Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-01386

Nasakom voorlopig zonder "kom": Communisten bevroren, maar nog niet uitgeschakeld; Soebandrio in het nauw (Nasakom for now without 'kom'; Subandrio increasingly cornered)

Cleaned OCR text (Good (0.945); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

(Van onze reisredacteur mr. H. L. Leffelaar) DJAKARTA. De zogenaamde bevriezing van de Indonesische communistische partij en alle nevenorganisaties, is een overwinning voor het leger op president Soekarno en anderen, die inde afgelopen week getracht hebben van de partij te redden wat er te redden viel. De bevriezing betekent echter nog niet dat de communisten nu voorgoed zijn uitgeschakeld als deelhebbers aan een toekomstige Indonesische regering. ' Nasakom, het door president Soekarno geformuleerde begrip vaneen eenheids-front van nationalisten, islamieten en communisten, schijnt wel voorlopig schipbreuk te hebben geleden op de gebeurtenissen rond de dertig septemberbeweging. De volksmond heeft dan ook al een nieuwe interpretatie van Nasakom: Nasoetion anti-communist. In afwachting vaneen definitieve uitspraak van de Indonesische president over het lot van de communistische partij en de samenstelling vaneen nieuwe regering, stapelen de feiten over de mate van betrokkenheid van deze partij bij de mislukte staatsgreep, zich hoe langer hoe meer op. Ook de handhaving van dr. Soebandrio ineen nieuwe regering, thans minister van buitenlandse zaken, is een kwestie vaneen dubbeltje op zijn kant geworden. Waarnemers in Djakarta zijn het erover eens, dat president Soekarno op het ogenblik nog de enige is die dr Soebandrio de hand boven het hoofd houdt, terwijl het leger en de islamitische partij steeds sterker ageren tegen zijn handhaving als minister. Sinds eergisteren zijn ook inde binnenstad van Djakarta anti-Soebandrio spandoeken te vinden. Sommige werden na enkele rren door onbekenden verwijderd. Voor het eerst zag ik ook een aanplakbiljet tegen mevrouw Soebandrio, die aan het hoofd staat van de federatie van Indonesische vrouwenorganisaties. Mevrouw Soebandrio leidde enige tijd geleden een protestoptocht tegen de hoge prijzen van levensmiddelen, en. daarop inhakend vermeldde het biljet: „Mevrouw Soebandrio, laten wij nu eens demonstreren!”. De leuze slaat op het feit dat de federatie van vrouwenorganisaties er nog steeds niet toe is overgegaan de communistische vrouwenbond, de Gerwani, te schorsen. Een van de talrijke Djakartaanse dagbladen meldt dat de communistische leiders Njoto en Loekman deze week logeerden bij dr. Soebandrio in zijn huis aan de Djalan Diponegoro, niet ver van de Nederlandse ambassade. Dit bericht sluit aan op geruchten dat president Soekarno zijn minister van buitenlandse zaken belast zou hebben met een aanvaardbare reorganisatie van de communistische partij. De kansen vaneen dergelijke vernieuwing zijn echter zeer klein geworden. Het ziet er eerder naar uit dat de „kom” van president Soekarno’s Nasakom voorlopig zal ontbreken., HATTA Eveneens woonachtig aan de Djalan Diponegoro is dr. Mohammed Hatta, voormalig vice-president, die ik gedurende een half uur sprak. Dr. Hatta, nog steeds een onaantastbare figuur inde Indonesische samenleving, kan zich vrijuit bewegen in het roerige Djakarta. Hij vertelde dat hij de aanloop tot de recente gebeurtenissen al geruime tijd had onderkend. Hij verwees naar de gestage infiltratie van de communisten in allerlei regeringsorganen en noemde