Moorden (Suharto en de massamoorden van 1965-66)
Cleaned OCR text (Good (0.9); proof-reading: no (script-cleaned only)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.
Text
Met geen woord rept Suharto over de verschrikkelijke moordpartijen, die bij zijn machtsovername en onder zijn verantwoordelijkheid hebben plaatsgevonden. Zij zullen niet uit de geschiedenis verdwijnen, omdat er ooggetuigen zijn geweest en enkele journalisten en persbureaus er tenslotte melding van zijn gaan maken. Zo schreef de correspondent van de Washington Post, Stanley Karnow, twee artikelen (17 en 18 april 1966). Hij bezocht Oost- en Midden-Java en Bali. „Op een nacht trokken in de stad Salatiga, twee legertrucks door de straten. Zij hielden kort stil bij vier haveloze gebouwen, waar de duizend communistische verdachten nog onder arrest waren. Bij elk gebouw las een legerkapitein van een lijst namen op, zeggend dat zij „in naam van de wet" schuldig waren, ofschoon er nooit een proces was gehouden. Tenslotte reden de trucks met ieder zestig gevangenen en geleid door een peloton militairen, door het donkere landschap van rijstvelden en rubberplantages naar een dorre plaats bij het dorp Djelok. De boeren hadden in de omgeving de dag daarvoor opdracht gekregen een grote kuil te graven. De gevangenen, die in een rij voor de kuil moesten staan, werden in enkele minuten doodgeschoten. Mijn zegs-
In >1970 plakte de CPN op vele plaatsen posters met portretten van Aidit, Lukman, Njono, Umi Sardjono en Sukarno.
man meende, dat enkelen levend waren begraven".
En in „The New Vork Times" van 13 april 1966 schreef de bekende journalist C. L. Sulzberger: „Een van de meest verschrikkelijke massamoorden in de geschiedenis is in" Indonesië nog niet afgelopen. De afgelopen zes maanden zijn meer mensen afgeslacht dan in de gehele Vietnamoorlog. Het is niet mogelijk een nauwkeurig aantal van de omgebrachten te noemen. Een zorgvuldige diplomatieke schatting spreekt van een totaal van 300.000. Anderen gaan nog hoger... Mannen zijn samen met hun vrouw en kinderen vermoord om de kans op latere wraak te verminderen door aanklagers te elimineren.... Nabij het bij de kust gelegen Soerabaya moesten mensen in de vroege ochtenduren in maart de lijken in het water bij de vlondertjes voor hun huis wegduwen. De gevangenissen bij Jogjakarta zijn nog vol met de PKI-verdachten, die niet worden berecht, maar in nachtelijke groepen naar buiten worden gebracht en vermoord". Volgens sommige schattingen is het aantal doden op een miljoen gesteld.
Naast de moordpartijen waren er arrestaties op grote schaal. Honderdduizenden mannen en vrouwen, niet alleen communisten, maar ook PNFers, leden van de Partindo en van de massa-organisaties als Sobsi, Gerwani, Pemuda Rakjat werden in gevangenissen en concentratiekampen opgesloten zonder dat er ooit een proces tegen hen werd gevoerd. Suharto wijdt een kort hoofdstuk aan de gevangenen en gaat daarin volkomen aan de schending van de mensenrechten voorbij. Hij zegt: „Juli 1966 maakte de officier van justitie generaal-majoor Sugiharto bekend, dat het aantal gearresteerde burgers 120.000 bedroeg, niet gerekend de arrestanten van de strijdkrachten." In strijd met de waarheid schrijft hij, dat het „vraagstuk van de PKlgevangenen" serieus werd genomen en moest worden opgelost in...„de geest van de Pancasila". Hij vroeg „begrip en steun van de maatschappij". In werkelijkheid werden gevangenen, in de periode 1976-79 na tien, twaalf jaar gevangenschap zonder veroordeling tenslotte vrijgelaten, aan hun lot overgelaten en gedwongen een persoonsbewijs te dragen met de stempel ET (ex-tahanan, exgevangene).
English translation
=== [Page 1] ===
Suharto does not say a word about the terrible massacres that took place at his takeover of power and under his responsibility. They will not disappear from history, because there have been eyewitnesses and a few journalists and press agencies eventually began to report them. Thus the Washington Post correspondent Stanley Karnow wrote two articles (17 and 18 April 1966). He visited East and Central Java and Bali. "One night in the town of Salatiga two army trucks drove through the streets. They stopped briefly at four ramshackle buildings where the thousand communist suspects were still under arrest. At each building an army captain read from a list of names, saying that they were guilty "in the name of the law", although no trial had ever been held. Finally the trucks, each with sixty prisoners and led by a platoon of soldiers, drove through the dark landscape of rice fields and rubber plantations to a barren spot near the village of Djelok. The farmers in the vicinity had been ordered the day before to dig a large pit. The prisoners, who had to stand in a row before the pit, were shot dead in a few minutes. My informant thought that a few were buried alive."
[Photo caption: In 1970 the CPN pasted posters in many places with portraits of Aidit, Lukman, Njono, Umi Sardjono and Sukarno.]
And in "The New York Times" of 13 April 1966 the well-known journalist C. L. Sulzberger wrote: "One of the most terrible mass murders in history is not yet finished in Indonesia. In the past six months more people have been slaughtered than in the whole Vietnam war. It is not possible to give an exact number of those killed. A careful diplomatic estimate speaks of a total of 300,000. Others go higher... Men have been murdered together with their wife and children to reduce the chance of later revenge by eliminating accusers.... Near coastal Surabaya people in March had to push the corpses away in the water at the small landing stages in front of their houses in the early morning hours. The prisons near Jogjakarta are still full of PKI suspects, who are not tried but are brought out in night-time groups and murdered." According to some estimates the number of dead has been put at a million.
Besides the massacres there were arrests on a large scale. Hundreds of thousands of men and women, not only communists but also PNI-ers [PNFers], members of the Partindo and of mass organisations such as Sobsi, Gerwani, Pemuda Rakjat were locked up in prisons and concentration camps without any trial ever being held against them. Suharto devotes a short chapter to the prisoners and in it passes completely over the violation of human rights. He says: "In July 1966 the public prosecutor Major General Sugiharto announced that the number of arrested civilians amounted to 120,000, not counting the arrestees of the armed forces." Contrary to the truth he writes that the "question of the PKI prisoners" was taken seriously and had to be solved in... "the spirit of the Pancasila". He asked for "understanding and support from society". In reality prisoners were, in the period 1976–79, after ten, twelve years of imprisonment without conviction, finally released, left to their fate and forced to carry an identity card with the stamp ET (ex-tahanan, ex-prisoner).