurman, oud-ambassadeur van Roijen begeven. Daar werden de hersens gepijnigd hoe men Luns • te hulp zou kunnen schieten. Te onbegrijpelijker, vooral in het geval van de heer Van Roijen, die beter dan wie ook in Nederland weet, hoe „onze" Luns land en volk besodemieterd heeft. Maar goed, de heren waren in het bezit van een vertrouwelijk rapport van de Amsterdamse student Ronald A. Gase en men besloot een en ander te laten „botjor" (het Indonesische woord voor lekken). Prompt verscheen hoofd' redacteur H. A. M. Hoefnagels van de „Haagse Courant" met een ellenlang hoofdartikel (15 september 1973) waarbij Luns opnieuw tot held werd verklaard en Oltmans tot vilain. zaterdag 15 sept. Zandvoort. „Zeezicht". Wij genieten van de laatste zomerse dagen. Peter trimt op het strand. Ik zit eerst met mijn drukproeven op het terras. zondag 16 sept. De ellende in Chili denkt in alle opzichten aan de ramp van 196:5 in Indonesië. In Chili werd door Amerika duidelijk een Marxistisch bewind aanvankelijk getolereerd, om, nadat links-progressief Chili eerst goed tot wasdom zou zijn gekomen en in het volle daglicht was komen te staan, een coup d'état te organiseren, waarbij de massamoord a la Indonesië zou kunnen worden ingezet. Hugh O'Shaughnessy meldt vanmorgen in de London Observer rechtstreeks uit Santiago, dat de generaals via radio en televisie er op wijzen dat ook in Indonesië pas weer massaal „donor-hulp" van de rijke landen voorhanden was, nadat de coup -generaals een massamoord op communisten en Sukarno-aanhangers hadden geopend. Het wordt gewoon openlijk gesteld. Ohili 1973 is een CIA-her'haling van Indonesië 1'965. Zoals Suharto de Papoudopoulos van Indonesië zou worden, werd Augustus Pinochet de in Washington geselecteerde massamoordenaar van Chileense sociaal-democraten en vrijheidshelden. Regis Debray herinnert zich zijn laatste ontmoeting met Salvador Allende op 19 augustus 1973. De „trick" was andermaal geslaagd. Men had de gewapende strijdkrachten.met het aftreden van Generaal Carlos Prats van de president van de republiek weten los te weken. Toen men Allende dan ook adviseerde om zich rechtstreeks tot de massa, de arbeiders, te richten, antwoordde hij (zoals Debray zich herinnerde), „en hoeveel massa's zou ik nodig hebben om één tank te stoppen?" Vanmorgen hoorde ik een vreemd geluid beneden. Ik ging naar het verwarmingshok. Er fladderde iets binnen in de schoorsteen maar het geluid was te krachtig voor een vlinder. Maakte de pijpen lo.s. Het was een mus. Ik liet hem naar buiten. Dode vogels zie je eigenlijk, zoals de Nieuwe Linie laatst benadrukte, alléén langs de grote wegen. Waar sterven vogels? Leerlingen van de Haagse Vrije School vonden het nodig de Sowjet ambassade een brief te zenden en het op te nemen voor de in Rusland vervolgde schrijvers en intellectuelen. Ik zou deze kinderen de volgende vraag willen stellen: Zeven jaar geleden werden in Indonesië honderdduizenden mensèn vermoord en honderdduizenden anderen gearresteerd. -Waarom heeft niemand in Nederland ooit iets ondernomen Om Indonesische schrijvers als Pramudya Ananta Tur, Bujung Saleh, Sitor Situmorang, Rivai Apin, Hadi Sosrodanukusomo, Benni Tjung, mevrouw Sugiarti Siswadi, Samandjaja, of Bandaharo Harahap, om enkele te noemen, te helpen?. Of journalisten als Suroto, Rusijati, Suprijo en Walujo van Antara, Naibaho, Juliarso, Arispranowo, Wahjudi en Dahono van Harian Rakjat of Satyagraha van Suluh Tndonesia, A. Karim D. P. van Warta Bhakti, voorzitter van de Indonesische journalistenbond PW/, A. Yusuf van Sinar Harapan, Djoni Hendra Sitompul van het weekblad Pantjawarna, Njoman S. Pendit van de Indonesian Observer, mijn eigen vriend Tom Anivar van Bintang Timur en Ha■sijm Rachman, eveneens van Bintang Timur, of Marlon