Gerwani Archive
Researcher log in

← GA-01256

Verantwoordelijkheid voor Fonds Kemerdekaan: Niet dr. Hatta doch mr. Sumanang (Responsibility for the Independence Fund: not Hatta but Sumanang)

Cleaned OCR text (Fair (0.851); proof-reading: whole text (Claude, Oct 2026)). Old Indonesian spelling has been converted to modern EYD. [Unreadable] marks text that could not be recovered. English translation below.

Text

In verband met berichten in de hoofdstedelijke pers dat dr. Hatta over de bestemming van het „Fonds Kemerdekaan Indonesia" (Fonds ter financiering van de vrijheidsstrijd) nog geen rekening en verantwoording heeft afgelegd, heeft de secretaris van dr. Hatta, I. Wangsawidjaja, de volgende verklaring gegeven: Het bij het begin van de revolutie gestichte „Fonds Kemerdekaan Indonesia", onder leiding van Hatta, kreeg bij de proclamatie een andere benaming, n.l. „Fonds Nasional", omdat de onafhankelijkheid toen een feit werd. Alle bezittingen en de verantwoordelijkheden van het „Fonds Kemerdekaan Indonesia" werden aan het nieuwe fonds, onder leiding van mr. Sumanang, n.l. het „Fonds Nasional", overgedragen. Inmiddels heeft mr. Sumanang aan de pers verklaard dat het „Fonds Kemerdekaan" tijdens de evacuatie van de Republikeinse regering uit de hoofdstad naar Jogjakarta omgevormd werd in het „Fonds Nasional", waarvan hij tot voorzitter aangewezen werd. De inventaris van het voormalige „Fonds Kemerdekaan", die uit twee koffers met gouden en zilveren sieraden bestond, werd toen via de Staatsbank in Jogjakarta naar Djakarta overgebracht en later aan het „Fonds Nasional" overgedragen. De inhoud van de beide koffers werd zorgvuldig door een commissie, bestaande uit de heren Zarkasi, toentertijd zakenman in Jogjakarta, [Unreadable]wiho, thans ambassadeur in België, en Sastrodigdo, de voormalige directeur van de staatsbank in Jogjakarta, geregistreerd. Er werd een gedeelte van de gouden sieraden tot een gewicht van een kg naar wijlen Djohan Djohor gestuurd, om het historisch gebouw, Menteng Timur 56 [sic: Waringin Timur?], op te kopen. Later bleek echter dat de koop van het gebouw reeds tot stand was gekomen, zodat wijlen Djohan Djohor de gouden sieraden in geld ter waarde van circa Rp. 36.000,— terugbetaalde. Thans is het „Fonds Nasional" opgeheven, doch de betreffende documenten liggen, ofschoon onvolledig, daar bij de tweede Nederlandse militaire actie enige stukken zoek zijn geraakt, in Jogjakarta ter inzage. In het bestuur van het voormalige „Fonds Nasional" in Jogja zaten o.m. de heren Soekono, Zarkasi en Hong[Unreadable]wongso. Andere afdelingen van het fonds geraakten tijdens de tweede militaire actie in het ongerede. „Toen de Nederlandse troepen Jogja binnenvielen, hebben wij gepoogd de sieraden zoveel mogelijk te bergen, doch een aantal zilveren sieraden vonden de Nederlanders bij mij thuis aan Bedji 33 en namen deze mee", aldus mr. Sumanang. Hij zelf werd ook door de Nederlanders gearresteerd. Mr. Sumanang zei dat de Nederlanders er niet achter kwamen dat er ook nog gouden sieraden waren. „De gouden en de overgebleven zilveren sieraden, tot een gewicht van ongeveer één kg, met een waarde van Rp. 30.000,— tot Rp. 40.000,—, werden op mijn verantwoordelijkheid gebruikt voor de guerilla tegen de Nederlandse strijdkrachten die toentertijd Jogja bezetten. Omdat men in het geheim moest werken, kon er geen duidelijke verantwoording worden afgelegd, doch er zijn thans nog personen die hiervan op de hoogte zijn. Zo kan eventueel kolonel Abdul Latief Hendradiningrat, de voormalige militaire attaché in Washington, die toentertijd de guerilla leidde ten noorden van Jogja, over het „Fonds Nasional" om inlichtingen gevraagd worden. Ook de echtgenote van Sajuti Melik, mevrouw Trimurti, kan inlichtingen verstrekken over wat er al zo met het fonds gebeurd is, daar haar echtgenoot, toen hij door een kogel getroffen werd tijdens een guerilla-actie, met het geld van dit fonds de nodige medicijnen kreeg. Uit dit fonds werd ook de plechtigheid van de terugkeer van de sultan van Jogja, na de terugtrekking der Nederlandse troepen, bekostigd. Derhalve kan eventueel de sultan hierover enige inlichtingen verstrekken. Voorts kan de correspondent van Antara, Soekrisno, die toentertijd ook van enige geheime berichten, o.a. die van de gebeurtenissen Bedji 33, verslag maakte, als getuige worden ingeschakeld. Tenslotte zullen de voormalige bestuursleden van het „Fonds Nasional" de nodige inlichtingen verschaffen." Tot slot zei mr. Sumanang: „Alle verantwoording met betrekking tot de gouden sieraden die aan het nationale fonds zijn overgedragen, berust op mijn persoon, en Hatta staat er geheel buiten. Indien er om verantwoording gevraagd moet worden, dan ben ik de enige persoon die daarvoor in aanmerking komt en niet Hatta."

