Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer 1977-1978, nr. 614: politieke gevangenen Indonesië (CDA)
Cleaned OCR text (Good (0.907); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
=== [PDF page 1] ===
Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1977-1978 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door leden van de Kamer, met de daarop door de Regering gegeven antwoorden
versies hebben weergegeven van het- 614 geen op die persconferentie zou zijn gezegd.
Vragen van de leden Van den Broek, Gualthérie van Weezel en Scholten De Regering heeft reeds meermalen in (allen C.D.A.) over de politieke gevanhet verleden uiting gegeven tegenover genen in Indonesië. (Ingezonden 18jade Indonesische autoriteiten van haar nuari 1978)
zorg over het lot van de politieke ge- 1 vangenen - met name op het eiland Heeft de Minister kennis genomen van Boeroe - welk vraagstuk slechts door persberichten 1, waarin de scheidende een spoedige vrijlating dan wel be- Britse ambassadeur in Indonesië zich rechting van deze gevangenen kan kritisch uitlaat over het lot van politie- worden opgelost. De Nederlandse beke gevangenen op het eiland Boeroe, zorgdheid wordt gedeeld door de Redie onder erbarmelijke omstandighe- geringen van de partner-landen in de den reeds lange tijd (soms 12 jaar) Europese Gemeenschap. Het strekt in zouden zijn geïnterneerd? dit verband tot voldoening dat de lndonesische regering zich inmiddels 2 heeft verbonden op een tijdschema Is de Minister bereid - bij voorkeur in krachtens hetwelk uiterlijk eind 1979 overleg met zijn EEG-ambtsgenoten - het onderhavige vraagstuk dient te zijn bij de Indonesische regering uiting te opgelost.
geven aan zijn of hun ongerustheid over de in vraag 1 bedoelde situatie en op verbetering daarvan aan te dringen, een en ander tegen de achtergrond van de recent gebleken bereidheid van de Indonesische regering tot meer begrip ook voor de humanitaire aspecten van het probleem der politieke gevangenen?
' «de Volkskrant» van 17 januari jl.
Antwoord
Antwoord van Minister Van der Klaauw (Buitenlandse Zaken). (Ontvangen 3 februari 1978).
Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord, zij het dat de betrokken persagentschappen uiteenlopende
Tweede Kamer, zitting 1977-1978, Aanhangsel 1237
=== [PDF page 2] ===
[Blank page]
1139
English translation
=== [Page 1] ===
Second Chamber of the States General 2
Session 1977-1978 Appendix to the Proceedings
Questions put by members of the House, with the answers given to them by the Government
614
Questions from the members Van den Broek, Gualthérie van Weezel and Scholten (all C.D.A.) on the political prisoners in Indonesia. (Submitted 18 January 1978)
1. Has the Minister taken note of press reports [footnote: "de Volkskrant" of 17 January last] in which the departing British ambassador in Indonesia expresses himself critically about the fate of political prisoners on the island of Buru, who are said to have been interned for a long time (sometimes 12 years) in wretched conditions?
2. Is the Minister prepared – preferably in consultation with his EEC colleagues – to express to the Indonesian government his or their concern about the situation referred to in question 1 and to urge its improvement, all this against the background of the recently shown willingness of the Indonesian government to show more understanding also for the humanitarian aspects of the problem of political prisoners?
Answer from Minister Van der Klaauw (Foreign Affairs). (Received 3 February 1978)
1. This question can be answered in the affirmative, although the press agencies concerned have given differing versions of what is said to have been said at that press conference.
2. The Government has already on several occasions in the past expressed to the Indonesian authorities its concern about the fate of the political prisoners – in particular on the island of Buru – a problem which can only be solved by a speedy release or trial of these prisoners. The Netherlands concern is shared by the governments of the partner countries in the European Community. It is a source of satisfaction in this connection that the Indonesian government has meanwhile committed itself to a timetable under which the problem must be solved at the latest by the end of 1979.
Second Chamber, session 1977-1978, Appendix 1237