Tampubo-lan en vele, vele anderen buiten Djakarta? Daar wordt in Nederland met geen woord over gerept, omdat superb geïnformeerde bewindslieden als Udink en consorten het zo nodig vonden vorig jaar Indonesië 60 miljoen gulden meer aan „donor-fondsen" te moeten verstrekken dan het generaalsregime had gevraagd! maandag 17 sept. Parijs. Om 16.00 ontmoette ik Madame Dewi Sukarno en de ambassadeur van Sri Lanka (Ceylon), Tissa Wijeyratne aan de Avenue Montaigne. Kartika (Sukarno's dochtertje) speelde op de piano in een andere kamer géfnstrueerd door haar gouvernante, mevrouw Azuma. Later kwam zij mij halen om een baby typewriter te laten zien, die zij van haar moeder had gekregen. Wij bespraken het door de NOS te filmen interview. Het leek haar nuttig ook iets te zeggen over een uitgebreide' correspondentie met generaal Nasution tijdens Oktober 1965, de tumultueuze dagen van de Indonesische generaalscoup. Wij kozen enkele passages voor publikatie, waaronder de volgende belangrijke. Nasution schreef namelijk, dat die eerste dagen van Oktober 1965 het leger verscheidene grieven van partijleider Aidit van de PKI (Partai Kommunis Indonesia) had onderschept, waarin Aidit in alle toonaarden Sukarno trachtte te overtuigen, dat de PKI niet bij de staatsgreep was betrokken. Hij verzocht bovendien zijn Harian Rakjat weer te mogen laten verschijnen. Dewi: „Als Rung Karno dus met de PKI zou hebben samengespannen, waarom Schreef (volgens Nasution zelf) Aidit dan deze brieven aan de President?'' Laat in de avond wandelde ik in de regen terug naar Hotel Vendöme. De bladeren aan de kastanjebomen verkleurden reeds. dinsdag 18 sept. De NOS-crew onder leiding van Rudolf Spoor arriveerde prompt om 10.00 a.m. aan de Avenue Montaigne. Ik sta altijd weer versteld wat er aan koffers, dozen, draden en lampen nodig is bij zo'n opname. Madame Dewi zat nog bij de kapper want zij moest om 13.00 uur met oud vice-president en Madame Mohammed Hatta lunchen in het George V hotel. In de Herald Tribune viel mij een bericht op, dat de regering in Peking een Amerikaans Farmaceutisch bedrijf had toegestaan in China 'een proef op 150 Chinese vrouwen te nemen met een splinternieuw voorbehoedsmiddel. Dat was ous wat de Britse' geneticus, 'professor C. H. Waddington ' bedoelde in mijn interview voor „Grenzen aan de groei", toen hij zei, dat dergelijke proeven misschien het beste in landen, als India of Brazilië, "of een ander land met een enorm ' overbevolkingsprobleem en niet al te strenge veiligheidsvoorschriften" zouden kunnen worden genomen. Bij thuiskomst uit Parijs telefoneert de man van mijn interieurverzorgster, dat zij overspannen is en niet meer zal kunnen komen werken. Zij is thans onder behandeling van een specialist. Het was mij reeds eerder opgevallen dat zij erg veel rookte en haar handen beefden. In wezen geloof ik echter, dat spanningen in het flatgebouw waar zij in woont, deze nervositeit met zich mee -bracht. Op een andere étage was bijvoorbeeld een meisje van elf jaar door een man van een naburig appartement verkracht. Zoals zij mij dehaat en nijd uit haar omgeving beschreef zou iedereen het er op den duur van op zijn- zenuwen hebben gekregen. In Chili duren de razzia's voort en worden duizenden mensen door militairen gearresteerd. Ik moet. zeggen, in het ganse uur U van Koos Postema - een andere voortreffelijke TV-presentator — kwam premier Den Uyl werkelijk één keer tot leven en kreeg ik het gevoel dat hij in vuur en vlam stond, en dat was toen hij over Chili sprak. woensdag 19 sept. Holland in rep en roer. De Koningin vergat het woord God in haar troonrede. Dominee Wawelaar uit de „Max Havelaar" is nog altijd niet dood. Deze regering heeft volmaakt gelijk. Hoe lang zal het duren voor men 'dergelijke