Zorgen van de Indonesische huisvrouw (Kekhawatiran ibu rumah tangga Indonesia)
Cleaned OCR text (Fair (0.86); proof-reading: whole text (Claude, Oct 2026)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
(Van een bijzondere medewerker)
Surabaja, januari. HET is weer poeasa (vasten)-maand in Indonesië. Op 22 januari aanstaande wordt de lebaran, het einde van de vastenmaand, gevierd. Voor menige huisvrouw is dit de jaarlijks terugkerende periode om in het bijzonder te denken aan de baboe, de kokki, de kebon, kortom de huishoudelijke hulp. Het is gewoonte geworden om ter gelegenheid van de lebaran het huishoudpersoneel een stel kleren, een sarong of kebaja te geven. Enkele dagen voordat de feestdag aanbreekt, gaan de meesten terug naar hun dessa voor een weerzien met de familieleden. Ze brengen dan hun opgespaarde centen mee plus geschenken uit de stad en natuurlijk gestoken in nieuwe kleren. Deze traditie is onveranderd gebleven, hoe de politieke en economische omstandigheden in Indonesië zich ook wijzigen.
Wel is er een verandering gekomen in de gedachtengang en positie van de baboe, kokki en kebon. De politieke en sociale omwentelingen in Indonesië hebben een grotere mate van zelfbewustzijn bij velen van hen gebracht. Was vroeger een baboe of kokki al blij met een sarong of kebaja als lebaran-geschenk, nu kijkt zij ook naar de kwaliteit ervan. De baboes en kokkies vergelijken hun geschenken met elkaar. Wee de huisvrouw, die haar helpster met een minderwaardig stuk textiel dacht te kunnen afschepen. In Malang (Oost-Java) heeft een huisvrouw een bittere ervaring moeten opdoen. De sarongs en kabajas waren verdeeld. 's Middags, toen meneer, mevrouw en de kinderen hun gebruikelijke siësta hielden, kwamen de bedienden bij hun buren en toonden hun geschenken.
Een teleurgestelde baboe besloot haar huisvrouw op haar nummer te zetten. De volgende ochtend, toen de huisvrouw haar kopje koffie dronk, riep de baboe demonstratief de rombengan-man, meestal een Madoerees, die al schreeuwend de huizen langs loopt om afgedankte voorwerpen op te kopen. Op het voorerf, ten aanschouwe van de huisvrouw, verkocht de baboe de splinternieuwe sarong, die zij een dag tevoren had gekregen, aan de rombengan-man. Daarmee wilde zij te kennen geven hoe weinig prijs zij stelde op het inferieure lebaran-geschenk, dat naar haar mening bij de voddenkoopman thuis hoorde.
In deze tijd van buitengewone duurte kost 1 1/2 m goede textiel voor een kebaja al gauw [Unreadable] 15.000 roepiah. Een sarong 15.000-20.000 roepiah.
EEN ander probleem doet zich nog gelden, hoewel niet meer zo acuut als in de maand oktober jongstleden. Zoals bekend, zijn bij de moorden op de legergeneraals in Djakarta tijdens de mislukte coup van 1 oktober ook leden van de communistische vrouwenorganisatie Gerwani betrokken. Enkele honderden Gerwani-leden ontvingen militaire training en werden geoefend in het hanteren van schiet- en steekwapens. Enkelen van hen, die gearresteerd zijn, hebben bekend en beschreven hoe zij mee hadden gedaan aan de gruwelijke moorden rondom het Krokodillen-gat nabij de luchtmachtbasis Halim Perdanakoesoema even buiten Djakarta. Naar aanleiding van deze bekentenissen wordt een jacht gemaakt op verdachte Gerwani-leden over heel Indonesië. Het is nu bekend geworden, dat er ook Gerwani-leden zijn, die als huishoudelijke hulp een dubbele taak hadden. Behalve als baboe of kokki, hadden zij opdracht van de Gerwani om te spioneren, vooral in gezinnen van personen, die bij de communisten op de zwarte lijst stonden. Het gevolg was, dat vele gezinnen met achterdocht naar hun baboes en kokkies keken. Zij, die ruiterlijk bekenden of van wie bekend was, dat zij lid waren van de Gerwani, werden meestal ontslagen. De huisvrouwen vreesden, naast bespioneerd te worden, ook beschuldigd te zullen worden van bescherming aan politieke verdachten te geven, indien zij de Gerwani-baboes en -kokkies in dienst hielden. Het waren moeilijke dagen voor vele huisvrouwen, want het was en is niet zo gemakkelijk om geschikte hulp te krijgen voor de huishouding.