bij name de vaak catastrofale pogingen om het landhervormingsprogramma van de regering te beïnvloeden en aan te vullen. Hij zei dat het er vaak op neer kwam dat communisten stukken regeringsgrond annexeerden en op eigen houtje gingen bebouwen, zonder kennis van zaken, zodat de resultaten vrijwel steeds bedroevend' waren. In sommige gevallen leidden deze annexatié-pogingen tot de dood van enkele betrokkenen. Een vooraanstaand minister, die niet nader geïdentificeerd wenste te worden vertelde mij dat op dein het paleis Bogor gehoudas eerste kabinetszitting na de rmsiulUe staatsgreep, een brief werd voorge lezen van de communistische partijleider Aidit. In deze brief, geschreven uit de stad Blitar in Midden-Java, schreef Aidit, dat nij de zitting tot zijn spijt niet kon bijwonen, omdat hij uit zijn huis gehaald zou zijn door de paleiswacht en voor zijn veiligheid naar Djokjakarta werd gestuurd. Toen een van de ministers op deze leugenachtige bewering reageerde, liet dr. Soebandrio van zich horen met de aanmaning geen overijlde opinies te vormen en de zaken rustig aan te pakken. OENTONG Volgens deze zelfde bron werden op deze eerste kabinetszitting geen beslissingen genomen door de president. De minister verschafte tevens de volgende inlichtingen over de voormalige leider van de staatsgreep Oentong. Oentong blijkt betrokken te zijn geweest bij de Madioen-opstand van 1948 toen de communisten ook een misrekening maakten. Hij werd vervolgens gesignaleerd in Semarang, waar hij contact had me: onder andere de voorzitter van de communistische partij in Pekalongm. Oen;.rg rehabiliteerde zich later als parachutist in acties in West-Irian, maar bleef in rang niettemin ach. er bij zijn collega’s. Enkele dagen na zijn benoeming tot bataljonscommandant bij de paleiswacht, werd Oeaong opnieuw in contact gebracht met leiders van de communistische partij. Zij betrokken hem in hun plannen voor een staatsgreep en vertelden hem dat na de dood van de belangrijkste generaals het leger aan de zijde van de partij zou staan, terwijl de politie en de marine verdeeld zouden blijven in hun loyaliteit. Daarentegen zou de luchtmacht weer op de hand van de communisten zijn. Inde nog steeds plaats vindende verhoren heeft Oentong losgelaten, dat hem werd medegedeeld dat dr. Soebandrio op de hoogte was van de plannen en ermee akkoord ging. MISHANDELINGEN De thans gearresteerde brigadegeneraal Soepardjo was opgedragen het decreet waarbij de revolutionaire raad werd uitgeroepen ter ondertekening voor te leggen aan president Soekamo. De vice-voorzitter van deze raad, luchtmacht-kolonel Heroe en majoor Soerjono zijn, aldus deze ministeriële zegsman, naar West-Irian gevlucht. In Djakarta gaande zuiveringsacties nog steeds door. Dagelijks zijn er vrachtauto’s met arrestanten te zien, die met de handen boven het hoofd voor verhoren worden afgevoerd. Het leger, verbitterd over het verlies van zes generaals, is vastbesloten deze razzia tot de laatste man voort te zetten en zou volgens inlichtingen niet terugdeinzen voor lichamelijke mishandelingen om bekentenissen te verzamelen. Spijtoptanten Minister Sarnkalden (justitie) verwacht, dat de laatste 581 aanvragen tot toelating van spijtoptanten en maatschappelijk Nederlanders in het eerste kwartaal van 1966 zullen zijn afgehandeld. DJAKARTA De Indonesische hoofdstad is voortdurend het toneel van demonstraties. Deze foto werd gisteren genomen tijdens een anti-communistische demonstratie. SOEBANDRIO