onzin zonder gekrakeel achterwege kan laten? Als men Hans Wiegel hierover in Hier en Nu. beluistert, krijgt men de neiging om hem de verzamelde werken van Nietzschetoe te zenden. Die man, die zich halsstarrig met Haja en Van Riel blijft identificeren - of is het Oud? loopt een eeuw achter. Mam is terug uit Lugano en had een zalige vakantie gehad. Zij was onmiddellijk weer met de piano begonnen. Ik kreeg 'het gevoel, dat die dagen in Zwitserland en Italië als een frisse wind door haar leven waren gewaaid. Het blad Links, weekblad voor. < ' strijdend socialisme, nr. 41, uit. België publiceerde één pagina commentaar van A. J. J. Smolders over "Grenzen aan de groei", wat één der beste kritieken op mijn boek genoemd kan worden. Met uitzondering van professor Pen en Bram van der Lek, die in de meer linkse hoek mijn Club-van-Romeboek als goed hebben gekwalificeerd, was ik vooral blij met dit artikel na de onzin die Rob Sijmons in Vrij Nederland heeft geschreven. Trouwens Wouter van Dieren weet ook niet van wanten als hij dit onderwerp behandelt, alhoewel mij Edam juist een ideale basis van opereren toeschijnt. donderdag 20 sept. Peter roeit vanmiddag, daarna komt hij naar Amsterdam. Ik ben het totaal eens met Anthony Lewis, die tégen Henry Kissingers benoeming tot minister van buitenlandse zaken is. Lewis schrijft in de Times, dat als er één ding nu nodig is in Amerika is het een minister op die post te krijgen, die het vertrouwen van het grote publiek kan herstellen in wat de V.S. in het buitenland uitspoken. Als iemand heeft bewezen, mee te hebben gedaan met het in het volstrekte geheim bombarderen van Cambodja en andere walgelijke schandalen, die rond de regering-Nixon de laatste maanden ook wat betreft de buitenlandse politiek in de openbaarheid zijn gekomen, is het juist Kissinger. Bovendien, om één voorbeeld te noemen. Kissinger heeft eens gezegd, dat het regime van Lon Nol in Phnom Penh gezien moest worden als,,de regering van prins Norodom Sihanoek minus Sihanoek." (zie ook:..Kissinaer. the uses of power", door David Landau, Houghton Mifflin Compagny, Boston 1972). Grotere onzin is nauwelijks denkbaar. Dan verkies ik Sukarno's laatste politieke uitspraak die via zijn kinderen bekend is geworden, toen hij op zijn verjaardag, 6 juni 1970 stervende was, en opmerkte: „Mijn sympathie ligt bij Sihanouk. Lon Nol is precies Suharto." Ik zie dat twee ervaren journalisten, Bert Vuijsje en John Jansen van Galen deze week niet minder dan zeven pagina'r. in de Haagse Post wijdden aan onze nieuwe minister voor ontwikkelingshulp, Jan Pronk. Hoe het Gods ter wereld mogelijk is, dat Indonesië en de fabelachtige bedragen die imperialistische landen in het Papadopoulos-regime in Djakarta pompen niet ter sprake is gekomen, is mij een raadsel. Het is een hoopvol teken dat de regering-Den Uyl tenminste miljoenen hulp aan Chili (waar thans volgens de premier „puur bruut fascisme heerst") onmiddellijk heeft bevroren. Het is te hopen, dat deze regering - na het wanbeleid in deze sector door de regeringen Piet de Jong en Barend Biesheuvel - eindelijk eens het mes zal zetten in de „donor-steun" voor de Indonesische generaals, die met ons geld in het zadel worden gehouden en 'waarmee wij de bevrijding van het Indonesische volk van het huidige gehate bewind slechts tegenhouden. De NOS belt. De montage van het Dewi-interview dat zondagavond moet worden uitgezonden begint om 15.00 in de studio in Bussum. Een dagboek is wel eens een gigantische fraude genoemd. Het is ook wel als het meest effectieve pijnstillende middel beschreven.' „Wanneer eenmaal alles op papier staat", schreef George Mikes in de Londense Times, „kan je' weer rustig ademhalen, voel je je opgelucht, zijn je daden gerechtvaar-' digd, werden