Maar langzamerhand is de situatie verbeterd. De gevraagde salarissen lopen echter op. Momenteel krijgt een baboe in Djakarta 15.000-20.000 roepiah per maand, zonder eten. Het lijkt veel, maar men moet bedenken, dat een portie rijst met eenvoudige gerechten nu al gauw 150 tot 200 roepiah kost. Per dag wil dit zeggen ongeveer 500 roepiah of ruim 15.000 roepiah per maand. Met twee of drie keer eten bedraagt het salaris rondom [Unreadable] 5.000 roepiah per maand. Dat komt voor de werkgeefster vaak duurder uit. Bij een rijstprijs van 3.000 roepiah per kilo moet voor een helpster, die normaal 250 gram rijst per dag verbruikt, al ongeveer 700 roepiah per dag aan rijst alleen uitgegeven worden. De meeste bedienden in Djakarta en andere grote steden proberen zoveel mogelijk bij buitenlanders te werken, want daar verdienen zij minstens dubbel, daar de buitenlanders kwistig met de roepiah omgaan. Bovendien kunnen de bedienden meeprofiteren van buitenlandse levensmiddelen.
De werkdag duurt nog steeds 8 à 10 uren, ook op zondag. Voor zevenen, wanneer de kinderen naar school moeten, moet de baboe al binnen zijn om voor het ontbijt te zorgen. Het wordt 4 of 5 uur 's middags voordat zij naar huis kan. Sommigen wonen bij de werkgeefster in en hebben dan langere werkdagen tot na het diner om 7 of 8 uur 's avonds. Er zijn nog geen wettelijke bepalingen, waarop zij zich kunnen beroepen. Het lijkt op een exploitation de l'homme par l'homme, maar vergeleken met de erbarmelijke sociale toestanden, waarin zich vele anderen bevinden, is hun positie nog eerbaar en draaglijk. In de grote steden van Indonesië kunnen wij tegenwoordig duizenden armoedige in lompen geklede zwervers zien rondlopen, die op trottoirs slapen en van vuilnisbelten leven. De industriële ontwikkeling in Indonesië is nog niet zover, dat zij arbeidsters aan het leger van huishoudelijke helpsters onttrekt.
De gevoelens zijn, dat de huisvrouwen in Indonesië eerlang in een dichtere verhouding komen te staan met haar hulp in de huishouding. De posities van de baboes, kokkies en kebon worden verbeterd, daar zij meer opgenomen worden in de sfeer van de familiekring en door het stijgen van hun sociale bewustzijn. Ze zijn niet meer de slaafse bedienden van weleer.