English translation

=== [Page 1] === (From our travel editor Mr H. L. Leffelaar) DJAKARTA. The so-called freezing of the Indonesian communist party and all affiliated organisations is a victory for the army over President Soekarno and others, who in the past week have tried to save from the party what could be saved. The freezing does not yet mean, however, that the communists have now been eliminated for good as participants in a future Indonesian government. Nasakom, the concept formulated by President Soekarno of a united front of nationalists, Islamists and communists, seems for the time being to have suffered shipwreck on the events surrounding the Thirtieth of September movement. The popular voice has therefore already come up with a new interpretation of Nasakom: Nasoetion anti-communist. Pending a definitive pronouncement by the Indonesian president on the fate of the communist party and the composition of a new government, the facts about the degree of involvement of this party in the failed coup accumulate more and more. The retention of Dr Soebandrio in a new government, now minister of foreign affairs, has also become a toss-up. Observers in Djakarta agree that President Soekarno is at the moment still the only one who holds a protective hand over Dr Soebandrio, while the army and the Islamic party are agitating ever more strongly against his retention as minister. Since the day before yesterday anti-Soebandrio banners can also be found in the inner city of Djakarta. Some were removed by unknown persons after a few hours. For the first time I also saw a poster against Mrs Soebandrio, who is at the head of the federation of Indonesian women's organisations. Mrs Soebandrio led a protest procession some time ago against the high prices of foodstuffs, and, picking up on that, the poster stated: "Mrs Soebandrio, let us now demonstrate for once!" The slogan refers to the fact that the federation of women's organisations has still not proceeded to suspend the communist women's league, the Gerwani. One of the numerous Djakarta dailies reports that the communist leaders Njoto and Loekman were staying this week with Dr Soebandrio in his house on the Djalan Diponegoro, not far from the Dutch embassy. This report ties in with rumours that President Soekarno had charged his minister of foreign affairs with an acceptable reorganisation of the communist party. The chances of such a renewal have however become very small. It looks rather as though the "kom" [communism] of President Soekarno's Nasakom will be missing for the time being. HATTA. Likewise resident on the Djalan Diponegoro is Dr Mohammed Hatta, former vice-president, whom I spoke with for half an hour. Dr Hatta, still an untouchable figure in Indonesian society, can move freely in turbulent Djakarta. He said that he had recognised the run-up to the recent events for quite some time. He referred to the steady infiltration of communists into all sorts of government bodies and named specifically the often catastrophic attempts to influence and supplement the government's land reform programme. He said that it often came down to communists annexing pieces of government land and cultivating them on their own initiative, without expertise, so that the results were almost always lamentable. In some cases these annexation attempts led to the death of some of those involved. A leading minister, who did not wish to be identified further, told me that at the first cabinet session after the failed coup, held in the Bogor palace, a letter was read out from the communist party leader Aidit. In this letter, written from the town of Blitar in Central Java, Aidit wrote that he regretted not being able to attend the session, because he had been taken from his home by the palace guard and sent to Djokjakarta for his safety. When one of the ministers reacted to this mendacious assertion, Dr Soebandrio spoke up with an admonition not to form hasty opinions and to take matters calmly. OENTONG. According to this same source no decisions were taken by the president at this first cabinet session. The minister also provided the following information about the former leader of the coup, Oentong [Untung]. Oentong appears to have been involved in the Madioen uprising of 1948, when the communists also miscalculated. He was subsequently spotted in Semarang, where he had contact with, among others, the chairman of the communist party in Pekalongan. Oentong later rehabilitated himself as a paratrooper in actions in West Irian, but nevertheless remained behind his colleagues in rank. A few days after his appointment as battalion commander in the palace guard, Oentong was again brought into contact with leaders of the communist party. They involved him in their plans for a coup and told him that after the death of the most important generals the army would stand on the side of the party, while the police and the navy would remain divided in their loyalty. The air force, on the other hand, would again be on the side of the communists. In the interrogations that are still taking place Oentong has let slip that he was told that Dr Soebandrio was aware of the plans and agreed with them. MALTREATMENT. Brigadier-General Soepardjo [Supardjo], now arrested, had been instructed to submit the decree proclaiming the revolutionary council to President Soekarno for signature. The vice-chairman of this council, air force Colonel Heroe [Heru] and Major Soerjono, have, according to this ministerial source, fled to West Irian. In Djakarta the purge actions are still continuing. Daily one can see lorries with arrested persons, who are driven off with their hands above their heads for interrogation. The army, embittered over the loss of six generals, is determined to continue this round-up to the last man and, according to information, would not shrink from physical maltreatment to collect confessions. [Other article: Repentant optants – Minister Samkalden (justice) expects that the last 581 applications for admission of "optants" and socially Dutch persons will be dealt with in the first quarter of 1966 – not translated]