anderen op hun plaats gezet en de nerveuze en mentale balans van de dagboekschrijver is hersteld." Een andere kritiek is wel geweest, dat een dagboek voorgeeft de meest intieme waarheden en gedachten van de schrijver weer te geven. Maar zij die er dagboeken op nahouden, schrijven bijna allemaal met toekomstige publikatie voor ogen. Hij die privé liegt, liegt in publiek en in hoeverre zijn dagboeknotities de waarheid? Arthur Koestier heeft eens gezegd, „Om van een schrijver te houden en hem in werkelijkheid te ontmoeten is hetzelfde alsof men van ganzelever houdt en de werkelijke gans tegen het lijf loopt." Ik geef toe,.dat het. bij bovenstaande notities uit mijn dagboek overgenomen, slechts om de gedeeltelijke waarheid gaat. Ten eerste, omdat ik voortdurend in gedachten moest houden, dat gesprekken, als met Madame Dewi, de ambassadeur van Ceylon, of informaties betreffende Luns, Van Roijen en De Koster, die ik juist dezer dagen doorgegeven kreeg, onmogelijk reeds thans a bout portant in dé krant gezet zouden kunnen worden. Ten' tweede zie ik nu dat ik op 16 september 1973 om 17.50 (pagina B-330) noteerde: „Deze notities geven niets weer van de zalige dagen met Peter, de wandeling van uren op het strand van gisteren (ik dwong mijzelf mijn drukproeven niet mee te nemen) - de kokkerellerij, met vis en spanningen, niets gewoon rust". niets, gewoon fijn." (toto Gijsbert Hanekroot)

English translation

=== [Page 1] === Hollands Dagboek, Thursday 13 Sept. [Dutch Diary; Willem Oltmans] Willem Oltmans (48) is a free-lance journalist. Began as foreign editor at the Algemeen Handelsblad, was correspondent for the Telegraaf (Rome), NRC (Djakarta), Vrij Nederland (New York). Lives in Amsterdam, regularly stays in the United States. Publishes at home and abroad. [Diary entry, Thursday 13 Sept. – the Indonesia-related passages follow; the personal and Dutch domestic material is summarised in brackets.] The design of the gentlemen of the standing parliamentary committee on foreign affairs has succeeded exactly. Piet Dankert (chairman) said afterwards on Monday that the committee wanted to prevent its decision, by 11 votes to 7, to subject Luns's policy on New Guinea to an investigation from being linked to my years-long attempts to have that matter gone into thoroughly. The press, with the exception of Het Vrije Volk, therefore did not name me, although Dankert did indeed announce at his press conference that the matter "had been set going again by Oltmans." Postcard from Jan Cremer from Mauritius. Mohammed Hatta, former vice-president of Indonesia, was in Amsterdam. I had picked up his trail in these days in a conversation with the Indonesian ambassador in The Hague, General Alam Syah, who was put by the students (KAMI) in Djakarta on a list of chief corruptors under the Suharto regime and who began his conversation with me by emphasising that he was a personal friend of Prince Bernhard. Incidentally, in 1970 Suharto called on the prestigious Hatta for help, also under pressure from demonstrating students, to help investigate the massive corruption at the state oil company Pertamina. Pertamina after all brings in more than one billion dollars annually in foreign currency for Indonesia. Hatta resigned a few months later as anti-corruption adviser and said to Dr. Emile van Konijnenburg of the KLM: "I disagreed with Sukarno, but what we have now is much worse." Konijnenburg has since died. He "arranged" Hatta's flights in the past. And so we establish in 1973 that Mr. Hatta arrives in Amsterdam as a guest of Pertamina and Indonesia's most notorious general Ibnu Sutowo, to attend this weekend in Geneva the most expensive party ever given in that canton. Ibnu invited 10,000 guests, of whom 2,000 