[fragment from adjacent column:] Rijst: duur volksvoedsel
English translation
=== [Page 1] ===
Worries of the Indonesian housewife
(From a special contributor) Surabaja, January
IT is again the poeasa (fasting) month in Indonesia. On 22 January next the lebaran, the end of the fasting month, will be celebrated. For many a housewife this is the annually recurring period to think in particular of the baboe, the kokki, the kebon, in short the domestic help. It has become customary on the occasion of the lebaran to give the household staff a set of clothes, a sarong or kebaya. A few days before the feast day dawns, most go back to their desa for a reunion with relatives. They then bring their saved-up pennies plus presents from the town and of course dressed in new clothes. This tradition has remained unchanged, however the political and economic circumstances in Indonesia may change. There has, however, been a change in the thinking and position of the baboe, kokki and kebon. The political and social upheavals in Indonesia have brought a greater degree of self-awareness to many of them. Whereas formerly a baboe or kokki was glad with a sarong or kebaya as a lebaran present, now she also looks at its quality. The baboes and kokkies compare their presents with each other. Woe to the housewife who thought she could fob off her helper with an inferior piece of textile. In Malang (East Java) a housewife had to undergo a bitter experience. The sarongs and kebayas had been distributed. In the afternoon, when master, mistress and the children took their usual siesta, the servants went to their neighbours and showed each other their presents. A disappointed baboe decided to put her housewife in her place. The next morning, when the housewife was drinking her cup of coffee, the baboe demonstratively called the rombengan man, mostly a Madurese, who walks along the houses shouting to buy up discarded objects. In the front yard, in full view of the housewife, the baboe sold the brand-new sarong she had received the day before to the rombengan man. Thereby she wanted to indicate how little she valued the inferior lebaran present, which in her opinion belonged at the rag-dealer's. In this time of extraordinary dearness, 1½ m of good textile for a kebaya quickly costs 15,000 rupiah. A sarong 15,000–20,000 rupiah.
ANOTHER problem still makes itself felt, although no longer as acute as in the month of October last. As is known, members of the communist women's organisation Gerwani were also involved in the murders of the army generals in Djakarta during the failed coup of 1 October. Some hundreds of Gerwani members received military training and were drilled in handling firearms and stabbing weapons. A few of them, who have been arrested, have confessed and described how they took part in the gruesome murders around the Crocodile Hole [Lubang Buaya] near the air force base Halim Perdanakoesoema just outside Djakarta. On the strength of these confessions a hunt is being made for suspected Gerwani members all over Indonesia. It has now become known that there are also Gerwani members who had a double task as domestic help. Besides as baboe or kokki, they had orders from the Gerwani to spy, especially in the households of persons who were on the communists' black list. The result was that many families looked with suspicion at their baboes and kokkies. Those who frankly confessed, or of whom it was known that they were members of the Gerwani, were mostly dismissed. The housewives feared, besides being spied upon, also being accused of giving protection to political suspects if they kept the Gerwani baboes and kokkies in service. They were difficult days for many housewives, for it was and is not so easy to get suitable help for the household. But gradually the situation has improved. The salaries asked, however, are rising. At present a baboe in Djakarta gets 15,000–20,000 rupiah per month, without food. It seems a lot, but one must remember that a portion of rice with simple dishes now quickly costs 150 to 200 rupiah. Per day that is about 500 rupiah or well over 15,000 rupiah per month. With two or three meals the salary amounts to around 5,000 rupiah per month. That often works out dearer for the employer. At a rice price of 3,000 rupiah per kilo, for a helper who normally consumes 250 grams of rice per day about 700 rupiah per day has to be spent on rice alone. Most servants in Djakarta and other large cities try as far as possible to work for foreigners, for there they earn at least double, as foreigners are lavish with the rupiah. In addition the servants can share in foreign foodstuffs. The working day still lasts 8 to 10 hours, also on Sundays. Before seven, when the children must go to school, the baboe must already be in to see to breakfast. It is 4 or 5 o'clock in the afternoon before she can go home. Some live in with the employer and then have longer working days until after dinner at 7 or 8 in the evening. There are as yet no legal provisions to which they can appeal. It looks like an exploitation de l'homme par l'homme, but compared with the wretched social conditions in which many others find themselves, their position is still respectable and bearable. In the big cities of Indonesia we can nowadays see thousands of poor vagrants dressed in rags walking about, sleeping on pavements and living off rubbish heaps. The industrial development in Indonesia has not yet advanced so far that it draws working women from the army of domestic helpers. The feeling is that housewives in Indonesia will before long come to stand in a closer relationship with their help in the household. The positions of the baboes, kokkies and kebon are improved as they are more taken up in the sphere of the family circle and through the rise of their social awareness. They are no longer the servile servants of old.
Caption: Rice: expensive staple food