English translation

=== [Page 1] === Responsibility for the Fonds Kemerdekaan: Not Dr. Hatta but Mr. Sumanang In connection with reports in the capital's press that Dr. Hatta has still rendered an account of the fate of the "Fonds Kemerdekaan Indonesia" (fund for financing the freedom struggle), the secretary of Dr. Hatta, I. Wangsawidjaja, gave the following statement: The "Fonds Kemerdekaan Indonesia" founded at the beginning of the revolution, under the leadership of Hatta, received a different name at the proclamation, namely "Fonds Nasional", because independence then became a fact. All possessions and responsibilities of the "Fonds Kemerdekaan Indonesia" were transferred to the new fund, under the leadership of Mr. Sumanang, namely the "Fonds Nasional". Meanwhile Mr. Sumanang has declared to the press that the "Fonds Kemerdekaan" was converted, during the evacuation of the Republican government from the capital to Jogjakarta, into the "Fonds Nasional", of which he was designated chairman. The inventory of the former "Kemerdekaan", consisting of two suitcases with gold and silver jewellery, was then transferred via the State Bank in Jogjakarta to Djakarta, and later handed over to the "Fonds Nasional". The contents of both suitcases were carefully registered by a committee consisting of Messrs. Zarkasi, at that time a businessman in Jogjakarta, Wibowo [?], now ambassador in Belgium, and Sastrodigdo, the former director of the state bank in Jogjakarta. A part of the gold jewellery up to a weight of one kg was handed to the late Djohan Djohor in order to buy the historic building, Pegangsaan Timur 56. Later, however, it turned out that the purchase of the building had already been completed, so that the late Djohan Djohor repaid the gold jewellery in money to a value of about Rp. 36,000. At present the "Fonds Nasional" has been dissolved, but the documents concerned, although incomplete because some papers were lost during the second Dutch military action, are available for inspection in Jogjakarta. On the board of the former "Fonds Nasional" in Jogja sat among others Messrs. Soekono, Zarkasi and Hongkiwongso. Other departments of the fund fell into disarray during the second military action. "When the Dutch troops entered Jogja, we tried to hide the jewellery as much as possible, but a number of silver jewels were found by the Dutch at my home at Bedji 33 and taken along", said Mr. Sumanang. He himself was also arrested by the Dutch. Mr. Sumanang said that the Dutch did not find out that there was also gold jewellery. "The gold and the remaining silver jewellery up to a weight of about one kg, with a value of Rp. 30,000 to Rp. 40,000, were used on my responsibility for the guerrilla against the Dutch armed forces that occupied Jogja at that time. Because one had to work in secret, no clear account can be rendered, but there are still persons now who are aware of this. Thus Colonel Abdul Latief Hendradiningrat, the former military attaché in Washington, who at that time led the guerrilla north of Jogja, can possibly be asked for information about the 'Fonds Nasional'. Also the wife of Sajuti Melik, Mrs. Trimurti, can provide information about what happened with the fund, since her husband, when he was struck by a bullet during a guerrilla action, received the necessary medicines with the money of this fund. The ceremony of the return of the sultan of Jogja after the withdrawal of the Dutch troops was also paid from this fund. The sultan can therefore possibly provide some information about this. Furthermore the Antara correspondent Soekrisno, who at that time also reported some secret news, among others about the events at Bedji 33, can be called in as a witness. Finally the former board members of the 'Fonds Nasional' will provide the necessary information." In conclusion Mr. Sumanang said: "All responsibility with respect to the gold jewellery that was transferred to the national fund rests with my person, and Hatta stands completely outside it. If an account must be asked, then I am the only person who qualifies for it and not Hatta".