from all corners of the earth will be flown to Geneva at the expense of the Indonesian people. [My friend Peter began his psychology lectures in Tilburg; Aurelio Peccei telegraphs that the prime minister of Singapore, Lee Kuan Yew, is prepared to receive me for my second book of conversations on "Limits to Growth" in the Third World and the socialist countries.] Friday 14 Sept. [Mam writes about Lugano.] The former right hand of Luns, former minister De Koster, it now turns out to me, went last week on the eve of the vote in the standing parliamentary committee for foreign affairs to the home of his Wassenaar neighbour, former ambassador Van Roijen. There they racked their brains on how Luns could be helped. All the more incomprehensible, especially in the case of Mr. Van Roijen, who better than anyone in the Netherlands knows how "our" Luns has swindled land and people. But anyway, the gentlemen were in possession of a confidential report by the Amsterdam student Ronald A. Gase and it was decided to let one thing and another "botjor" (the Indonesian word for leaking). Promptly editor-in-chief H. A. M. Hoefnagels of the "Haagse Courant" appeared with an endlessly long editorial (15 September 1973) in which Luns was again declared a hero and Oltmans a villain. Saturday 15 Sept. [Zandvoort, "Zeezicht"; enjoying the last summer days; personal.] Sunday 16 Sept. The misery in Chile reminds in every respect of the disaster of 1965 in Indonesia. In Chile a Marxist regime was initially clearly tolerated by America, so that, after left-progressive Chile had first come to full growth and had come to stand in full daylight, a coup d'état could be organised, in which the mass murder à la Indonesia could be set in motion. Hugh O'Shaughnessy reports this morning in the London Observer directly from Santiago that the generals point out via radio and television that in Indonesia too massive "donor aid" from the rich countries was only available again after the coup generals had opened a mass murder of communists and Sukarno supporters. It is simply stated openly. Chile 1973 is a CIA repeat of Indonesia 1965. Just as Suharto was to become the Papadopoulos of Indonesia, Augusto Pinochet became the mass murderer, selected in Washington, of Chilean social democrats and freedom heroes. Régis Debray remembers his last meeting with Salvador Allende on 19 August 1973. The "trick" had succeeded once more. They had managed to detach the armed forces from the president of the republic with the resignation of General Carlos Prats. When Allende was therefore advised to turn directly to the masses, the workers, he answered (as Debray remembered), "and how many masses would I need to stop one tank?" [A sparrow in the chimney; dead birds.] Pupils of the Hague Free School found it necessary to send the Soviet embassy a letter and take up the cause of the writers and intellectuals persecuted in Russia. I would like to put the following question to these children: Seven years ago hundreds of thousands of people were murdered in Indonesia and hundreds of thousands of others arrested. Why has nobody in the Netherlands ever undertaken anything to help Indonesian writers such as Pramudya Ananta Tur, Bujung Saleh, Sitor Situmorang, Rivai Apin, Hadi Sosrodanukusomo, Benni Tjung, Mrs. Sugiarti Siswadi, Samandjaja, or Bandaharo Harahap, to name a few? Or journalists such as Suroto, Rusijati, Suprijo and Walujo of Antara, Naibaho, Juliarso, Arispranowo, Wahjudi and Dahono of Harian Rakjat or Satyagraha of Suluh Indonesia, A. Karim D. P. of Warta Bhakti, chairman of the Indonesian journalists' union PWI, A. Yusuf of Sinar Harapan, Djoni Hendra Sitompul of the weekly Pantjawarna, Njoman S. Pendit of the Indonesian Observer, my own friend Tom Anwar of Bintang Timur and Hasjim Rachman, also of Bintang Timur, or Marlon Tampubolon and many, many others outside Djakarta? Not a word is mentioned about this in the Netherlands, because superbly informed cabinet members such as Udink and consorts found it necessary last year to provide Indonesia with 60 million guilders more in "donor funds" than the generals' regime had asked! Monday 17 Sept. Paris. At 16.00 I met Madame Dewi Sukarno and the ambassador of Sri Lanka (Ceylon), Tissa Wijeyratne, on the Avenue Montaigne. Kartika (Sukarno's little daughter) played the piano in another room, instructed by her governess, Mrs. Azuma. Later she came to fetch me to show a baby typewriter that she had received from her mother. We discussed the interview to be filmed by the NOS. It seemed useful to her to say something also about an extensive correspondence with General Nasution during October 1965, the tumultuous days of the Indonesian generals' coup. We chose a few passages for publication, including the following important one. Nasution namely wrote that in those first days of October 1965 the army had intercepted several letters of complaint from party leader Aidit of the PKI (Partai Kommunis Indonesia), in which Aidit tried in every possible way to convince Sukarno that the PKI was not involved in the coup. He moreover requested to be allowed to let his Harian Rakjat appear again. Dewi: "If Bung Karno had therefore conspired with the PKI, why then did Aidit (according to Nasution himself) write these letters to the President?" Late in the evening I walked back in the rain to Hotel Vendôme. The leaves on the chestnut trees were already changing colour. Tuesday 18 Sept. [The NOS crew under Rudolf Spoor arrived at 10.00 at the Avenue Montaigne; Madame Dewi at the hairdresser, lunch with ex-vice-president and Madame Mohammed Hatta at the George V; a report on a contraceptive trial in China; my interior cleaner is overwrought; the Chile raids continue; premier Den Uyl comes to life when speaking about Chile.] Wednesday 19 Sept. [Holland in uproar: the Queen forgot the word God in her throne speech; remarks on Hans Wiegel; Mam back from Lugano; a review of "Limits to Growth" in the Belgian weekly Links; remarks on Rob Sijmons and Wouter van Dieren.] Thursday 20 Sept. [Peter rows; agreement with Anthony Lewis against Henry Kissinger's appointment as secretary of state; Kissinger's remark that the Lon Nol regime should be seen as "the government of Prince Norodom Sihanouk minus Sihanouk".] Then I prefer Sukarno's last political statement that became known via his children, when he was dying on his birthday, 6 June 1970, and remarked: "My sympathy lies with Sihanouk. Lon Nol is exactly Suharto." [Haagse Post devoted seven pages to the new minister for development aid, Jan Pronk.] How in God's name is it possible that Indonesia and the fabulous sums that imperialist countries pump into the Papadopoulos regime in Djakarta have not been discussed, is a riddle to me. It is a hopeful sign that the Den Uyl government has at least immediately frozen millions of aid to Chile (where according to the premier "pure brutal fascism now reigns"). It is to be hoped that this government — after the mismanagement in this sector by the Piet de Jong and Barend Biesheuvel governments — will finally put the knife into the "donor support" for the Indonesian generals, who are kept in the saddle with our money and with which we only hold back the liberation of the Indonesian people from the present hated regime. [The NOS calls: editing of the Dewi interview begins at 15.00 in the studio in Bussum. Closing reflections on diaries, citing George Mikes and Arthur Koestler.] (photo Gijsbert Hanekroot)